Thema 5 de Peuter
5.1 Lichamelijke ontwikkeling
Algemeen:
De peuterfase start rond de 18 maand. En het eindigt op 4 jarige leeftijd.
De peuterfase is een geheel nieuwe fase van de mens. Je leert veel denk
aan woordenschat en veel bewegingen. En de peuter stelt veel vragen.
Motorische ontwikkeling:
De peuter oefent vooral de grove motoriek. Dit doen peuters zodat ze
veel bewegingen oefenen. De motorische mijlpalen van beweging staan
hieronder in het schema
Mijlpalen Motorische ontwikkeling van de peuter
Loopt achteruit +18 maanden
Bouwt een toren van drie +18 maanden
blokken
Loopt de trap op 14 – 24 maanden
Schopt een bal weg 14 – 24 maanden
Bouwt een toren van zes + 24 maanden
blokken
Loopt hard Rond de 2 jaar
Staat een tel op 1 been 2-4 jaar
Fietst op een driewieler 3-4 jaar
Hinkelt 3-4 jaar
Vangt een bal Rond 4 de jaar
Zindelijk worden
Een peuter maakt kennis met de WC en het potje. En heeft besef van
ontlasting (poepen en plassen). Om dit te oefenen moet een kind
kennismaken met ontlasting. Dit doe je door een kind op potje te zetten.
Zodat het kind kennis maakt met naar de WC gaan. Maar wat zindelijk
worden wil zeggen is dat je zelf kan aangeven of je naar de WC moet. En
dat je even kan ophouden als er geen toilet in de buurt is.
, 5.2 de cognitieve ontwikkeling:
Algemeen:
De peuter denkt animistisch. Dit houd in dat je in alles een leven ziet. En
dat je denkt dat iedereen het zelfde denkt als jij. En je denkt dat
voorwerpen menselijke eigenschappen hebben.
Een peuter heeft geen norm besef. Dit wil zeggen dat een peuter nog
geen heeft besef van geldende normen en regels van de maatschappij of
opvoeders. Dit is bij een peuter nog niet ontwikkeld
Magisch denken:
Tussen de 3 de en 6 de levensjaar gaat een peuter magisch denken. Een
peuter denkt dat alles kan en heeft geen onderscheid tussen fantasie en
werkelijkheid. Magisch denken helpt de peuter een oplossing te bedenken
voor alle dingen die de peuter niet begrijpt. Magisch denken kan ook
angstig zijn voor een peuter. Neem dit altijd serieus en praat met de
peuter over een uitweg. Magisch denken stopt niet zomaar het is een
geleidelijk proces. Bij het ene kind gaat dit sneller en de ander langzamer.
De creatieve ontwikkeling:
Jonge kinderen zijn heel creatief. Ze doen veel zoals dansen, schilderen en
tekenen bijvoorbeeld. Het is niet gericht of het goed is. De kwaliteit voor
jonge kinderen maakt nog niet uit. Want het gaat om het plezier. De
peuter leert door het te doen. Ze willen veel zelf doen. Laat peuters dit
ook doen. Rond het 3 de levensjaar gaat de peuter betekenissen geven
aan knutselwerkjes of tekeningen. Dit heet de symbolische fase. Ze
bedenken wat ze willen en geven wat ze gemaakt hebben een naam.
Teken ontwikkeling:
Peuter tekenen vaak met hun hele hand dit heet de vuistgreep. Tussen
de levensjaar 3 of 4 leert de peuter de penceelgreep. De hand is een
geheel, de vingers bewegen niet en het potlood wordt vanaf boven
opgepakt . Rond hun 6 de levensjaar heeft de peuter vaak nog geen
voorkeurshand.
Afbeelding 1: Vuistgreep / 2: penceelgreep