Leerdoelen organisme – thema 4 t/m 6
Thema 4
HC12 Hartontwikkeling, foetale circulatie en foetale membranen
• De volledige pre- en postnatale circulatie beschrijven (inclusief de placenta circulatie)
Prenataal = voor de geboorte
Postnataal = vlak na de geboorte
Perinataal = prenataal + postnataal
De prenatale circulatie ziet er als volgt uit:
In de placenta wordt het bloed zuurstofrijk. Dit zuurstofrijke bloed gaat vervolgens vanuit de placenta
het lichaam van de foetus in. Het gaat via de navel langs de lever (die nog geen functie uitvoert) naar
het hart. Vanuit het hart wordt het bloed het lichaam door gepompt. Bij de volwassen mens gaat het
bloed altijd eerst via de longen, dan weer naar het hart en dan pas het lichaam door. Dit hoeft bij een
foetus nog niet, omdat de longen toch nog geen functie hebben. Bij de bloedsomloop van de foetus
kan het bloed op drie manieren een omweg maken in het lichaam:
1. Via het foramen ovale, dit is een opening tussen rechter- en linkerboezem
2. Via de ductus arteriosus, dit is een aansluiting van de longslagader aan de aorta
3. Via de ductus venosus, dit is een aansluiting die zorgt dat het bloed niet langs de lever hoeft
Door deze extra aansluitingen in de bloedsomloop zullen zuurstofarm en zuurstofrijk bloed met elkaar
mengen. Het bloed dat via de aorta het lichaam door gaat is dus gemengd bloed.
Vanuit de aorta lopen weer bloedvaten naar de placenta, waar het bloed weer zuurstofrijk zal worden.
, De postnatale circulatie ziet er als volgt uit:
De placenta valt weg en de longen zullen gaan werken. Het foramen ovale en de ductus arteriosus
zullen sluiten, waardoor er geen menging van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed ontstaat. Het bloed
zal eerst via de longen gaan en dan pas het lichaam door.
• Uitleggen welke twee majeure perinatale gebeurtenissen plaatsvinden en hoe deze effect hebben op
de postnatale circulatie
Het wegvallen van het foramen ovale en de ductus arteriosus zorgt voor drukverschillen in het lichaam,
die een goede bloedsomloop mogelijk maken:
- Er komt minder bloed binnen in de rechterboezem (atrium), de druk zal omlaag gaan
- De rechterkamer (ventrikel) moet harder pompen om het bloed de longen in de krijgen, de druk
zal hier omhoog gaan
- In de linkerboezem komt veel bloed binnen vanuit de longen, de druk gaat omhoog
• Uitleggen welke embryonale structuren tot ligament worden omgevormd
De prenatale structuren die verdwijnen na de geboorte zullen verbindweefselen, er vormen
ligamenten. Deze ligamenten zullen altijd blijven bestaan. Dit zijn onder andere de bloedvaten van en
naar de placenta. Deze ligamenten zijn handig bij operaties, er zitten hier geen bloedvaten dus er kan
makkelijk gesneden worden.
• Ontwikkeling en functie van de placenta en foetale membranen bespreken
We kennen de volgende foetale membranen bij vogels, reptielen en zoogdieren:
, Chorion,
Amnion,
Allantois
Dooierzak,
Placenta.
Placenta – De placenta is een orgaan van het embryo dat zich buiten het lichaam bevindt. Via de
placenta verkrijgt het embryo zuurstof en voedingstoffen van de moeder en geeft het embryo
afvalstoffen af. De placenta vormt bij de innesteling van het embryo in de baarmoederwand. De
buitenste laag van het embryo, de trofoblast, gaat cellen uitscheiden zonder membraan, die een soort
gelei van cytoplasma en kernen vormt rond het embryo. In deze gelei zullen ruimtes vormen, de
lacunae. De gelei zal bloedvaten van de baarmoederwand opnemen en de lacunae zullen vullen met
bloed. Ondertussen ontstaat er uit het originele trofoblast villi of vlokken, uitstulpingen. Hierin groeien
bloedvaten van het embryo. Ondertussen zal de moeder bloedvaten vormen in de lacunae. De
bloedvaten van de moeder in de lacunae en de bloedvaten van het embryo in de vlokken zullen met
elkaar in contact komen en de placenta vormt.
Chorion – Het chorion is een structuur die de hele structuur (embryo + membranen) omringt en
daarmee zorgt voor bescherming van het embryo. Ook zal het chorion deels uitgroeien tot de placenta,
omdat het een rol speelt bij de vorming van die vlokken. Het chorion vormt uit het trofoblast en het
mesoderm.
Amnion – Het amnion omringt het embryo zelf. De amnionholte bevat vloeistof, wat ervoor zorgt dat
het embryo niet uit zal drogen. Verder draagt de amnionvloeistof bij aan de ontwikkeling van de
longen. Het amnion vormt uit trofoblast en mesoderm.
Thema 4
HC12 Hartontwikkeling, foetale circulatie en foetale membranen
• De volledige pre- en postnatale circulatie beschrijven (inclusief de placenta circulatie)
Prenataal = voor de geboorte
Postnataal = vlak na de geboorte
Perinataal = prenataal + postnataal
De prenatale circulatie ziet er als volgt uit:
In de placenta wordt het bloed zuurstofrijk. Dit zuurstofrijke bloed gaat vervolgens vanuit de placenta
het lichaam van de foetus in. Het gaat via de navel langs de lever (die nog geen functie uitvoert) naar
het hart. Vanuit het hart wordt het bloed het lichaam door gepompt. Bij de volwassen mens gaat het
bloed altijd eerst via de longen, dan weer naar het hart en dan pas het lichaam door. Dit hoeft bij een
foetus nog niet, omdat de longen toch nog geen functie hebben. Bij de bloedsomloop van de foetus
kan het bloed op drie manieren een omweg maken in het lichaam:
1. Via het foramen ovale, dit is een opening tussen rechter- en linkerboezem
2. Via de ductus arteriosus, dit is een aansluiting van de longslagader aan de aorta
3. Via de ductus venosus, dit is een aansluiting die zorgt dat het bloed niet langs de lever hoeft
Door deze extra aansluitingen in de bloedsomloop zullen zuurstofarm en zuurstofrijk bloed met elkaar
mengen. Het bloed dat via de aorta het lichaam door gaat is dus gemengd bloed.
Vanuit de aorta lopen weer bloedvaten naar de placenta, waar het bloed weer zuurstofrijk zal worden.
, De postnatale circulatie ziet er als volgt uit:
De placenta valt weg en de longen zullen gaan werken. Het foramen ovale en de ductus arteriosus
zullen sluiten, waardoor er geen menging van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed ontstaat. Het bloed
zal eerst via de longen gaan en dan pas het lichaam door.
• Uitleggen welke twee majeure perinatale gebeurtenissen plaatsvinden en hoe deze effect hebben op
de postnatale circulatie
Het wegvallen van het foramen ovale en de ductus arteriosus zorgt voor drukverschillen in het lichaam,
die een goede bloedsomloop mogelijk maken:
- Er komt minder bloed binnen in de rechterboezem (atrium), de druk zal omlaag gaan
- De rechterkamer (ventrikel) moet harder pompen om het bloed de longen in de krijgen, de druk
zal hier omhoog gaan
- In de linkerboezem komt veel bloed binnen vanuit de longen, de druk gaat omhoog
• Uitleggen welke embryonale structuren tot ligament worden omgevormd
De prenatale structuren die verdwijnen na de geboorte zullen verbindweefselen, er vormen
ligamenten. Deze ligamenten zullen altijd blijven bestaan. Dit zijn onder andere de bloedvaten van en
naar de placenta. Deze ligamenten zijn handig bij operaties, er zitten hier geen bloedvaten dus er kan
makkelijk gesneden worden.
• Ontwikkeling en functie van de placenta en foetale membranen bespreken
We kennen de volgende foetale membranen bij vogels, reptielen en zoogdieren:
, Chorion,
Amnion,
Allantois
Dooierzak,
Placenta.
Placenta – De placenta is een orgaan van het embryo dat zich buiten het lichaam bevindt. Via de
placenta verkrijgt het embryo zuurstof en voedingstoffen van de moeder en geeft het embryo
afvalstoffen af. De placenta vormt bij de innesteling van het embryo in de baarmoederwand. De
buitenste laag van het embryo, de trofoblast, gaat cellen uitscheiden zonder membraan, die een soort
gelei van cytoplasma en kernen vormt rond het embryo. In deze gelei zullen ruimtes vormen, de
lacunae. De gelei zal bloedvaten van de baarmoederwand opnemen en de lacunae zullen vullen met
bloed. Ondertussen ontstaat er uit het originele trofoblast villi of vlokken, uitstulpingen. Hierin groeien
bloedvaten van het embryo. Ondertussen zal de moeder bloedvaten vormen in de lacunae. De
bloedvaten van de moeder in de lacunae en de bloedvaten van het embryo in de vlokken zullen met
elkaar in contact komen en de placenta vormt.
Chorion – Het chorion is een structuur die de hele structuur (embryo + membranen) omringt en
daarmee zorgt voor bescherming van het embryo. Ook zal het chorion deels uitgroeien tot de placenta,
omdat het een rol speelt bij de vorming van die vlokken. Het chorion vormt uit het trofoblast en het
mesoderm.
Amnion – Het amnion omringt het embryo zelf. De amnionholte bevat vloeistof, wat ervoor zorgt dat
het embryo niet uit zal drogen. Verder draagt de amnionvloeistof bij aan de ontwikkeling van de
longen. Het amnion vormt uit trofoblast en mesoderm.