Middeleeuwen samenvattingen
Hoorcollege week 1 – 18 november 2022
A. Periodiseren
B. Uitvinding van de middeleeuwen
C. De ontdekking van de middeleeuwen
D. Middeleeuwse misverstanden
E. Middeleeuwse erfenis
Periodiseren
Middeleeuwen
Tussen Oudheid en Vroegmoderne Tijd
500-1500 n.C.
Tijdvak 3 : Ridders en Monniken
Tijdvak 4 : Steden en Staten
Vroege middeleeuwen : ca. 500-950
Volle middeleeuwen : ca. 950-1200
Late middeleeuwen : ca. 1200-1500
Kenmerkende aspecten
Tijdvak 3: Tijd van Monniken en Ridders
9. Het ontstaan en de verspreiding van de Islam
10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door
een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa
Tijdvak 4: Tijd van Steden en Staten (alleen VWO)
13. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving
14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
15. Het begin van staatsvorming en centralisatie
16. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de
geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
, 17. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van
kruistochten
Het begin van de middeleeuwen
313 = Edict van Milaan = Christendom wordt toegestaan
378 = Romeinse legers worden verslagen door Visogot bij Adrianopolis
394 = Christendom wordt staatsgodsdienst onder keizer Theodosius
410 = Inname Rome
Het einde van de middeleeuwen:
a) 1492 = ontdekking Amerika
b) 1350/1550 = Renaissance
c) 1453 = Einde honderdjarige oorlog
d) 1453 = val van Constantinopel
e) 1517 = reformatie
f) In Nederland ook wel 1566/1568/1580 = Beeldenstorm / begin van de opstand / verbod op
rk-eredienst.
B. de uitvinding van de middeleeuwen
Renaissance & humanisme : negatieve waardering (‘’het is een tussentijd tussen 2
bloeiperioden)
Verlichting : negatief over de Middeleeuwen
Jacob Burckhardt (1860)
‘’Die Kultur der Renaissance in Italien.
C. de ontdekking van de Middeleeuwen
De Romantiek : positieve waardering
Architectuur eind 19e eeuw : neogotiek
D. Middeleeuwse misverstanden
, Functie van de geschiedenis volgens Kocka:
De rol van traditie en mythevorming
Vraag : bestaan er over mijn onderwerp bekende vooroordelen, misvattingen of andere
veelgehoorde onwaarheden die zouden moeten worden ontmaskerd?
Enkele middeleeuwse misverstanden
a) ‘’Romeinse cultuur ging ten onder in 476’’
- Beeld van humanisten
- Trots op eigen tijd, afzetten tegen ‘’donkere middeleeuwen’’
- Bevestigd door beeld van de verlichters
- Grote invloed op het onderwijs
De erfenis van het RR ging NIET verloren in 476:
- ORR : Byzantium / Constantinopel
- Arabieren (vanaf 622 verspreid via de Islam)
- Christendom : Paus in Rome / cultuuroverdracht via kerk en kloosters
- Karolingische Renaissance, zorgde voor conservering van een flink deel van het Romeinse
erfgoed
- In 476 merkte niemand iets ervan
‘’Barbaarse invallen’’ waren niet bedoeld om het RR ten val te brengen maar juist om erbij te
horen
Germaanse bondgenoten hadden eeuwenlang al een hoofdbestaan in het RR
b) ‘’in de middeleeuwen bestond er het feodale stelsel’’
- Het feodale systeem is geen systeem, pas in de late middeleeuwen ontstonden er wel
feodale verhoudingen.
- Er bestond in de vroege middeleeuwen geen ‘feodaal systeem’ en geen feodale werkelijkheid
c) ‘’Ridders speelden een belangrijke rol in de Middeleeuwen’’
- Ons beeld van ridders is gebaseerd op het middeleeuwse beeld van ridders dan op de
historische werkelijkheid.
- Het middeleeuwse beeld van ridders is gebaseerd op fictionele literatuur.
d) ‘’In de Middeleeuwen dachten de mensen dat de aarde plat was’’
- Dat was niet zo
e) ‘’In de Middeleeuwen kon bijna niemand lezen of schrijven en speelde het schrift geen rol’’
- ‘’Karel de Grote kon niet lezen en schrijven’’
Hoorcollege week 1 – 18 november 2022
A. Periodiseren
B. Uitvinding van de middeleeuwen
C. De ontdekking van de middeleeuwen
D. Middeleeuwse misverstanden
E. Middeleeuwse erfenis
Periodiseren
Middeleeuwen
Tussen Oudheid en Vroegmoderne Tijd
500-1500 n.C.
Tijdvak 3 : Ridders en Monniken
Tijdvak 4 : Steden en Staten
Vroege middeleeuwen : ca. 500-950
Volle middeleeuwen : ca. 950-1200
Late middeleeuwen : ca. 1200-1500
Kenmerkende aspecten
Tijdvak 3: Tijd van Monniken en Ridders
9. Het ontstaan en de verspreiding van de Islam
10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door
een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa
Tijdvak 4: Tijd van Steden en Staten (alleen VWO)
13. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een
agrarisch-urbane samenleving
14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
15. Het begin van staatsvorming en centralisatie
16. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de
geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
, 17. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van
kruistochten
Het begin van de middeleeuwen
313 = Edict van Milaan = Christendom wordt toegestaan
378 = Romeinse legers worden verslagen door Visogot bij Adrianopolis
394 = Christendom wordt staatsgodsdienst onder keizer Theodosius
410 = Inname Rome
Het einde van de middeleeuwen:
a) 1492 = ontdekking Amerika
b) 1350/1550 = Renaissance
c) 1453 = Einde honderdjarige oorlog
d) 1453 = val van Constantinopel
e) 1517 = reformatie
f) In Nederland ook wel 1566/1568/1580 = Beeldenstorm / begin van de opstand / verbod op
rk-eredienst.
B. de uitvinding van de middeleeuwen
Renaissance & humanisme : negatieve waardering (‘’het is een tussentijd tussen 2
bloeiperioden)
Verlichting : negatief over de Middeleeuwen
Jacob Burckhardt (1860)
‘’Die Kultur der Renaissance in Italien.
C. de ontdekking van de Middeleeuwen
De Romantiek : positieve waardering
Architectuur eind 19e eeuw : neogotiek
D. Middeleeuwse misverstanden
, Functie van de geschiedenis volgens Kocka:
De rol van traditie en mythevorming
Vraag : bestaan er over mijn onderwerp bekende vooroordelen, misvattingen of andere
veelgehoorde onwaarheden die zouden moeten worden ontmaskerd?
Enkele middeleeuwse misverstanden
a) ‘’Romeinse cultuur ging ten onder in 476’’
- Beeld van humanisten
- Trots op eigen tijd, afzetten tegen ‘’donkere middeleeuwen’’
- Bevestigd door beeld van de verlichters
- Grote invloed op het onderwijs
De erfenis van het RR ging NIET verloren in 476:
- ORR : Byzantium / Constantinopel
- Arabieren (vanaf 622 verspreid via de Islam)
- Christendom : Paus in Rome / cultuuroverdracht via kerk en kloosters
- Karolingische Renaissance, zorgde voor conservering van een flink deel van het Romeinse
erfgoed
- In 476 merkte niemand iets ervan
‘’Barbaarse invallen’’ waren niet bedoeld om het RR ten val te brengen maar juist om erbij te
horen
Germaanse bondgenoten hadden eeuwenlang al een hoofdbestaan in het RR
b) ‘’in de middeleeuwen bestond er het feodale stelsel’’
- Het feodale systeem is geen systeem, pas in de late middeleeuwen ontstonden er wel
feodale verhoudingen.
- Er bestond in de vroege middeleeuwen geen ‘feodaal systeem’ en geen feodale werkelijkheid
c) ‘’Ridders speelden een belangrijke rol in de Middeleeuwen’’
- Ons beeld van ridders is gebaseerd op het middeleeuwse beeld van ridders dan op de
historische werkelijkheid.
- Het middeleeuwse beeld van ridders is gebaseerd op fictionele literatuur.
d) ‘’In de Middeleeuwen dachten de mensen dat de aarde plat was’’
- Dat was niet zo
e) ‘’In de Middeleeuwen kon bijna niemand lezen of schrijven en speelde het schrift geen rol’’
- ‘’Karel de Grote kon niet lezen en schrijven’’