HC membraantransport
Zowel binnen als buiten de cel zijn ionen te vinden. De verdeling van die ionen is belangrijk voor vele
processen in de cel. Die verdeling ontstaat doordat ionen niet zomaar door het celmembraan
kunnen diffunderen, ze hebben daar hulpeiwitten voor nodig.
Belangrijk: veel natrium buiten de cel en veel kalium in de cel.
Het celmembraan bestaat uit lipiden. Of stoffen daar zomaar doorheen kunnen is afhankelijk van
een aantal eigenschappen, zoals de grote, lading en polariteit van een deeltje.
Kleine, non-polaire deeltjes kunnen gemakkelijk door het membraan
Polaire moleculen kunnen in kleine mate door het membraan
Ionen kunnen helemaal niet door het membraan
Water is een speciaal geval. Water is ongeladen maar wel polair en
kan daardoor maar beperkt over het membraan bewegen.
Aangezien cellen veel water nodig hebben is een andere manier
van transport gewenst. Cellen hebben daarom speciale water
kanalen: aquaporines.
Water beweegt via de concentratiegradiënt -> osmose
Om ionen toch te kunnen verplaatsen over het celmembraan zitten
er speciale eiwitten in het membraan die de transport mogelijk
maken. Dat kan op verschillende manieren:
1. Via alfa-helices met een kanaal
2. Via bèta-sheets die een porie vormen in het membraan
, Om zo’n transportkanaal te vormen moeten de aminozuren op een bepaalde manier georiënteerd
zijn: de hydrofobe aminozuren zitten tegen de vetzuurstaarten aan en de hydrofiele aminozuren
vormen de laag rond de opening.
Naast deze vorm van kanalen heb je ook transporters: een molecuul dat een deeltjes transporteert
door als het ware van vorm te veranderen en het deeltje aan de andere kant van het membraan los
te laten. Je noemt deze manier van transport ook wel facilitated transport. Transporters
transporteren deeltjes als volgt:
Transporters verplaatsen dus deeltjes van de ene naar de andere kant van het membraan. Dat
gebeurt vooral passief, met de concentratiegradiënt mee. Transporters zijn op vele plekken in de cel
te vinden:
Naast de concentratiegradiënt speelt ook de elektrochemische gradiënt een grote rol in de
transport van deeltjes. De elektrochemische gradiënt is de lading over het membraan samen met de
lading van de deeltjes. De elektrochemische gradiënt bepaald vooral of en waar heen deeltjes over
het membraan bewegen.
Zowel binnen als buiten de cel zijn ionen te vinden. De verdeling van die ionen is belangrijk voor vele
processen in de cel. Die verdeling ontstaat doordat ionen niet zomaar door het celmembraan
kunnen diffunderen, ze hebben daar hulpeiwitten voor nodig.
Belangrijk: veel natrium buiten de cel en veel kalium in de cel.
Het celmembraan bestaat uit lipiden. Of stoffen daar zomaar doorheen kunnen is afhankelijk van
een aantal eigenschappen, zoals de grote, lading en polariteit van een deeltje.
Kleine, non-polaire deeltjes kunnen gemakkelijk door het membraan
Polaire moleculen kunnen in kleine mate door het membraan
Ionen kunnen helemaal niet door het membraan
Water is een speciaal geval. Water is ongeladen maar wel polair en
kan daardoor maar beperkt over het membraan bewegen.
Aangezien cellen veel water nodig hebben is een andere manier
van transport gewenst. Cellen hebben daarom speciale water
kanalen: aquaporines.
Water beweegt via de concentratiegradiënt -> osmose
Om ionen toch te kunnen verplaatsen over het celmembraan zitten
er speciale eiwitten in het membraan die de transport mogelijk
maken. Dat kan op verschillende manieren:
1. Via alfa-helices met een kanaal
2. Via bèta-sheets die een porie vormen in het membraan
, Om zo’n transportkanaal te vormen moeten de aminozuren op een bepaalde manier georiënteerd
zijn: de hydrofobe aminozuren zitten tegen de vetzuurstaarten aan en de hydrofiele aminozuren
vormen de laag rond de opening.
Naast deze vorm van kanalen heb je ook transporters: een molecuul dat een deeltjes transporteert
door als het ware van vorm te veranderen en het deeltje aan de andere kant van het membraan los
te laten. Je noemt deze manier van transport ook wel facilitated transport. Transporters
transporteren deeltjes als volgt:
Transporters verplaatsen dus deeltjes van de ene naar de andere kant van het membraan. Dat
gebeurt vooral passief, met de concentratiegradiënt mee. Transporters zijn op vele plekken in de cel
te vinden:
Naast de concentratiegradiënt speelt ook de elektrochemische gradiënt een grote rol in de
transport van deeltjes. De elektrochemische gradiënt is de lading over het membraan samen met de
lading van de deeltjes. De elektrochemische gradiënt bepaald vooral of en waar heen deeltjes over
het membraan bewegen.