Cursus 1.
BMR = de hoeveelheid energie die je verbruikt in rust. Deze bereken je door de formule van
Harris en Benedict (hierin komen voor ziekte en groei extra toeslagen). Ruststofwisseling is
afhankelijk van leeftijd, gewicht, geslacht en hoogte.
Mannen: BMR = 88,362 + (13,397 x gewicht) + (4,799 x hoogte) – (5,677 x leeftijd) =
kcal/d.
Vrouwen: BMR = 477,593 + (9,247 x gewicht) + ( 3,098 x hoogte) – (4,33 x leeftijd) =
kcal/d.
Schatten met schofield: leeftijd aflezen in tabel dan kijk je bij a. vervolgen lees je b af en
deze vermenigvuldig je met het lichaamsgewicht, dan heb je MJ per dag KJ kcal.
Basaalstofwisseling = a + b x lichaamsgewicht.
PAL = physicalactivity level bestaat uit MET en is gemeten over 24 uur.
MET = metabole equivalent/totale activiteit. 1 met komt overeen met het niveau van
energieverbruik in rust. 1 MET = 1x BMR. Dus als je 5 MET hebt = 5x BMR.
De beweegnorm voor volwassenen = minstens 30 minuten per dag 5 dagen in de week op
een intensiteit van 4-6,5 x de ruststofwisseling = dus 4 – 6,5 MET.
TEE (totaal energieverbruik): BMR x PAL
Energiebehoefte:
- Ruststofwisseling 50-65%
- Voeding/spijsvertering 10%
- Beweging 30-50 %
Hoe ouder je wordt hoe groter je vetmassa.
1 kg. Afvallen in één week = 1000 kcal minder per dag.
Middelomtrek vrouwen:
- 68 – 80: goed, geen verhoogd risico.
- 80-88: gevarenzone inzicht, nog geen verhoogd risico.
- >88 verhoogd risico.
Manieren om lichaamssamenstelling te bepalen:
- Gewicht
- Lengte
- Middelomtrek
- Huidplooimeter
- Bio-impedantie meter
- Middel/heup ratio
- Skelet breedtematen
Metingen om lichaamsbeweging/intensiteit te schatten:
- Stappenteller
- Hartslagmeter
- Fitnessapparaten
- Apps/smartphone
, RQ = respiratoir quotient verhouding tussen uitgeademde lucht en ingeademde lucht.
RQ = verhouding CO2/ verhouding O2. ligt tussen 0.7 en 1
0.7 is totale vetverbranding, lage intensiteit.
1 is totale glucoseverbranding, hoge intensiteit.
Lichaamsmassa = vetmassa (VM) + vetvrije massa (VVM)
VM = zeer goed beïnvloedbaar door voeding en fysieke activiteit.
VVM = heterogene samenstelling:
- Water
- Eiwit (bijv. spier)
- Glucogeen
- Mineralen (bijv. bot)
BMI is kg/m2.
Vertering = het uit elkaar halen (mond, maag, darm)
Metabole weging = hoe vetten, kh, eiwitten in je bloed verdergaan.
Lipase = het enzym dat lipide afbreekt. Lipase breekt triglyceriden af tot glycerol en verzuren.
Lever maakt LDL en HDL.
LDL = veel cholesterol slecht.
HDL = haalt cholesterol op goed.
Micellen (water oplosbaar) worden gevormd uit:
- Monoglyceriden.
- Lange verzuren.
- Galzuren emulgator.
Pyrodruivenzuur = pyruvaat.
Glucose, glycerol, glycogeen (aminozuren) kunnen worden omgezet in pyrodruivenzuur.
Enzym kun je herkennen aan:
- -ase.
- -ine (kan ook een hormoon zijn) pepsine (pepsinogeen)trypsine enzymen.
Maltose wordt afgebroken door maltase.
Lactose wordt afgebroken door lactase.
Galzuur:
- Hydrofobe kant = waterafstotend, vetoplosbaar.
- Hydrofiele kant = wateroplosbaar.
Chylvaten = lymfevaten.
Sfincter van oddi reguleert afgifte van gal en pancreassap. Galblaas en pancreas monden uit
op duodenum.
BMR = de hoeveelheid energie die je verbruikt in rust. Deze bereken je door de formule van
Harris en Benedict (hierin komen voor ziekte en groei extra toeslagen). Ruststofwisseling is
afhankelijk van leeftijd, gewicht, geslacht en hoogte.
Mannen: BMR = 88,362 + (13,397 x gewicht) + (4,799 x hoogte) – (5,677 x leeftijd) =
kcal/d.
Vrouwen: BMR = 477,593 + (9,247 x gewicht) + ( 3,098 x hoogte) – (4,33 x leeftijd) =
kcal/d.
Schatten met schofield: leeftijd aflezen in tabel dan kijk je bij a. vervolgen lees je b af en
deze vermenigvuldig je met het lichaamsgewicht, dan heb je MJ per dag KJ kcal.
Basaalstofwisseling = a + b x lichaamsgewicht.
PAL = physicalactivity level bestaat uit MET en is gemeten over 24 uur.
MET = metabole equivalent/totale activiteit. 1 met komt overeen met het niveau van
energieverbruik in rust. 1 MET = 1x BMR. Dus als je 5 MET hebt = 5x BMR.
De beweegnorm voor volwassenen = minstens 30 minuten per dag 5 dagen in de week op
een intensiteit van 4-6,5 x de ruststofwisseling = dus 4 – 6,5 MET.
TEE (totaal energieverbruik): BMR x PAL
Energiebehoefte:
- Ruststofwisseling 50-65%
- Voeding/spijsvertering 10%
- Beweging 30-50 %
Hoe ouder je wordt hoe groter je vetmassa.
1 kg. Afvallen in één week = 1000 kcal minder per dag.
Middelomtrek vrouwen:
- 68 – 80: goed, geen verhoogd risico.
- 80-88: gevarenzone inzicht, nog geen verhoogd risico.
- >88 verhoogd risico.
Manieren om lichaamssamenstelling te bepalen:
- Gewicht
- Lengte
- Middelomtrek
- Huidplooimeter
- Bio-impedantie meter
- Middel/heup ratio
- Skelet breedtematen
Metingen om lichaamsbeweging/intensiteit te schatten:
- Stappenteller
- Hartslagmeter
- Fitnessapparaten
- Apps/smartphone
, RQ = respiratoir quotient verhouding tussen uitgeademde lucht en ingeademde lucht.
RQ = verhouding CO2/ verhouding O2. ligt tussen 0.7 en 1
0.7 is totale vetverbranding, lage intensiteit.
1 is totale glucoseverbranding, hoge intensiteit.
Lichaamsmassa = vetmassa (VM) + vetvrije massa (VVM)
VM = zeer goed beïnvloedbaar door voeding en fysieke activiteit.
VVM = heterogene samenstelling:
- Water
- Eiwit (bijv. spier)
- Glucogeen
- Mineralen (bijv. bot)
BMI is kg/m2.
Vertering = het uit elkaar halen (mond, maag, darm)
Metabole weging = hoe vetten, kh, eiwitten in je bloed verdergaan.
Lipase = het enzym dat lipide afbreekt. Lipase breekt triglyceriden af tot glycerol en verzuren.
Lever maakt LDL en HDL.
LDL = veel cholesterol slecht.
HDL = haalt cholesterol op goed.
Micellen (water oplosbaar) worden gevormd uit:
- Monoglyceriden.
- Lange verzuren.
- Galzuren emulgator.
Pyrodruivenzuur = pyruvaat.
Glucose, glycerol, glycogeen (aminozuren) kunnen worden omgezet in pyrodruivenzuur.
Enzym kun je herkennen aan:
- -ase.
- -ine (kan ook een hormoon zijn) pepsine (pepsinogeen)trypsine enzymen.
Maltose wordt afgebroken door maltase.
Lactose wordt afgebroken door lactase.
Galzuur:
- Hydrofobe kant = waterafstotend, vetoplosbaar.
- Hydrofiele kant = wateroplosbaar.
Chylvaten = lymfevaten.
Sfincter van oddi reguleert afgifte van gal en pancreassap. Galblaas en pancreas monden uit
op duodenum.