Schriftsystemen
- Pictografisch systeem
o Woorden weergeven door middel van tekeningen en afbeeldingen
o Oudste manier
o Verkeersborden
- Logografisch systeem
o Taal op een systematische manier weergeven
o Chinees
- Alfabetisch schriftsysteem
o Taal wordt weergegeven door afzonderlijke spraakklanken te noteren
o Alfabet
Spellingsprincipes van het Nederlands
Fonologisch principes
- Elk foneem wordt door een apart grafeem weergegeven
- Klankzuiver
o Woorden die alleen volgens het fonologisch principe worden gespeld
Morfologisch principe
- Bij de spelling van een woord niet uitgaan van klank, maar de vorm van
woorden
- Regel van gelijkvormigheid
o Morfeem steeds op dezelfde manier schrijven
- Regel van overeenkomst
o Opbouw van een woord in de spelling duidelijk
Etymologisch principe
- Herkomst is bepalend voor de schrijfwijze van een woord of spraakklank
Syllabisch principe
- Klankstukken bepalend zijn voor de spelling
o Lange klank wordt anders geschreven dan korte klank
- Verdubbeling en verenkeling
Spellingsstrategieën
Fonologische strategie
- Auditieve spellingsstrategie
- Elementaire spellingshandeling
o Analyseren
o Volgorde onthouden
o Juiste grafemen aan fonemen koppelen
- Klankclusterstrategie
o Lettercombinaties
Woordbeeldstrategie
- Weetwoorden
o Ei-ij
, o Au-ou
Regelstrategie
- Klank of klankencombinatie wijkt af van de schrijfwijze
o Ies- isch
o Vlaa – vla
Analogiestrategie
- Vergelijken met andere woorden
o Overeenkomst in klankvorm
o Overeenkomst in betekenis
- Voorkennis van spelling
Hulpstrategie
- Zelfbedachte geheugensteuntjes
- Ezelsbruggetjes
Spellingscategorieën
- Indelen van de leerstof met dezelfde spellingsmoeilijkheid
- Cito
1. Mkm-woorden
2. Mmkm-woorden en mkmm-woorden
3. Mmkmm-woorden
4. Woorden met een tussenklank die niet geschreven wordt
5. Woorden met meer dan twee medeklinkers na elkaar
6. Woorden met sch- of schr-
7. Woorden met -ng of -nk
8. Woorden met f-, v-, s- of z-
9. Woorden met uitgang -je of -tje
10. Woorden met ge-, be-, ver- of met -el, -er -en
11. Woorden met -ei- of -ij-
12. Woorden met -aai, -ooi of -oei
13. Samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar
14. Woorden met klankcombinatie -eer, -oor of -eur
15. Woorden met -a, -o of -u
16. Woorden met -au, -auw, -ou of -ouw
17. Woorden met -ch of -cht
18. Woorden met -d
19. Woorden met -eeuw, -ieuw of -uw
20. Woorden met open eerste lettergreep
21. Woorden met gesloten eerste lettergreep
22. Verandering van -f in -v en -s in -z bij vervoeging en meervoud
23. Woorden met -em, -elen, -enen of -eren
24. Woorden met -lijk en -ig
25. Woorden waarin /ie/ wordt geschreven als i
26. Woorden waarin /s/ geschreven wordt als c
27. Woorden waarin /k/ geschreven wordt als c
28. Woorden waarin /zje/ geschreven wordt als ge
29. Woorden beginnend met ’s of eindigend op ‘s