Het taalsysteem
Fonologie
- Klankleer
- Uitspraak van woorden
- Regels voor de volgorde van spraakklanken, intonatie of woordaccent
- Kleinste elementen van taal
- Foneem
o Klank die betekenisverschil tussen woorden veroorzaakt
Morfologie
- Hoe woorden zijn opgebouwd
- Morfeem
o Kleinste betekenis dragende element van de taal
o Vrij
▪ Woorden die los kunnen voorkomen
o Gebonden
▪ Altijd gekoppeld aan een ander woord
▪ Voorvoegsel
▪ Achtervoegsel
▪ Niet altijd een duidelijke betekenis
- Samenstelling
o Twee losse woorden samenvoegen tot één woord
- Afleiding
o Woord waarvan niet alle delen als zelfstandig woord kunnen
voorkopen
- Verbuiging
o Samenvoegen van een vrij en gebonden morfeem, zonder dat er een
nieuw woord ontstaat
o Meervouden, verkleinwoorden, vergelijkingen, buiging-s en buiging-e
- Vervoeging
o Werkwoorden
Syntaxis
- Leer van de zinsopbouw
- Regels voor het combineren van woorden
- Woordbenoemen
o Zelfstandig naamwoord
o Bijvoeglijk naamwoord
o Telwoord
▪ Onbepaald
▪ Bepaald
▪ Rangtel
o Werkwoord
▪ Hulp
▪ Koppel
▪ Zelfstandig
, o Lidwoord
o Voornaamwoord
▪ Persoonlijk
▪ Bezittelijk
▪ Aanwijzend
▪ Onbepaald
▪ Betrekkelijk
▪ Vragend
o Bijwoord
o Voorzetsel
o Voegwoord
▪ Nevenschikkend
▪ Onderschikkend
o Tussenwerpsel
- Zinsontleden
o Onderwerp
o Werkwoordelijk gezegde
o Naamwoordelijk gezegde
o Lijdend voorwerp
o Meewerkend voorwerp
o Voorzetselvoorwerp
o Bijwoordelijke bepaling
o Bepaling van gesteldheid
Semantiek
- Betekenis van het fonologische, morfologische en syntactische niveau
- Antoniemen
o Woorden die een tegengestelde betekenis hebben
o Vast - los
- Synoniemen
o Twee woorden met dezelfde betekenis
o Rijwiel - fiets
- Hyponiemen
o Woorden waarvan de betekenis ook door een ander woord wordt
uitgedrukt
o Mango – fruit
Pragmatiek
- Gebruik van de taal
- Beschrijven van het concrete taalgebruik
- Taalhandelingen
o Verrichten van communicatieve handeling
- Gesprekken
o Regels die sterk sociaal of cultureel bepaald zijn
- Teksten
o Schrijftaal verschilt van spreektaal
o Zinsbouw en woordkeus