Anatomie, Fysiologie & Pathologie Jaar 1 Periode 1
Fontys 2025/2026
--
,Dit document bevat een overzicht van de belangrijkste onderwerpen binnen het vak
Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP).
Het doel van dit vak is om te leren hoe het lichaam werkt (fysiologie), hoe het is
opgebouwd (anatomie), en wat er gebeurt bij ziekte (pathologie). Daarnaast leer je hoe
je als verpleegkundige goed en logisch kunt nadenken over wat er aan de hand is met
een patiënt. Dit noemen we klinisch redeneren.
Je leert onder andere:
- Hoe je het lichaam observeert en belangrijke waarden meet
- Wat normaal is en wat afwijkend is
- Hoe medicijnen werken in het lichaam
- Wat bloed doet, hoe het hart werkt en wat er mis kan gaan bij bijvoorbeeld hartfalen
,*Hoofdstukkenoverzicht / Inhoudsopgave*
1. Kennis maken met klinisch redeneren
2. Basisparameters
3. Cel- en weefselleer
4. Cel- en weefselleer: weefseltypen
5. Basisparameters 2
6. Farmacologie
7. Bloed: samenstelling
8. Bloed: pathologie
9. Cardiovasculair systeem
10. Elektrofysiologie van het hart
11. Zuurstofbalans van het myocard
12. Hypertensie
13. Hartfalen
14. Standaarden en classificaties bij hartfalen
15. Verpleegkundig redeneren in de context
---
, Introductie: Wat leer je in dit blok?
In dit onderdeel van de opleiding leer je hoe je als verpleegkundige goed kunt
nadenken, observeren en handelen bij zieke mensen. Dit noemen we klinisch
redeneren. Je leert hoe je stap voor stap inschat wat er met een patiënt aan de
hand is, welke signalen belangrijk zijn, en wat jij als verpleegkundige kunt
doen om de juiste zorg te geven.
Je gebruikt hierbij verpleegkundige kennis, zoals:
● Classificaties om problemen goed te benoemen (bijvoorbeeld
NANDA, NIC, NOC, PES).
● Parameters zoals hartslag, ademhaling, bloeddruk, temperatuur en
bewustzijn.
● De normaalwaarden van die parameters en wat het betekent als die
waarden afwijken.
Daarnaast heb je ook medische kennis nodig, bijvoorbeeld:
● Anatomie (hoe het lichaam is opgebouwd),
● Fysiologie (hoe het lichaam werkt),
● Pathologie (wat er mis kan gaan),
● Farmacologie (hoe medicijnen werken),
● Psychologie (hoe mensen denken, voelen en reageren op ziekte).
Je leert hoe je deze kennis toepast in een echte situatie (een casus),
bijvoorbeeld bij een patiënt met hartfalen, hypertensie of een hartinfarct.
Fontys 2025/2026
--
,Dit document bevat een overzicht van de belangrijkste onderwerpen binnen het vak
Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP).
Het doel van dit vak is om te leren hoe het lichaam werkt (fysiologie), hoe het is
opgebouwd (anatomie), en wat er gebeurt bij ziekte (pathologie). Daarnaast leer je hoe
je als verpleegkundige goed en logisch kunt nadenken over wat er aan de hand is met
een patiënt. Dit noemen we klinisch redeneren.
Je leert onder andere:
- Hoe je het lichaam observeert en belangrijke waarden meet
- Wat normaal is en wat afwijkend is
- Hoe medicijnen werken in het lichaam
- Wat bloed doet, hoe het hart werkt en wat er mis kan gaan bij bijvoorbeeld hartfalen
,*Hoofdstukkenoverzicht / Inhoudsopgave*
1. Kennis maken met klinisch redeneren
2. Basisparameters
3. Cel- en weefselleer
4. Cel- en weefselleer: weefseltypen
5. Basisparameters 2
6. Farmacologie
7. Bloed: samenstelling
8. Bloed: pathologie
9. Cardiovasculair systeem
10. Elektrofysiologie van het hart
11. Zuurstofbalans van het myocard
12. Hypertensie
13. Hartfalen
14. Standaarden en classificaties bij hartfalen
15. Verpleegkundig redeneren in de context
---
, Introductie: Wat leer je in dit blok?
In dit onderdeel van de opleiding leer je hoe je als verpleegkundige goed kunt
nadenken, observeren en handelen bij zieke mensen. Dit noemen we klinisch
redeneren. Je leert hoe je stap voor stap inschat wat er met een patiënt aan de
hand is, welke signalen belangrijk zijn, en wat jij als verpleegkundige kunt
doen om de juiste zorg te geven.
Je gebruikt hierbij verpleegkundige kennis, zoals:
● Classificaties om problemen goed te benoemen (bijvoorbeeld
NANDA, NIC, NOC, PES).
● Parameters zoals hartslag, ademhaling, bloeddruk, temperatuur en
bewustzijn.
● De normaalwaarden van die parameters en wat het betekent als die
waarden afwijken.
Daarnaast heb je ook medische kennis nodig, bijvoorbeeld:
● Anatomie (hoe het lichaam is opgebouwd),
● Fysiologie (hoe het lichaam werkt),
● Pathologie (wat er mis kan gaan),
● Farmacologie (hoe medicijnen werken),
● Psychologie (hoe mensen denken, voelen en reageren op ziekte).
Je leert hoe je deze kennis toepast in een echte situatie (een casus),
bijvoorbeeld bij een patiënt met hartfalen, hypertensie of een hartinfarct.