Biologie hst 4 voortplanting en seksualiteit
4.1 De puberteit | 8 t/m 11
Geslachtskenmerken
Of het een jongentje of een meisje is noem je het geslacht of de sekse van de baby.
Geslachtskenmerken Lichamelijke kenmerken waaraan je het geslacht herkent
Primaire geslachtskenmerken De geslachtskenmerken die bij de geboorte al aanwezig zijn
Jongen: penis + balzak
Meisje: vulva (schaamlippen, clitoris, opening van vagina)
Soms wordt er een baby geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken, of de
geslachtskenmerken verschillen van de norm intersekse
Gemiddeld komen jongeren in hun 12e levensjaar in de puberteit.
Verandering:
Lichamelijk
Geestelijk
Sociaal
Lichamelijke veranderingen
Lichamelijke verandering die je aan jezelf kan zien:
De groeispurt
Okselhaar
Schaamhaar
Lichamelijke verandering die je niet aan jezelf kan zien:
Voorplantingsorganen die ontwikkelen
Secundaire geslachtskenmerken Geslachtskenmerken die in je puberteit ontstaan
Je eigen tempo, je eigen lijf
De secundaire geslachtskenmerken van mensen kunnen heel verschillend zijn. Iedere jongen en ieder
meisje ontwikkelt zich in een eigen tempo.
Geestelijke veranderingen
Gemiddeld worden meisjes eerder volwassen dan jongens.
Bij geestelijke veranderingen horen:
Gedachten
Gevoelens
Zelfstandigheid
Sociale leven
Seksualiteit gaat een steeds belangrijkere rol spelen in je leven (verkering).
Je verandert sociaal (anders opstellen tegenover je ouders, anders omgaan met je vriend(inn)en
4.2 Een vrouw | 17 t/m 21
, Baarmoeder en eierstokken
Een vrouw heeft:
1. Eierstokken
2. Een baarmoeder (uterus)
Dikke, gespierde wand bekleed met slijmvlies
Hierin zitten honderdduizenden cellen die zich tot eicel kunnen ontwikkelen
o Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen
Onrijpe eicellen zijn al aanwezig vanaf de geboorte
Elk van deze cellen is omgeven door een laag andere cellen jonge follikel
Als een meisje in de puberteit komt, kunnen in de eierstokken follikels rijpen. In elke follikel ontstaat
een holte gevuld met vocht.
Ovulatie
Vanaf de puberteit wordt ongeveer één keer per maand een follikel rijp. Een rijpe follikel puilt buiten
de eierstok. De follikel neemt dan veel vocht op, waardoor hij openbarst en de eicel vrijkomt
ovulatie / eisprong
Uit de restanten van het follikelweefsel wordt het gele lichaam gevormd. De cellen produceren
hormonen.
Ovulatie vindt gemiddeld één keer per 4 weken plaats. Er komt meestal maar één eicel vrij. De
vrijgekomen eicel wordt door het trechtervormige uiteinde van de eileider opgevangen.
De eileider vervoert de eicel naar de baarmoeder. Een eicel blijft na de ovulatie maar twaalf tot
vierentwintig uur in leven. Daarna sterft hij af. De resten worden opgenomen in het bloed (gebeurt in
de eileider).
Clitoris en schaamlippen
4.1 De puberteit | 8 t/m 11
Geslachtskenmerken
Of het een jongentje of een meisje is noem je het geslacht of de sekse van de baby.
Geslachtskenmerken Lichamelijke kenmerken waaraan je het geslacht herkent
Primaire geslachtskenmerken De geslachtskenmerken die bij de geboorte al aanwezig zijn
Jongen: penis + balzak
Meisje: vulva (schaamlippen, clitoris, opening van vagina)
Soms wordt er een baby geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken, of de
geslachtskenmerken verschillen van de norm intersekse
Gemiddeld komen jongeren in hun 12e levensjaar in de puberteit.
Verandering:
Lichamelijk
Geestelijk
Sociaal
Lichamelijke veranderingen
Lichamelijke verandering die je aan jezelf kan zien:
De groeispurt
Okselhaar
Schaamhaar
Lichamelijke verandering die je niet aan jezelf kan zien:
Voorplantingsorganen die ontwikkelen
Secundaire geslachtskenmerken Geslachtskenmerken die in je puberteit ontstaan
Je eigen tempo, je eigen lijf
De secundaire geslachtskenmerken van mensen kunnen heel verschillend zijn. Iedere jongen en ieder
meisje ontwikkelt zich in een eigen tempo.
Geestelijke veranderingen
Gemiddeld worden meisjes eerder volwassen dan jongens.
Bij geestelijke veranderingen horen:
Gedachten
Gevoelens
Zelfstandigheid
Sociale leven
Seksualiteit gaat een steeds belangrijkere rol spelen in je leven (verkering).
Je verandert sociaal (anders opstellen tegenover je ouders, anders omgaan met je vriend(inn)en
4.2 Een vrouw | 17 t/m 21
, Baarmoeder en eierstokken
Een vrouw heeft:
1. Eierstokken
2. Een baarmoeder (uterus)
Dikke, gespierde wand bekleed met slijmvlies
Hierin zitten honderdduizenden cellen die zich tot eicel kunnen ontwikkelen
o Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen
Onrijpe eicellen zijn al aanwezig vanaf de geboorte
Elk van deze cellen is omgeven door een laag andere cellen jonge follikel
Als een meisje in de puberteit komt, kunnen in de eierstokken follikels rijpen. In elke follikel ontstaat
een holte gevuld met vocht.
Ovulatie
Vanaf de puberteit wordt ongeveer één keer per maand een follikel rijp. Een rijpe follikel puilt buiten
de eierstok. De follikel neemt dan veel vocht op, waardoor hij openbarst en de eicel vrijkomt
ovulatie / eisprong
Uit de restanten van het follikelweefsel wordt het gele lichaam gevormd. De cellen produceren
hormonen.
Ovulatie vindt gemiddeld één keer per 4 weken plaats. Er komt meestal maar één eicel vrij. De
vrijgekomen eicel wordt door het trechtervormige uiteinde van de eileider opgevangen.
De eileider vervoert de eicel naar de baarmoeder. Een eicel blijft na de ovulatie maar twaalf tot
vierentwintig uur in leven. Daarna sterft hij af. De resten worden opgenomen in het bloed (gebeurt in
de eileider).
Clitoris en schaamlippen