Jurisprudentie IPR
Naam arrest Inhoud R.o. en artikel
Week 1
Week 2
Ingmar/Eaton (K6) Dit ging over een agent die in Engeland was gevestigd voor de Brexit en werkte voor een Art. 17 en 18 richtlijn
agentschapovereenkomsten
Amerikaans bedrijf in Europa. Er werd gekozen voor Amerikaans recht. Speciaal voor agenten is er
r.o. 25
binnen de Europese Unie een richtlijn. Rome I zegt dat je mag kiezen voor een ander recht, maar
als die agent werkzaam is binnen de EU verkrijgt deze ook die bescherming. Ook al is het geen
volledig Europees geval kan er dus nog steeds worden afgeweken van het gekozen recht.
Rechtsregel:
Indien er een speciale regeling is binnen Europa dienen bedrijven buiten Europa zich hier ook aan
te houden mits de agenten in Europa werkzaam zijn, dit druist dus in tegen de rechtskeuze voor een
ander soort statelijk recht.
Unamar (K10) • Gaat ook over een handelsagent. Governing law was Bulgaria Art. 9 Rome I
• EU directive 86/853 r.o. 50 t/m 52
o Belgium a Bulgaria applied it, but Belgium has a broader scope for protection for
agents (overriding mandatory rules)
• Forum was Belgium and the overriding mandatory rules of Belgium were applied you have
to pay the compensation following Belgium Law
• Both countries have rules to protect agents
• Gold plating -> higher standards in different Member States
Hier is het dus niet toegestaan om dan de regels van België over te nemen.
ICF/Balkenende (K7) Exceptie objectieve aanknopingspunt en nauwst verbonden band. Art. 4 Rome I
r.o. 59, 61 & 63
r.o. 41, 42 en 46
Rechtsregel: De rechter kan in een uitzonderingsgeval een deel van de overeenkomst onderwerpen
aan een ander rechtsstelsel dan de rest van de overeenkomst. Dit kan alleen als dat deel van de
overeenkomst autonoom is. Dit noemen we objectieve depaçage. De objectieve depaçage heeft
geen invloed op de subjectieve depaçage (partiële rechtskeuze).
1
, Jurisprudentie IPR
Twee bepalingen strijden om voorrang. Art. 6 lid 2 onder a EVO (nu art. 8 lid 2 Rome I) bepaalt
dat op een arbeidsovereenkomst met internationale aanknopingspunten het recht van toepassing is
van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht (hier: Nederland). Dit aangewezen
recht wijkt echter voor het recht van een ander land, indien uit het geheel der omstandigheden blijkt
dat de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met dat andere land, zo volgt uit art. 6 lid 2 slot
EVO (art. 8 lid 4 Rome I). Op grond van deze exceptieclausule komt Duits recht voor toepassing in
aanmerking.
De exceptieclausule is nader uitgewerkt in HvJ EG 6 oktober 2009, C-133/08 (ICF/Balkenende). Dit
arrest ziet op art. 4 lid 5, slot EVO (art. 4 lid 3 Rome I) en dus op overeenkomsten in het algemeen,
welke bepaling woordelijk overeenkomt met art. 6 lid 2, slot EVO:
“Artikel 4, lid 5, van dit verdrag moet in die zin worden uitgelegd dat wanneer uit het geheel der omstandigheden
duidelijk blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land dan het land dat wordt bepaald op basis
van een van de criteria van artikel 4, leden 2 tot en met 4, van het verdrag, de rechter die criteria buiten toepassing
dient te laten en het recht dient toe te passen van het land waarmee die overeenkomst het nauwst is verbonden.”
De arbeidsovereenkomst is echter een bijzondere overeenkomst, waarin de bescherming van
werknemers als sociaal(-economisch) zwakkere partij, een belangrijke plaats inneemt. Met het oog
op die werknemersbescherming kent het EVO, evenals Rome I, bijzondere verwijzingsregels,
waarvan de hoofdregel in art. 6 lid 2 onder a EVO dus bepaalt dat het recht van toepassing is van
het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht.
Griechenland/Nikiforidis (K12) Mr Nikiforidis has been employed since 1996 as a teacher at a primary school in Nuremberg run by Art. 9 lid 3 Rome I
the Hellenic Republic. Over the period from October 2010 to December 2012, the Hellenic r.o. 41
Republic reduced Mr Nikiforidis’s gross remuneration, which had previously been calculated in
accordance with German collective bargaining law, by EUR 20 262.32, on account of the enactment
of Laws No 3833/2010 and No 3845/2010 by the Greek legislature. Those laws were designed to
implement the agreements that the Hellenic Republic had concluded with [the ‘Troika’]. Mr
Nikiforidis brought legal proceedings in Germany claiming additional remuneration (…).
– Euro crisis -> het salaris van Nikiforidis gaat ook omlaag
– Empolyment contract can sue in the place of work
– German law contract -> Greece can’t touch this
• There is no local country
• Art. 2 we aren’t litigating in Greece, but in Germany so no overriding
mandatory rule
• Art. 9(3) doesn’t fit as well
• So German law is applied
• There was no possibility to give effect on Greek law
2
Naam arrest Inhoud R.o. en artikel
Week 1
Week 2
Ingmar/Eaton (K6) Dit ging over een agent die in Engeland was gevestigd voor de Brexit en werkte voor een Art. 17 en 18 richtlijn
agentschapovereenkomsten
Amerikaans bedrijf in Europa. Er werd gekozen voor Amerikaans recht. Speciaal voor agenten is er
r.o. 25
binnen de Europese Unie een richtlijn. Rome I zegt dat je mag kiezen voor een ander recht, maar
als die agent werkzaam is binnen de EU verkrijgt deze ook die bescherming. Ook al is het geen
volledig Europees geval kan er dus nog steeds worden afgeweken van het gekozen recht.
Rechtsregel:
Indien er een speciale regeling is binnen Europa dienen bedrijven buiten Europa zich hier ook aan
te houden mits de agenten in Europa werkzaam zijn, dit druist dus in tegen de rechtskeuze voor een
ander soort statelijk recht.
Unamar (K10) • Gaat ook over een handelsagent. Governing law was Bulgaria Art. 9 Rome I
• EU directive 86/853 r.o. 50 t/m 52
o Belgium a Bulgaria applied it, but Belgium has a broader scope for protection for
agents (overriding mandatory rules)
• Forum was Belgium and the overriding mandatory rules of Belgium were applied you have
to pay the compensation following Belgium Law
• Both countries have rules to protect agents
• Gold plating -> higher standards in different Member States
Hier is het dus niet toegestaan om dan de regels van België over te nemen.
ICF/Balkenende (K7) Exceptie objectieve aanknopingspunt en nauwst verbonden band. Art. 4 Rome I
r.o. 59, 61 & 63
r.o. 41, 42 en 46
Rechtsregel: De rechter kan in een uitzonderingsgeval een deel van de overeenkomst onderwerpen
aan een ander rechtsstelsel dan de rest van de overeenkomst. Dit kan alleen als dat deel van de
overeenkomst autonoom is. Dit noemen we objectieve depaçage. De objectieve depaçage heeft
geen invloed op de subjectieve depaçage (partiële rechtskeuze).
1
, Jurisprudentie IPR
Twee bepalingen strijden om voorrang. Art. 6 lid 2 onder a EVO (nu art. 8 lid 2 Rome I) bepaalt
dat op een arbeidsovereenkomst met internationale aanknopingspunten het recht van toepassing is
van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht (hier: Nederland). Dit aangewezen
recht wijkt echter voor het recht van een ander land, indien uit het geheel der omstandigheden blijkt
dat de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met dat andere land, zo volgt uit art. 6 lid 2 slot
EVO (art. 8 lid 4 Rome I). Op grond van deze exceptieclausule komt Duits recht voor toepassing in
aanmerking.
De exceptieclausule is nader uitgewerkt in HvJ EG 6 oktober 2009, C-133/08 (ICF/Balkenende). Dit
arrest ziet op art. 4 lid 5, slot EVO (art. 4 lid 3 Rome I) en dus op overeenkomsten in het algemeen,
welke bepaling woordelijk overeenkomt met art. 6 lid 2, slot EVO:
“Artikel 4, lid 5, van dit verdrag moet in die zin worden uitgelegd dat wanneer uit het geheel der omstandigheden
duidelijk blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land dan het land dat wordt bepaald op basis
van een van de criteria van artikel 4, leden 2 tot en met 4, van het verdrag, de rechter die criteria buiten toepassing
dient te laten en het recht dient toe te passen van het land waarmee die overeenkomst het nauwst is verbonden.”
De arbeidsovereenkomst is echter een bijzondere overeenkomst, waarin de bescherming van
werknemers als sociaal(-economisch) zwakkere partij, een belangrijke plaats inneemt. Met het oog
op die werknemersbescherming kent het EVO, evenals Rome I, bijzondere verwijzingsregels,
waarvan de hoofdregel in art. 6 lid 2 onder a EVO dus bepaalt dat het recht van toepassing is van
het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht.
Griechenland/Nikiforidis (K12) Mr Nikiforidis has been employed since 1996 as a teacher at a primary school in Nuremberg run by Art. 9 lid 3 Rome I
the Hellenic Republic. Over the period from October 2010 to December 2012, the Hellenic r.o. 41
Republic reduced Mr Nikiforidis’s gross remuneration, which had previously been calculated in
accordance with German collective bargaining law, by EUR 20 262.32, on account of the enactment
of Laws No 3833/2010 and No 3845/2010 by the Greek legislature. Those laws were designed to
implement the agreements that the Hellenic Republic had concluded with [the ‘Troika’]. Mr
Nikiforidis brought legal proceedings in Germany claiming additional remuneration (…).
– Euro crisis -> het salaris van Nikiforidis gaat ook omlaag
– Empolyment contract can sue in the place of work
– German law contract -> Greece can’t touch this
• There is no local country
• Art. 2 we aren’t litigating in Greece, but in Germany so no overriding
mandatory rule
• Art. 9(3) doesn’t fit as well
• So German law is applied
• There was no possibility to give effect on Greek law
2