Samenvatting van de Samenvatting – Staatsinrichting
Hoofdstuk 1 – fundamentele kenmerken
Nederland is een constitutionele monarchie = Een land met een koningschap die berust op
een constitutie of grondwet, waardoor de macht van de koning beperkt is.
In de constitutie staan regels en wetten over de inrichting van de staat en de verhouding
tussen burgers en staat.
- Veel West-Europese koningen hebben beperkte tot geen, maar vooral een symbolische en
ceremoniële functie.
- In Nederland zit de koning ook nog eens in de regering samen met de ministers, de koning is
onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk voor alles wat de koning zegt of doet.
(Ministeriële verantwoordelijkheid) -> (Artikel 42).
- Het Nederlandse koningschap is erfelijk (artikel 24).
Koninkrijk der Nederlanden
- Nederland (+ Caraïbische gemeenten)
- Aruba
- Curaçao
- Sint-Maarten
Nederland is een Parlementaire democratie, in een parlementaire democratie worden de
volksvertegenwoordigers rechtstreeks gekozen door de bevolking. De
volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen hiermee het volk in het parlement.
De burger kan hiermee indirect zijn invloed uitoefenen op het regeringsbeleid. Dit omdat de
regering de meerderheid van het vertrouwen van het parlement nodig heeft. Als dit
vertrouwen er niet meer is, moet de regering opstappen.
Nederland is een rechtsstaat.
- Rechtstaat = staat waarbij de overheidsmacht wordt ingeperkt door wetten, regels en
gewoonten die zijn vastgelegd in de grondwet.
- Doel = Machtsmisbruik misbruik van de overheid voorkomen.
- De overheid dient zich aan de wetten en regels te houden (legaliteitsbeginsel)
- Al deze regels en wetten zijn vastgelegd in de grondwet.
Hoofdstuk 2 – politieke partijen
Politieke Partij = Vereniging die bestaat uit mensen met een gemeenschappelijke politieke
visie of ideologie over hoe de staat ingericht moet worden.
Doel = deelnemen aan het bestuur (vertegenwoordigende organen) van het land om zo zijn
invloed op het bestuur uit te oefenen.
Vertegenwoordigende organen = tweede kamer, provinciale staten, gemeenteraad,
waterschappen, Europees Parlement).
, Uitgangspunten en Ideeën van een politieke partij zijn vastgelegd in een beginselprogramma,
als de verkiezingen Naderen maken partijen verkiezingsprogramma’s, hierin staat welk
beleid, op grond van de beginselen van de partij, de komende 4 jaar gevoerd moet worden.
Om reclame te maken het verkiezingsprogramma, voeren Partijen campagnes. Partijen gaan
de straten op om mensen te informeren over hun partij in de hoop stemmen te winnen.
Een Politieke partij onderscheidt zich van een actie- of pressiegroep
- Politieke partijen houden zich bezig met uiteenlopende politieke problemen, actiegroepen
beperken dit tot enkele eisen
- Politieke partijen houden zich bezig met het bestuur van het land, actiegroepen niet.
Functies politieke partijen:
- Kandidatenlijsten opstellen
- Standpunten in de praktijk verwerken
- Burgers stimuleren om politiek actief te worden
Confessioneel – niet confessioneel
- Confessionele partijen = partijen waarbij hun uitgangspunten en ideeën gebaseerd zijn op
geloofsovertuigingen. (CDA, ChristenUnie, SGP)
- Niet-confessionele partijen = partijen die hun ideeën niet hebben gebaseerd op
geloofsovertuigingen. (VVD, PVV, GroenLinks)
Links – Midden – Rechts
- Links = actief overheidsingrijpen is vereist om zo gelijkheid in de samenleving te realiseren.
- Midden = partijen die zich moeilijk links of rechts plaatsen
- Rechts = ongelijkheid in macht en inkomen is onvermijdelijk en redelijk. Weinig
overheidsingrijpen.
Conservatief – progressief
- Conservatief = behoudend & Traditioneel
- Progressief = vooruitstrevend & verandering
Organisatie politieke partijen
Lokale afdelingen
- Kandidatenlijsten en verkiezingsprogramma’s opstellen gemeenteraadsverkiezingen.
Congres
- Hoogste orgaan in een politieke partij
- Komen 1 of 2x per jaar bij elkaar over belangrijk politieke-inhoudelijke kwesties besluiten te
nemen.
- Stelt de beginsel- en verkiezingsprogramma’s vast.
Hoofdstuk 1 – fundamentele kenmerken
Nederland is een constitutionele monarchie = Een land met een koningschap die berust op
een constitutie of grondwet, waardoor de macht van de koning beperkt is.
In de constitutie staan regels en wetten over de inrichting van de staat en de verhouding
tussen burgers en staat.
- Veel West-Europese koningen hebben beperkte tot geen, maar vooral een symbolische en
ceremoniële functie.
- In Nederland zit de koning ook nog eens in de regering samen met de ministers, de koning is
onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk voor alles wat de koning zegt of doet.
(Ministeriële verantwoordelijkheid) -> (Artikel 42).
- Het Nederlandse koningschap is erfelijk (artikel 24).
Koninkrijk der Nederlanden
- Nederland (+ Caraïbische gemeenten)
- Aruba
- Curaçao
- Sint-Maarten
Nederland is een Parlementaire democratie, in een parlementaire democratie worden de
volksvertegenwoordigers rechtstreeks gekozen door de bevolking. De
volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen hiermee het volk in het parlement.
De burger kan hiermee indirect zijn invloed uitoefenen op het regeringsbeleid. Dit omdat de
regering de meerderheid van het vertrouwen van het parlement nodig heeft. Als dit
vertrouwen er niet meer is, moet de regering opstappen.
Nederland is een rechtsstaat.
- Rechtstaat = staat waarbij de overheidsmacht wordt ingeperkt door wetten, regels en
gewoonten die zijn vastgelegd in de grondwet.
- Doel = Machtsmisbruik misbruik van de overheid voorkomen.
- De overheid dient zich aan de wetten en regels te houden (legaliteitsbeginsel)
- Al deze regels en wetten zijn vastgelegd in de grondwet.
Hoofdstuk 2 – politieke partijen
Politieke Partij = Vereniging die bestaat uit mensen met een gemeenschappelijke politieke
visie of ideologie over hoe de staat ingericht moet worden.
Doel = deelnemen aan het bestuur (vertegenwoordigende organen) van het land om zo zijn
invloed op het bestuur uit te oefenen.
Vertegenwoordigende organen = tweede kamer, provinciale staten, gemeenteraad,
waterschappen, Europees Parlement).
, Uitgangspunten en Ideeën van een politieke partij zijn vastgelegd in een beginselprogramma,
als de verkiezingen Naderen maken partijen verkiezingsprogramma’s, hierin staat welk
beleid, op grond van de beginselen van de partij, de komende 4 jaar gevoerd moet worden.
Om reclame te maken het verkiezingsprogramma, voeren Partijen campagnes. Partijen gaan
de straten op om mensen te informeren over hun partij in de hoop stemmen te winnen.
Een Politieke partij onderscheidt zich van een actie- of pressiegroep
- Politieke partijen houden zich bezig met uiteenlopende politieke problemen, actiegroepen
beperken dit tot enkele eisen
- Politieke partijen houden zich bezig met het bestuur van het land, actiegroepen niet.
Functies politieke partijen:
- Kandidatenlijsten opstellen
- Standpunten in de praktijk verwerken
- Burgers stimuleren om politiek actief te worden
Confessioneel – niet confessioneel
- Confessionele partijen = partijen waarbij hun uitgangspunten en ideeën gebaseerd zijn op
geloofsovertuigingen. (CDA, ChristenUnie, SGP)
- Niet-confessionele partijen = partijen die hun ideeën niet hebben gebaseerd op
geloofsovertuigingen. (VVD, PVV, GroenLinks)
Links – Midden – Rechts
- Links = actief overheidsingrijpen is vereist om zo gelijkheid in de samenleving te realiseren.
- Midden = partijen die zich moeilijk links of rechts plaatsen
- Rechts = ongelijkheid in macht en inkomen is onvermijdelijk en redelijk. Weinig
overheidsingrijpen.
Conservatief – progressief
- Conservatief = behoudend & Traditioneel
- Progressief = vooruitstrevend & verandering
Organisatie politieke partijen
Lokale afdelingen
- Kandidatenlijsten en verkiezingsprogramma’s opstellen gemeenteraadsverkiezingen.
Congres
- Hoogste orgaan in een politieke partij
- Komen 1 of 2x per jaar bij elkaar over belangrijk politieke-inhoudelijke kwesties besluiten te
nemen.
- Stelt de beginsel- en verkiezingsprogramma’s vast.