27 januari ’20
Week 1: Inleiding
Doel van belastingen
- Dekken van overheidsuitgaven
- Ordenen van de samenleving
o Milieu
o Kinderen
Inkomstenbelasting is een draagkrachtheffing. Hoe meer vermogen, hoe meer belasting je
betaalt. Indicatoren van draagkracht:
- Inkomen
- Vermogen
- Winst
- Consumptie
Onderverdeling van de verschillende boxen
Analytische IB Synthetische IB
5 categorieën van box 1: Progressieve tarief van box 1
- Periodieke uitkeringen en verstrekkingen
- Winst uit onderneming
- Loon
- Eigen woning
- Overige werkzaamheden
,Inkomen uit aanmerkelijk belang box 2:
- Speciale heffing voor grootaandeelhouders
- Tarief 25%
Inkomen uit sparen en beleggen box 3:
- Forfaitair
- Tarief 30%
- Winner or loser?
Rangorderegeling zegt dat zodra iets is belast in box 1, hetzelfde bedrag niet meer belast
kan worden in box 2 of 3
, HC 2
3 februari ’20
Week 2 Hoofdstuk 2 + 3.1 + 11
Bronnentheorie 2 soorten boxen:
3 vereisten voor de theorie:
- Deelname aan het economisch verkeer
- Oogmerk om voordeel te behalen
- Het voordeel is redelijkerwijs te
verwachten
Deelname aan het economisch verkeer kan zijn in
privésfeer of in belaste sfeer.
Eigen woning forfait (Art. 3.112 Wet IB 2001)
Berekent forfaitair de inkomsten uit eigen woning
Werkelijke kosten niet aftrekbaar
Vermogensrendementsheffing 2019:
Werking van box 3:
- Heffing over fictief rendement (4% in 2017)
- Belastingpercentage van 30%
, HC 3
10 februari ’20
Week 3: belastingheffing vermogen
Fiscale oorzaken voor vermogensongelijkheid:
Algemene fiscale oorzaken
- Onevenwichtigheden in internationaal verband
- Mogelijkheden tot belastingontwijking (en ontduiking)
Onevenwichtige belastingheffing ondernemingen
- (Te) veel fiscale voordelen voor ondernemingen
- Plus mogelijkheden voor (inter)nationale constructies
Onevenwichtige belastingheffing particulieren
- (Laag) belasten vermogensinkomsten
- (Niet) belasten vermogensbezit
- (Laag/niet) belasten vermogensoverdracht(verkrijging)
Het meten van draagkracht van vermogen vereist draagkrachtindicatoren (meeteenheid):
- Indicator 1: inkomen uit/met vermogen (IB)
- Indicator 2: bezit van vermogen (VB)
- Indicator 3: verkrijgen van vermogen (SW)
Keuzemogelijkheden voor de wetgever: