Casus 1 Sophie
- Latijnse benamingen
- Kenmerken die een ontsteking typeren
- Belangrijkste beenderen
- Lichaamsholtes (borst, buik, bekken en schedel)
- Milieu interieur, homeostase
- Belangrijke begrippen in de pathologie
- Epidemiologie
- Belangrijkste groepen doodsoorzaken
- Etiologie en pathogenese (met belangrijke processen)
- Verschillende soorten aandoeningen
- Belangrijke risicofactoren
- Anamnese
- ABCDE-methodiek
Casus 2 familie Versteeg
- Metabolisering, toediening van geneesmiddelen
- Absorptie, distributie, m
- Afweersysteem (volledig)
- Acute lokale ontstekingsreactie
- Koorts, leukocytose
- Immuunrespons
- Soorten immuniteit
- Belangrijkste termen in de farmacologie
- Naamgeving geneesmiddelen moeten alledrie aangevuld worden
- Statines, bètablokkers, Placebo- effect
- Factoren die de juiste dosering van geneesmiddelen bepalen
- Effect van ouderdom op farmacokinetiek van geneesmiddelen
,Casus 1 -Sophie
Literatuur: Ross&Willson hoofdstuk 1(bladzijdes 13-19)
Latijnse benamingen
anterior= aan de voorkant (ventraall)
lateral= aan de zijkant (lateraal)
posterior= aan de achterkant (dorsaal)
superior= aan de bovenkant (craniaal)
inferior= aan de onderkant (caudaal)
distaal= verder van het centrum van het lichaam dan…
proximaal= dichterbij het centrum van het lichaam dan…
sinistra= links
dextra= rechts
Welke 5 kenmerken typeren een ontsteking? (begrippen uit het Latijn)
- rubor (roodheid)
- calor (warmte)
- dolor (pijn)
- tumor (zwelling)
- functio laesa (functieverlies)
tensie=druk
emie= bloed
Belangrijkste beenderen
Axiale skelet(as van het lichaam) bestaat uit: de schedel, de wervelkolom, het borstbeen en de
ribben.
Appendiculaire skelet bestaat uit: schoudergordels en bovenste ledematen, de bekkengordel
en de onderste ledematen.
Figuur 1.18 (bladzijde 13, Ross&Willson)
Lichaamsholtes
schedel- , thorax- , buik- en bekkenholte
,Schedelholte
Borstholte
Structuur
Anterior- het sternum en het ribkraakbeen van de ribben
Lateral- 12 paar ribben en tussenribspieren
Posterior- de thoracale wervels
Superior- de structuren die de wortel van de hals vormen
Inferior- het diafragma, een koepelvormige spier
Inhoud
- De trachea, 2 bronchi, 2 longen
- Het hart, de aorta, de vena cava superior en inferior, talloze andere bloedvaten
- De oesophagus (de slokdarm)
- Lymfevaten en lymfeklieren
- Enkele belangrijke zenuwen
mediastinum= de ruimte tussen de longen, inclusief de structuren die daar liggen, zoals het
hart, de slokdarm en de bloedvaten.
Figuur 1.23 (bladzijde 16, Ross&Willson)
Buikholte
Structuur
Anterior- de spieren die de voorste buikwand vormen
Lateral- onderste ribben en delen van de buikwandspieren
Posterior- lumbale wervels en spieren die de achterste buikwand vormen
, Superior- het diafragma dat het van de borstholte scheidt
Inferior- het verlengde van de bekkenholte
Inhoud
- De maag, de dunne darm en het grootste deel van de dikke darm
- De lever, galblaas, galwegen en pancreas(alvleesklier)
- De milt
- 2 nieren en het bovenste deel van de ureters
- 2 bijnieren en het bovenste deel van de ureters
- Talrijke bloedvaten, lymfevaten, lymfeklieren en zenuwen
Figuur 1.24, 1.25 en 1.26(bladzijdes 17 en 18 Ross&Willson)
Bekkenholte
Figuur 1.27 en 1.28 (bladzijde 19 Ross&Willson)
5 onderdelen van de wervelkolom
Nekwervels: 7 vertebrae cervicales (cervicale wervelkolom)
Borstwervels: 12 vertebrae thoracales (thoracale wervelkolom)
Lendewervels: 5 vertebrae lumbales (lumbale wervelkolom)
Heiligbeen: sacrum
Staartbeentje: coccyx
Literatuur: Ross&Willson hoofdstuk 2
Milieu intérieur= het vocht dat de lichaamscellen omspoelt, weefselvloeistof
Homeostase= het inwendig evenwicht van het lichaam
- Hierbij blijven interne omstandigheden zoals temperatuur, zuurgraad, de samenstelling
van het bloed en vochtgehalte constant binnen bepaalde waarden, ook wanneer
externe omstandigheden veranderen.
Literatuur: Pathologie hoofdstuk 1.1-1.6
Belangrijke begrippen in de pathologie (figuur 1.1 bladzijde 4)
anatomie= (leer van) de bouw en structuur van het lichaam
complicaties= onverwachte bijkomende aandoeningen die optreden in het beloop of bij
behandeling van een aandoening
diagnostiek= het geneeskundig onderzoek waarmee de aard van een ziekte/aandoening( de
diagnose) wordt vastgesteld
epidemiologie= (leer van) het voorkomen van ziekten/aandoeningen onder de bevolking