Theorieën over het leesproces
Bottom-upmodel
- Lezer begint met het waarnemen op het meest elementaire niveau: de letters
- Hoe meer ervaring iemand heeft met lezen, hoe sneller het proces gaat
- Leesproces is een kwestie van waarnemen van letter voor letter en woord
voor woord en past de lezer snel de elementaire leeshandeling plaats
- Geen goede verklaring voor het feit dat we zinnen veel sneller kunnen lezen
dan losse woorden
Top-downmodel
- Lezer maakt sterk gebruik van zijn voorkennis en de context
- Lezen is een proces van voorspellen, selecteren en toetsen
- Lezer kijkt heel globaal en maakt relatief weinig gebruik van alle visuele
informatie
Interactief model
- Interactie tussen bottom-up en top-down modellen
- Lezen is een afwisseling tussen voorspellend lezen en woord voor woord lezen
- Wisselwerking tussen de visuele informatie die een lezer krijgt en de kennis van
de taal
Strategisch technisch lezen
De elementaire leeshandeling
- Letter voor letter een woord verklanken
o b/o/s
- Essentieel belang zodat de koppeling tussen foneem en grafeem duidelijk
wordt
- Laag leestempo
- Lastig bij langere woorden
Lezen met behulp van clusters en spellingspatronen
- Herkennen van lettercombinaties
o Sch/oe/n
- Niet-klankzuivere woorden ontcijferen
Lezen met behulp van de visuele woordvorm
- Directe woordherkenning
- Naïef of globaal lezen
- Strategie om snel en efficiënt te lezen
- Beginfase van het leesonderwijs waarna ze de spellingsstructuur kunnen
herkennen
Lezen met behulp van morfologische analyse
- Meerlettergrepige woorden
- Morfeem
o Een letter of een combinatie van letters die een betekenis heeft
, Lezen met behulp van de context
- Gebruik maken van de syntactische structuur
o Grammaticale regels die structuur in de woorden in de zin brengen
- Gebruik maken van de betekenis van woorden en zinnen
Voordrachtsaspecten
Uitspraak en articulatie
- Lezer spreekt verstaanbaar en correct de woorden en zinnen van een tekst uit
- Spellingsuitspraak
o Pannenkoeken – je spreekt de n niet uit -> als je dit wel doet
spellingsuitspraak
- Correcte uitspraak kan problemen opleveren als een kind bepaalde klanken
inslikt of verkeerd articuleert
o Spraakproblemen
o Anderstalige achtergrond
o NT2
Klemtoon
- Betrekking op het accent in woorden én zinnen
- In een zin kan de klemtoon op verschillende plekken liggen
Zinsmelodie
- Verloop van toonhoogte in een zin
o Bij vragende zin loopt de zinsmelodie omhoog aan het eind
o Bij mededelende zin omlaag
- Leestekens helpen
Natuurlijkheid en emotionaliteit
- Tijdens het hardop lezen dezelfde manier van spreken hanteert als in een
gewoon gesprek of een mondelinge presentatie
- Personages persoonlijkheden geven
- Verschil laten horen tussen de directe en indirecte reden
Tempo
- Vloeiend lezen
- Goede leessnelheid
- Goede afwisseling van snelle en langzame passages
Volume
- Geluidsterkte waarop je voorleest
- Afwisseling tussen hard en zacht
Lezen van woordgroepen
- Na bepaalde zinsdelen een kleine pauze
- Spanning creëren
Lezen van interpunctie
- Speciale vaardigheid
- Elk op hun eigen manier bepalend voor de manier waarop je een zin leest