Bouwkunde en architectuur
Les 1
Taken FM’er en positie van FM’er in beheer en onderhoud van gebouwen
Relatie gebouw en andere faciliteiten:
Toelichting:
Buitenste kring = Kosten die alleen maar te maken hebben met het gebruik van het gebouw
(keuzes die je als organisatie maakt).
Middelste kring = Kosten die te maken hebben met services (tussen gebruik en gebouw in).
Binnenste kring = Kosten die te maken hebben met het gebouw zelf (onroerend goed,
rioolbelasting, verzekering).
Hoe meer buiten de kring, hoe meer invloed je hebt (binnenste kring alleen invloed als je het
gebouw gaat ontwerpen in het PvE).
Gebruiker vs. Eigenaar:
Eigenaar
- investeerder: institutionele beleggers (=grote verzekeringsmaatschappij)
- economisch goed
- gericht op ROI (rendement)
Gebruiker
- gericht op het ondersteunen van het primaire proces
- exploitatie en beheer
Beheer = Omvat alle onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om tijdens de gebruiksperiode,
de prestaties (goed uiterlijk, subjectief, aantal m², bereikbaarheid, bouwkundige staat,
,onderhoudsstaat, installatietechniek, isolatiewaarde m²) van een gebouw in stand te houden
en het gebouw te gebruiken voor het doel waarvoor het is gerealiseerd.
Rol bij nieuwbouw:
- Initiatieffase: er is een idee om een gebouw te bouwen (eisen PvE)
- Ontwerpfase: architect maakt een ontwerp a.d.h.v. het PvE
- Bouwfase: gebouw wordt gebouwd aannemer
- Exploitatiefase: gebruik van gebouw
FM eigen belang:
Naarmate de ontwerpfase voortvloeit naar de exploitatiekosten is de invloed heel klein
(alleen bij initiatieffase en ontwerp veel) en de kosten worden hoger (exploitatie: hypotheek
en gebruikskosten).
Niveau van beheer (exploitatie):
1. Strategisch: heel lang
- locatiekeus
- vastgoed portefeuille
2. Tactisch: ± 10 jaar
- meerjarenonderhoudsplanning
3. Operationeel: dagelijks
- dagelijkse onderhoudswerkzaamheden plannen
Hoe hoger het niveau (van operationeel naar strategisch), hoe zuurder het is als je de
verkeerde beslissing maakt.
Rollen van FM’er:
- Huismeester
- Beheerder
- Adviseur
- Ontwikkelaar
- Intermediair
Het facilitair zintuig = Dat jij ziet wat anderen niet snel zien (met andere ogen naar
gebouwen kijken, zien wat je wel/niet met het gebouw kan). Het vermogen om in de
, organisatie zaken te kunnen waarnemen die gevolgen kunnen hebben op de bedrijfsvoering.
Bijv. slechte toegankelijkheid, onderhoudstoestand, hoog energieverbruik.
Les 2
Bouworganisaties en partijen
Partijen in bouwproces: opdrachtgever (bijv. particulier, projectontwikkelaar, overheid,
bedrijf).
Opdrachtgever moet regelen: grond, vergunningen, financiering, beslissingen, PvE, kiezen
partners.
Ontwerp:
- Architect/bouwmeester: tekeningen, bestek, begrotingen
- Opzichter: vertegenwoordiger van de architect op de bouw en toetst aan bestek en
tekeningen
Uitvoering:
- Hoofdaannemer: voert het werk uit, stuurt onderaannemers aan
- Uitvoerder: vertegenwoordiger van de aannemer op de bouw
Diversen:
- Onderaannemer: specialistisch (bijv. stukadoor, loodgieter, elektricien)
- Overheid: gemeente (bestemmingsplan, vergunningen)
- Overigen: adviseurs/specialisten (kosten, milieu, akoestiek)
Organisatievormen:
1. Lijnorganisatie
- opdrachtgever + architect beslissen gezamenlijk
- architect = ontwerper + coördinator + vertrouwenspersoon
- met gemaakt plan zoek je daarna een aannemer
- geschikt voor niet te gecompliceerde projecten (bijv. woning)
- ‘maatpak’
2. Bouwteam
- vanaf ontwerpfase iedereen erbij betrokken
- partijen gezamenlijk verantwoordelijk
- partijen nemen gezamenlijk de belangrijkste beslissingen
- bij ontbinding geldt: geheimhouding over prijs
- ‘maatpak’
3. Complete levering
- ‘sleutelklaar plan’ / ‘turn-key’
- weinig inbreng