Steunweefsel
Steunweefsel heeft als functie het weerstaan van mechanische krachten. Het biedt weerstand
tegen druk, trek en vervorming. Onder steunweefsels vallen kraakbeen en bot. De cellen die de
steunweefsels vormen differentiëren zich uit mesenchym. De specialisatie van verschillende
weefsels ontstaat door een verschil in de geproduceerde extracellulaire matrix, en dan vooral de
ground substance. Door een verschil in ground substance kan het weefsel naast een verbindende
functie ook een dragende functie krijgen.
Steunweefsel kan op twee manieren opgebouwd zijn:
• Het weefsel kan bestaan uit zachte componenten die zo georiënteerd liggen ten opzichte van
elkaar zodat ze samen toch een stevig geheel vormen. Dit is het geval bij kraakbeen.
• Het weefsel kan hardheid verkrijgen door afzetting van minerale kristalroosters in de
intercellulaire organische matrix. Dit is het geval bij bot.
Hoewel de cellen in de steunweefsels een extracellulaire matrix produceren die globaal veel
overeenkomst heeft met de matrix geproduceerd door fibroblasten, zorgen kleine verschillen in
afzonderlijke componenten van de matrix er toch voor dat de onderdelen op een andere manier
met elkaar reageren. Hierdoor ontstaat een opbouw voor ofwel kraakbeen ofwel bot.
Kraakbeen
Kraakbeen bestaat uit cellen genaamd chondrocyten en een hele hoop ECM. In tegenstelling tot
bindweefsel, komen er geen andere cellen in kraakbeen voor. De chondrocyten bevinden zich in
matrixholten die lacunes worden genoemd. Kraakbeen ontstaat uit mesenchymale stamcellen.
De fysieke eigenschappen van het kraakbeen worden bepaald door de samenstelling van de
extracellulaire matrix en de bindingen die daar aanwezig zijn. De ECM van kraakbeen bestaat uit
bindingen tussen type II collageenfibrillen, hyaluronan en de gesulfateerde GAG's op
proteoglycanen. Aan de negatief geladen hyaluronan en GAG-ketens bindt water. Door het hoge
gehalte aan gebonden water kan kraakbeen dienen als schokdemper. De opbouw van de matrix
ziet er als volgt uit:
De opbouw van de ECM in kraakbeen. Collageen
type II vezels zitten verbonden aan proteoglycanen
met GAGs. Deze proteoglycanen zitten verbonden
aan hyaluronan. Zo is alles met elkaar verbonden.
,Kraakbeen heeft geen vasculaire voorzieningen. De chondrocyten zijn daarom afhankelijk van het
omliggende bindweefsel, genaamd het perichondrium, voor hun voedingsstoffen. De cellen
hebben hierdoor een laag metabolisme. Het kan wel voorkomen dat er bloedvaten door kraakbeen
lopen richting andere structuren. Deze zullen echter geen of weinig voedingsstoffen afgeven aan
het kraakbeen. Kraakbeen bevat ook geen zenuwen.
Het perichondrium is een structuur van dicht bindweefsel die het kraakbeen omringt. Het vormt
een laag tussen het kraakbeen en de weefsels die door het kraakbeen worden ondersteund. Het
perichondrium bevat de bloedvaten die zorgen voor de toevoer van voedingsstoffen aan het
kraakbeen en het bevat een neuronaal component. Gewrichtskraakbeen, dat de uiteinden van
botten in beweegbare gewrichten bedekt, heeft geen perichondrium. Perichondrium en kraakbeen
zien er als volgt uit:
Door variaties in de samenstelling van de matrix zijn drie hoofdtypen kraakbeen te onderscheiden:
• Hyalien kraakbeen
• Elastisch kraakbeen
• Vezelig kraakbeen
Hyalien kraakbeen is de meest voorkomende soort kraakbeen. Je vindt dit type kraakbeen bij
gewrichten, onderdelen van de luchtwegen (neus, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën), aan de
uiteinden van de ribben en aan het uiteinde van lange botten (epifysaire platen). Hyalien kraakbeen
bestaat uit relatief weinig cellen en veel ECM. Aan de ECM vallen drie dingen op:
• Het meest voorkomende proteoglycaan is aggrecan, waaraan wel 150 GAG zijketens
gebonden zitten
• Een ander belangrijk onderdeel van de kraakbeenmatrix is het glycoproteïne
chondronectine. Chondronectine bindt zich specifiek aan GAG's, collageen en integrines,
waardoor de hechting van chondrocyten aan de ECM wordt bemiddeld.
• Direct rond elke chondrocyt is de ECM relatief rijker aan GAG's dan collageen, deze
gebieden heten de territoriale matrix. Deze territoriale matrix zal bij HE-kleuringen
donkerder roze kleuren dan de rest van de matrix, door de aanwezigheid van de vele
basofiele GAGs.
Rond het hyalien kraakbeen ligt het perichondrium, dat essentieel is voor de groei en het
onderhoud van kraakbeen. De buitenste laag van het perichondrium bestaat grotendeels uit
collageen type I vezels en fibroblasten. De binnenste laag van het perichondrium bevat daarnaast
, ook mesenchymale stamcellen. Hieruit kunnen chondroblasten ontstaan, dit zijn jonge
chondrocyten. Deze chondroblasten hebben een halve maan structuur. Ze zullen differentiëren tot
chondrocyten en dan een meer ronde structuur aannemen.
Onder de microscoop ziet hyalien kraakbeen er als volgt uit:
a - Hyalien kraakbeen met bovenaan perichondrium (P) dat langzaam overgaat in het hyalien
kraakbeen. In het kraakbeen zijn chondrocyten (C) en matrix (M) te zien. b – Hyalien kraakbeen
met aan beide kanten perichondrium (P). Er zijn chondrocyten (C) te zien, die in lacunes liggen.
Rond de cellen ligt matrix (M).
Elastisch kraakbeen komt erg overeen met hyalien kraakbeen, alleen heeft het ook elastine
vezels naast de collageen type II vezels. Dit maakt elastisch kraakbeen flexibeler dan hyalien
kraakbeen. Dit type kraakbeen komt voor in het oor, de epiglottis en de bovenste luchtwegen. De
elastine vezels zijn met kleuring te zien als donkere bundels die oneven verdeeld zijn over de
matrix. Verder lijken de cellen en het perichondrium op de onderdelen van het hyalien kraakbeen.
Elastisch kraakbeen ziet er als volgt uit:
a - Elastisch kraakbeen met chondrocyten (C) en een matrix (M) die elastine vezels bevat.
b - Hier zijn de elastine vezels donker zwart gekleurd. Er is ook perichondrium (P) te zien.
Steunweefsel heeft als functie het weerstaan van mechanische krachten. Het biedt weerstand
tegen druk, trek en vervorming. Onder steunweefsels vallen kraakbeen en bot. De cellen die de
steunweefsels vormen differentiëren zich uit mesenchym. De specialisatie van verschillende
weefsels ontstaat door een verschil in de geproduceerde extracellulaire matrix, en dan vooral de
ground substance. Door een verschil in ground substance kan het weefsel naast een verbindende
functie ook een dragende functie krijgen.
Steunweefsel kan op twee manieren opgebouwd zijn:
• Het weefsel kan bestaan uit zachte componenten die zo georiënteerd liggen ten opzichte van
elkaar zodat ze samen toch een stevig geheel vormen. Dit is het geval bij kraakbeen.
• Het weefsel kan hardheid verkrijgen door afzetting van minerale kristalroosters in de
intercellulaire organische matrix. Dit is het geval bij bot.
Hoewel de cellen in de steunweefsels een extracellulaire matrix produceren die globaal veel
overeenkomst heeft met de matrix geproduceerd door fibroblasten, zorgen kleine verschillen in
afzonderlijke componenten van de matrix er toch voor dat de onderdelen op een andere manier
met elkaar reageren. Hierdoor ontstaat een opbouw voor ofwel kraakbeen ofwel bot.
Kraakbeen
Kraakbeen bestaat uit cellen genaamd chondrocyten en een hele hoop ECM. In tegenstelling tot
bindweefsel, komen er geen andere cellen in kraakbeen voor. De chondrocyten bevinden zich in
matrixholten die lacunes worden genoemd. Kraakbeen ontstaat uit mesenchymale stamcellen.
De fysieke eigenschappen van het kraakbeen worden bepaald door de samenstelling van de
extracellulaire matrix en de bindingen die daar aanwezig zijn. De ECM van kraakbeen bestaat uit
bindingen tussen type II collageenfibrillen, hyaluronan en de gesulfateerde GAG's op
proteoglycanen. Aan de negatief geladen hyaluronan en GAG-ketens bindt water. Door het hoge
gehalte aan gebonden water kan kraakbeen dienen als schokdemper. De opbouw van de matrix
ziet er als volgt uit:
De opbouw van de ECM in kraakbeen. Collageen
type II vezels zitten verbonden aan proteoglycanen
met GAGs. Deze proteoglycanen zitten verbonden
aan hyaluronan. Zo is alles met elkaar verbonden.
,Kraakbeen heeft geen vasculaire voorzieningen. De chondrocyten zijn daarom afhankelijk van het
omliggende bindweefsel, genaamd het perichondrium, voor hun voedingsstoffen. De cellen
hebben hierdoor een laag metabolisme. Het kan wel voorkomen dat er bloedvaten door kraakbeen
lopen richting andere structuren. Deze zullen echter geen of weinig voedingsstoffen afgeven aan
het kraakbeen. Kraakbeen bevat ook geen zenuwen.
Het perichondrium is een structuur van dicht bindweefsel die het kraakbeen omringt. Het vormt
een laag tussen het kraakbeen en de weefsels die door het kraakbeen worden ondersteund. Het
perichondrium bevat de bloedvaten die zorgen voor de toevoer van voedingsstoffen aan het
kraakbeen en het bevat een neuronaal component. Gewrichtskraakbeen, dat de uiteinden van
botten in beweegbare gewrichten bedekt, heeft geen perichondrium. Perichondrium en kraakbeen
zien er als volgt uit:
Door variaties in de samenstelling van de matrix zijn drie hoofdtypen kraakbeen te onderscheiden:
• Hyalien kraakbeen
• Elastisch kraakbeen
• Vezelig kraakbeen
Hyalien kraakbeen is de meest voorkomende soort kraakbeen. Je vindt dit type kraakbeen bij
gewrichten, onderdelen van de luchtwegen (neus, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën), aan de
uiteinden van de ribben en aan het uiteinde van lange botten (epifysaire platen). Hyalien kraakbeen
bestaat uit relatief weinig cellen en veel ECM. Aan de ECM vallen drie dingen op:
• Het meest voorkomende proteoglycaan is aggrecan, waaraan wel 150 GAG zijketens
gebonden zitten
• Een ander belangrijk onderdeel van de kraakbeenmatrix is het glycoproteïne
chondronectine. Chondronectine bindt zich specifiek aan GAG's, collageen en integrines,
waardoor de hechting van chondrocyten aan de ECM wordt bemiddeld.
• Direct rond elke chondrocyt is de ECM relatief rijker aan GAG's dan collageen, deze
gebieden heten de territoriale matrix. Deze territoriale matrix zal bij HE-kleuringen
donkerder roze kleuren dan de rest van de matrix, door de aanwezigheid van de vele
basofiele GAGs.
Rond het hyalien kraakbeen ligt het perichondrium, dat essentieel is voor de groei en het
onderhoud van kraakbeen. De buitenste laag van het perichondrium bestaat grotendeels uit
collageen type I vezels en fibroblasten. De binnenste laag van het perichondrium bevat daarnaast
, ook mesenchymale stamcellen. Hieruit kunnen chondroblasten ontstaan, dit zijn jonge
chondrocyten. Deze chondroblasten hebben een halve maan structuur. Ze zullen differentiëren tot
chondrocyten en dan een meer ronde structuur aannemen.
Onder de microscoop ziet hyalien kraakbeen er als volgt uit:
a - Hyalien kraakbeen met bovenaan perichondrium (P) dat langzaam overgaat in het hyalien
kraakbeen. In het kraakbeen zijn chondrocyten (C) en matrix (M) te zien. b – Hyalien kraakbeen
met aan beide kanten perichondrium (P). Er zijn chondrocyten (C) te zien, die in lacunes liggen.
Rond de cellen ligt matrix (M).
Elastisch kraakbeen komt erg overeen met hyalien kraakbeen, alleen heeft het ook elastine
vezels naast de collageen type II vezels. Dit maakt elastisch kraakbeen flexibeler dan hyalien
kraakbeen. Dit type kraakbeen komt voor in het oor, de epiglottis en de bovenste luchtwegen. De
elastine vezels zijn met kleuring te zien als donkere bundels die oneven verdeeld zijn over de
matrix. Verder lijken de cellen en het perichondrium op de onderdelen van het hyalien kraakbeen.
Elastisch kraakbeen ziet er als volgt uit:
a - Elastisch kraakbeen met chondrocyten (C) en een matrix (M) die elastine vezels bevat.
b - Hier zijn de elastine vezels donker zwart gekleurd. Er is ook perichondrium (P) te zien.