COLLEGEDICTAAT
,Contents
College 1 .................................................................................................................................................. 2
College 2 .................................................................................................................................................. 5
College 3 .................................................................................................................................................. 8
College 4 ................................................................................................................................................ 11
College 5 Boek 3 rechten ....................................................................................................................... 13
College 6: Boek 5 rechten...................................................................................................................... 20
Responsiecollege ................................................................................................................................... 22
Page 1 of 22
,College 1
Goederenrecht
> Boek 3 rechten
Boek 5 rechten
Eigendom
Goederenrecht: eigendomsrecht met 7 goederen rechtelijke rechten.
Beperkt recht: afgeleid van een meer-omvattende recht, die een last drukt op het eigendomsrecht
(art. 3:8 BW). Het eigendomsrecht wordt hierdoor minder machtig.
Goederenecht: is zeer sterk aangezien het 3 rechten heeft
1. Absolute werking: je kunt je recht geldend maken, inroepen ten opzichten van iedere
derden (= iedereen)
2. Zaaksgevolg: het recht volgt de zaak / het recht zit aan de zaak vast gekleefd
3. Prioriteit: A. een eerder gevestigd goederen recht gaat voor een later gevestigd goederen
recht
B. Relatieve rechten gaan altijd voor
Burgerlijk Wetboek
Boek 1
Boek 2
Boek 3 Vermogensrecht algemeen
Boek 4
Boek 5 Zakelijke rechten
Boek 6 Algemeen gedeelte verbintenissenrecht
Boek 7 Bijzondere overeenkomsten
Boek 7A Bijzondere overeenkomsten
Boek 8
Boek 9 In de maak
Boek 3, 5, 6, 7 en 7A hebben een samenloop
Koopovereenkomst tussen A en B vanwege een iPod
Art. 3:84 Bw noemt 3 eisen waarbij het eigendom wordt overgedragen
Eis 1 hoort tot het verbintenissen recht
Eis 2 + 3 hoort tot het goederen recht
Gelaagde structuur: de regels gaan van algemeen naar bijzonder. Ieder boek heeft afzonderlijk gezien
ook nog een gelaagde structuur. De gelaagde structuur zit dus op 2 niveaus.
Begrippenkader boek 3
Goed: kan gesplitst worden in stoffelijk object (art. 3:2 Bw) en vermogensrecht (art. 3:6 Bw)
Vermogensrecht
> Contractueel
Recht op schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad
Rechtmatige daden
------- ^ Verbintenissenrecht v Goederenrecht -------
Boek 3 rechten
Boek 5 rechten
Eigendom
Zaak: stoffelijk object
Page 2 of 22
, Onroerend/roerende zaak: natrekking (art. 5:3 Bw) of bestanddeelvorming (tekening sheet)
Afhankelijk recht
Hypotheekrecht tussen A en de Bank en pandrecht hebben een onderliggende
rechtsverhouding
Geldlening
Wanneer de geldlening stopt, is er ook geen hypotheekrecht meer
Registergoed
> Onroerende zaken
Grote boten
Vliegtuigen
Artikel 2.[Zaken] Boek 3
Zaken
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
Ontw. 3.1.1.1; BW art. 5:1 e.v., 15 ; BW art. 8:7
Artikel 6.[Vermogensrechten] Boek 3
Vermogensrechten
Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de
rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het
vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten.
Ontw. art. 3.1.1.5; BW art. 3:1 , 83
Artikel 3.[Natrekking] Boek 5
Natrekking
Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de eigenaar van een zaak eigenaar van al haar bestanddelen.
Ontw. 5.1.5; BW 643 (oud); BW 3:4 ; 5:14 , 20
Goederenrechtelijke bepalingen
Boek 3
> Beperkte rechten
* Recht van vruchtbaarheid
Recht van pand
Recht van hypotheek
Boek 5
> Moederrecht
* Eigendomsrecht
Beperkte rechten
* Recht van erfdienstbaarheid
Recht van erfpacht
Recht van opstal
‘Vreemde eend’
* Recht van appartement
Bezit en houderschap
Bezit
> De feitelijke macht uitoefenen voor zichzelf (algemeen)
Pretenderen eigenaar te zijn
A–B–C
B is een winkel
B heeft iets verkocht aan C
Blijkt dat B beschikkingsonbevoegd was
Page 3 of 22