Thema 6 het jonge basisschoolkind
Algemeen:
In deze ontwikkelingsfase gaat het jonge schoolkind voor het eerst naar
school. Zijn leven begint nu ook buiten het zien van de opvoeders waar
mee ze zijn opgegroeid. Het jonge school kind is zich van bewust dat hij
een eigen ik heeft en het jonge basisschool kind laat sociaal gedrag zien.
Zo speelt het jonge basisschool kind graag met andere kinderen. tijdens
spel oefent het kind de fijne en grove motoriek. En het jonge
bassischool kind leert hoe ze in een groep kan functioneren.
6.1 lichamelijke ontwikkeling
Algemene feiten over de lichamelijke ontwikkeling van het jonge
basisschoolkind:
- Als het kind de kleuter leeftijd bereikt dan gaan ze minder
snel groeien.
- Een kind groeit gemiddeld 7 cm per jaar en elk jaar 2 kilo
zwaarder
- Jongens zijn over het algemeen groter en zwaarder dan
meisjes
- De voeten van het jonge basisschool kind groeien elk jaar 1
maat groter.
- Rond het 5 de en 6 de levensjaar verliezen kinderen hun
eerste melktand
Lichamelijke verandering:
In deze fase groeit het lichaam sneller dan het hoofd. De romp groeit
ook sneller en daardoor lijken de benen van het kind korter. Het bolle
peuterbuikje en de mollige handen verdwijnen. En het uiterlijk van het
jonge basisschoolkind ziet er een stuk slanker uit. De
lichaamsverhoudingen gaan steeds meer op een volwassene lijken.
Ook gaan de botten in enkels en polsen zich veder uitbreiden.
, 6.1 lichamelijke ontwikkeling
Motorisch vaardigheden:
Grove motoriek:
De grove motoriek oefent het jonge schoolkind door veel te bewegen. Het
evenwicht en de coördinatie verbeterd hierdoor. In het 5 de tot 6 de
levensjaar kan het jonge schoolkind hinkkelen, tienseconden op een been
staan en een rechte koprol maken. Tussen de 6 en 7 de levensjaar gaan de
meeste kinderen fietsen. En lukt het 15 keer te stuiteren met een bal.
Daarnaast houd het jonge schoolkind van springen, draaien. En oefent het
jonge schoolkind met evenwicht. Dit doet het jonge schoolkind door over
randjes te lopen. het lukt het jonge school kind om bewegingen te maken
en hij oefent hier mee.
Motorische mijlpalen grove motoriek:
Leeftijd 5 tot 6 jaar Leeftijd 6 tot 7 jaar
Hinkelen fietsen
10 seconde op 1 been staan 15 keer een bal stuiteren
Rechte koprol maken X
Fijne motoriek:
In deze fase ontwikkeld de fijne motoriek zich snel in tempo. De oog-
handcoördinatie word steeds sterker en gaan bepaalde handelingen
makkelijker. Maar bij het jonge schoolkind gaat het met name over
oefenen van de fijne motoriek.
Motorische mijlpalen Fijne motoriek:
Leeftijd 5 tot 6 jaar Leeftijd 6 tot 7 jaar
Schenken zonder te morsen Veterstrikken
Kleine kralenrijgen X
6.2 cognitieve ontwikkeling
Objectconservatie: