HC DNA-replicatie
DNA-replicatie: van 2 strengen DNA meerdere strengen DNA maken. Op die manier kunnen cellen
delen en blijft daarbij de genetische informatie behouden.
DNA wordt gerepliceerd op een semi conservatieve manier: 1 streng wordt gebruikt als template of
leesraam voor de nieuw te produceren streng. Deze template-streng heet de matrijsstreng.
De matrijsstreng wordt afgelezen van de 3’-kant naar de 5’-kant. Die namen 3’ en 5’ kwamen vanuit
de structuur van DNA: de hoeveelste C in de suikergroep de bepaalde groepen aan zitten:
De nieuw gesynthetiseerde streng van DNA wordt opgebouwd van 5’ naar 3’.
Het ziet er dus uiteindelijk zo uit:
Dit repliceren wordt heel precies gedaan, er worden per replicatie maar 1 of 2 fouten gemaakt. Die
fouten kunnen positief werken, ze zorgen voor het vormen van nieuwe genen. Dat is positief voor de
evolutie. Maar die fouten kunnen ook negatief werken en bijvoorbeeld leiden tot ziektes.
, DNA-polymerase is het enzym dat de nieuwe DNA-streng opbouwt met behulp van de bestaande
streng als template. De nucleotiden komen binnen als deoxyribonucleosidetrifosfaten (dNTP). Dat
ziet er als volgt uit:
Het is dus eigenlijk een nucleotide maar dan met 2 extra fosfaatgroepen. Het binnenkomende
deoxyribonucleosidetrifosfaat zal een basenparing gaan vormen met de base in de matrijsstreng. De
nucleotide zal dan gebonden worden aan de vrije OH-groep aan de 3’-kant van de vorige nucleotide.
de energie die gebruikt wordt om die binding te vormen komt van de 2 extra fosfaatgroepen van de
deoxyribonucleosidetrifosfaat. Die zullen afsplitsen tot pyrofosfaat, waarbij energie vrijkomt.
De vorming van de covalente binding wordt gekatalyseerd door DNA-polymerase. DNA-polymerase
leidt het binnenkomende deoxyribonucleosidetrifosfaat naar de matrijsstreng en zet het op de
goede plek neer, zoals de 5’ trifosfaat kan reageren met de 3’ OH van de vorige nucleotide.
Die pyrofosfaat kan onder invloed wat water ook weer uiteenvallen in 2 losse fosfaten, dat levert
ook weer extra energie op mocht dat nodig zijn.
Je hebt dus die deoxyribonucleosidetrifosfaten en daarvan heb je 4 soorten, voor elke base een
specifieke:
Desoxyadenosinetrifosfaat, dATP
Desoxythymidinetrifosfaat, dTTP
Desoxyguanosinetrifosfaat, dGTP
Desoxycytidinetrifosfaat, dCTP
DNA-replicatie: van 2 strengen DNA meerdere strengen DNA maken. Op die manier kunnen cellen
delen en blijft daarbij de genetische informatie behouden.
DNA wordt gerepliceerd op een semi conservatieve manier: 1 streng wordt gebruikt als template of
leesraam voor de nieuw te produceren streng. Deze template-streng heet de matrijsstreng.
De matrijsstreng wordt afgelezen van de 3’-kant naar de 5’-kant. Die namen 3’ en 5’ kwamen vanuit
de structuur van DNA: de hoeveelste C in de suikergroep de bepaalde groepen aan zitten:
De nieuw gesynthetiseerde streng van DNA wordt opgebouwd van 5’ naar 3’.
Het ziet er dus uiteindelijk zo uit:
Dit repliceren wordt heel precies gedaan, er worden per replicatie maar 1 of 2 fouten gemaakt. Die
fouten kunnen positief werken, ze zorgen voor het vormen van nieuwe genen. Dat is positief voor de
evolutie. Maar die fouten kunnen ook negatief werken en bijvoorbeeld leiden tot ziektes.
, DNA-polymerase is het enzym dat de nieuwe DNA-streng opbouwt met behulp van de bestaande
streng als template. De nucleotiden komen binnen als deoxyribonucleosidetrifosfaten (dNTP). Dat
ziet er als volgt uit:
Het is dus eigenlijk een nucleotide maar dan met 2 extra fosfaatgroepen. Het binnenkomende
deoxyribonucleosidetrifosfaat zal een basenparing gaan vormen met de base in de matrijsstreng. De
nucleotide zal dan gebonden worden aan de vrije OH-groep aan de 3’-kant van de vorige nucleotide.
de energie die gebruikt wordt om die binding te vormen komt van de 2 extra fosfaatgroepen van de
deoxyribonucleosidetrifosfaat. Die zullen afsplitsen tot pyrofosfaat, waarbij energie vrijkomt.
De vorming van de covalente binding wordt gekatalyseerd door DNA-polymerase. DNA-polymerase
leidt het binnenkomende deoxyribonucleosidetrifosfaat naar de matrijsstreng en zet het op de
goede plek neer, zoals de 5’ trifosfaat kan reageren met de 3’ OH van de vorige nucleotide.
Die pyrofosfaat kan onder invloed wat water ook weer uiteenvallen in 2 losse fosfaten, dat levert
ook weer extra energie op mocht dat nodig zijn.
Je hebt dus die deoxyribonucleosidetrifosfaten en daarvan heb je 4 soorten, voor elke base een
specifieke:
Desoxyadenosinetrifosfaat, dATP
Desoxythymidinetrifosfaat, dTTP
Desoxyguanosinetrifosfaat, dGTP
Desoxycytidinetrifosfaat, dCTP