Hoorcollege: Socialisatie en ongelijkheid 1.2
Hoorcollege 1
Hoe kijken we? En wat zien we dan?
• ‘De-familiarisering’ van Baumann: bevragen van de dingen zoals ze zijn en ze niet
beschouwen als normaal. Dit betekent dat we niet alles vanzelfsprekend accepteren,
maar juist dat wat normaal lijkt bevragen. “De-familiarize the familiar and familiarize
the unfamiliar”.
- De kerncompetentie van een socioloog of sociologisch denken is gebaseerd op de-
familiarisering.
• Stads – en onderwijssociologisch en sociaal-pedagogisch; In een grootstedelijke en
superdiverse samenleving, zoals Rotterdam, richt sociologisch onderzoek zich op hoe
kinderen opgroeien en worden opgevoed.
• De focus ligt daarbij op socialisatiemechanismen op socialisatie mechanismen
binnen de leefwerelden/domeinen van het gezin, de peer group en het onderwijs.
Superdiversiteit en de grote stad.
• Superdiversiteit is mondiaal omdat de eerste die deze term gebruikt heeft is Steven
Vertovec. Hij deed dit in 2007 omdat er in 10 steden in de wereld een zogenaamd
kantelmoment ontstaan is.
• Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een beschrijving van
een sociologisch-demografische transitie
• Amsterdam en Rotterdam als ‘Majority-minority cities’ (Crul, 2013: 12). Dit betekent
dat de meerderheid van de bevolking bestaat uit minderheidsgroepen.
• Groeiende d ́ iversiteit binnen de diversiteit’ en wisselwerking tussen
verschillende identiteitsdimensies (Vertovec, 2007)
• En de verhouding met macht, kapitaal en ongelijkheid? Superdiversiteit en de grote
stad’: klas als mini-samenleving
Wat is het verschil tussen culturele diversiteit en superdiversiteit?
• Culturele diversiteit zien we vaak voorbij komen. Veel steden in Europa zijn cultureel
diversiteit is niet heel bijzonder. De culturele diversiteit gaat samen met het
demografische kantelpunt. Culturele diversiteit komt dus vrijwel overal voor.
Superdiversiteit heeft 3 kenmerken
1. majority-minority cities/demografisch kantelpunt
2. groeiende culturele diversiteit
3. de groeiende diversiteit binnen diversiteit
,• Dit betekent dat niet alleen de stad als geheel diverser wordt, maar ook binnen de
bestaande groepen steeds meer variatie ontstaat.
• De groeiende diversiteit binnen diversiteit: de culturele diversiteit wordt nog verder
divers. De groeiende sociaal-economische, culinaire en electorale kenmerken worden
groter binnen de diversiteit. Als je de etnische groepen van 50 jaar geleden zou
vergelijken, dan zouden er verschillen zijn in termen van levensstijl. Als je naar 50 jaar
later kijkt dan zie je nog grotere verschillen, binnen bijvoorbeeld een culturele groep
zoals Chinezen worden de verschillen op onder andere sociaal-economisch niveau
groter.
Socialisatie, subjectificatie (persoonswording) en code-switchen.
• Sociale codes: sociale codes gaan over de geschreven en ongeschreven regels van een
groep. Sociale codes zijn hyper inclusief voor de leden van elke groep en ze zijn super
exclusief voor de mensen die buiten deze groep zitten. Hoe hechter de groep is (sociale
cohesie) hoe duidelijker de sociale codes zijn.
• Peer group codes: sociale codes vanuit leeftijdsgenoten
• Parental codes: sociale codes vanuit het ouderlijk milieu
• School codes: sociale codes vanuit je school
• Code-switchen: code-switchen = verschillend gebruik van verschillende sociale codes.
Kinderen komen vanuit parental codes terecht in school codes en herkennen dat zij gaan
switchen in de codes die zij in bepaalde situaties moeten gebruiken. Een derde is peer
group codes. Elke sociale groep heeft verwachtingen van je, zowel impliciet als expliciet,
welke je gedrag sturen.
In verschillende leeftijdsfases zijn andere sociale codes meer van invloed.
In een monoculturele samenleving overlappen deze codes vaak sterk. In een
superdiverse stad verschillen ze echter sterk, wat leidt tot code-switchen. Dit is het
aanpassen van gedrag en communicatie aan de sociale context. Jongeren navigeren
voortdurend tussen verschillende codes, afhankelijk van de situatie: thuis, op school of
in hun vriendengroep.
Code-switchen kan uitdagend zijn en gepaard gaan met sociale pijn, vooral wanneer
jongeren zich buitengesloten voelen. In klaslokalen waar leerlingen zich niet thuis
voelen, daalt hun prestatie. Als ze zich echter ingesloten voelen en geaccepteerd worden,
presteren ze beter. In een superdiverse stedelijke omgeving leidt de behoefte aan een
gedeeld "wij" tot de vorming van nieuwe identiteiten die de verschillende sociale codes
overstijgen.
,Hoorcollege 2
Wat is identiteit?
• Je kunt 3 vragen stellen over identiteit: Wie ben ik?, Hoe ben ik? en Wat ben ik?
• Wie ben ik?- gaat over persoonsidentiteit
• Hoe ben ik?- psychologische disposities/kenmerken (aangeboren of niet)
• Wat ben ik?- sociale identiteit (ben ik een vrouw of een man, een student of docent)
(sociale identiteit gaat over wat je bent in relatie met anderen in je omgeving)
Sociale identiteit volgens Tajfel (1978)
● Sociale identiteit volgens Tajfel (1978); “That part of an individual’s self-concept,
which derives from his knowledge of their membership in a social group (or
groups) together with the value or emotional significance attached to that
membership”
● Volgens de sociale identificatie verloopt sociale identificatie doordat mensen
zichzelf indelen in in groepen (sociale categorisatie)
● De volgende stap is dat je jezelf identificeert als groepslid (sociale identificatie)
● De derde stap is dat jouw eigen groep zich vergelijkt met een andere groep, zoals
dat je aardiger, slimmer etc bent dan een andere groep. Je zorgt ervoor dat jouw
groep er beter uit komt uit de vergelijking (sociale vergelijking/ positive
distinctiveness)
● De laatste stap is zelfwaardering (zelfwaardering)
Het belang van sociale identiteit zijn:
• Sociale erkenning en waardering
• Affectieve banden, verbondenheid
• Ordening, duidelijkheid
Omgaan met negatieve sociale identiteit
● Negatieve sociale identiteit kan moeilijk zijn om mee om te gaan, omdat je jezelf
minder waardeert
Reactie: individuele mobiliteit
● Het individu verandert identificatie met groep: zoals dat je van het ene
voetbalteam naar het andere voetbalteam kan overgaan
● Als groepsgrenzen/-verschillen:
● Legitiem: bijv. het klopt dat jouw voetbalteam het niet goed doet
● Stabiel: de komende tijd zal er ook geen verbetering komen in het team
● Doorlaatbaar: het is mogelijk om naar een ander voetbalteam over te stappen
, Reactie: sociale creativiteit
● Het aspect waarop ze hun groep vergelijken met andere groepen kan zorgen voor
toch een positieve waardering over je eigen groep
● Dus: verandering van vergelijking aspect door het veranderen van de inhoud door
positieve kenmerken ten opzichte van negatieve oordelen zetten
Reactie: sociale verandering (competitie)
● Hier probeer je de maatschappij te veranderen en de status/positie van je groep
te verbeteren
- Maatschappelijke en politieke acties die direct bestaande verhoudingen en
stigmatisering aan de kaak stellen
● Sociale verandering ontstaat als groepsgrenzen/-verschillen:
- Niet legitiem zijn;
- Niet (of minder) stabiel zijn;
- Niet doorlaatbaar zijn;
Reactie: terugtrekken
● Eenzijdige en onvoorwaardelijke oriëntatie op de eigen etnische gemeenschap
● Personen in bepaalde groepen doen niet meer mee aan de gemeenschap door o.a.
minachting van anderen, waardoor ze liever in hun eigen groep blijven omdat ze
daar wel gewaardeerd worden
● Als groepsgrenzen/-verschillen:
- Niet legitiem
- Stabiel
- Niet doorlaatbaar
Sociale identiteiten als ‘deelidentiteiten’
● Je hebt verschillende sociale identiteiten:
- Persoonlijk vs sociaal
- Domeinen (bijv. werk, privé)
- Niveaus van abstractie (bijv. wijk, stad, land)( je voelt je een Nederlander,
Rotterdammer en Europeaan tegelijkertijd)
● Combineren van deelidentiteiten: van minder naar meer complex
- Minder complex: sterke overlap tussen deelidentiteiten
- Meer complex: differentiatie en tegelijk integratie deelidentiteiten
Hoorcollege 1
Hoe kijken we? En wat zien we dan?
• ‘De-familiarisering’ van Baumann: bevragen van de dingen zoals ze zijn en ze niet
beschouwen als normaal. Dit betekent dat we niet alles vanzelfsprekend accepteren,
maar juist dat wat normaal lijkt bevragen. “De-familiarize the familiar and familiarize
the unfamiliar”.
- De kerncompetentie van een socioloog of sociologisch denken is gebaseerd op de-
familiarisering.
• Stads – en onderwijssociologisch en sociaal-pedagogisch; In een grootstedelijke en
superdiverse samenleving, zoals Rotterdam, richt sociologisch onderzoek zich op hoe
kinderen opgroeien en worden opgevoed.
• De focus ligt daarbij op socialisatiemechanismen op socialisatie mechanismen
binnen de leefwerelden/domeinen van het gezin, de peer group en het onderwijs.
Superdiversiteit en de grote stad.
• Superdiversiteit is mondiaal omdat de eerste die deze term gebruikt heeft is Steven
Vertovec. Hij deed dit in 2007 omdat er in 10 steden in de wereld een zogenaamd
kantelmoment ontstaan is.
• Superdiversiteit is geen ideologisch of normatief concept, maar een beschrijving van
een sociologisch-demografische transitie
• Amsterdam en Rotterdam als ‘Majority-minority cities’ (Crul, 2013: 12). Dit betekent
dat de meerderheid van de bevolking bestaat uit minderheidsgroepen.
• Groeiende d ́ iversiteit binnen de diversiteit’ en wisselwerking tussen
verschillende identiteitsdimensies (Vertovec, 2007)
• En de verhouding met macht, kapitaal en ongelijkheid? Superdiversiteit en de grote
stad’: klas als mini-samenleving
Wat is het verschil tussen culturele diversiteit en superdiversiteit?
• Culturele diversiteit zien we vaak voorbij komen. Veel steden in Europa zijn cultureel
diversiteit is niet heel bijzonder. De culturele diversiteit gaat samen met het
demografische kantelpunt. Culturele diversiteit komt dus vrijwel overal voor.
Superdiversiteit heeft 3 kenmerken
1. majority-minority cities/demografisch kantelpunt
2. groeiende culturele diversiteit
3. de groeiende diversiteit binnen diversiteit
,• Dit betekent dat niet alleen de stad als geheel diverser wordt, maar ook binnen de
bestaande groepen steeds meer variatie ontstaat.
• De groeiende diversiteit binnen diversiteit: de culturele diversiteit wordt nog verder
divers. De groeiende sociaal-economische, culinaire en electorale kenmerken worden
groter binnen de diversiteit. Als je de etnische groepen van 50 jaar geleden zou
vergelijken, dan zouden er verschillen zijn in termen van levensstijl. Als je naar 50 jaar
later kijkt dan zie je nog grotere verschillen, binnen bijvoorbeeld een culturele groep
zoals Chinezen worden de verschillen op onder andere sociaal-economisch niveau
groter.
Socialisatie, subjectificatie (persoonswording) en code-switchen.
• Sociale codes: sociale codes gaan over de geschreven en ongeschreven regels van een
groep. Sociale codes zijn hyper inclusief voor de leden van elke groep en ze zijn super
exclusief voor de mensen die buiten deze groep zitten. Hoe hechter de groep is (sociale
cohesie) hoe duidelijker de sociale codes zijn.
• Peer group codes: sociale codes vanuit leeftijdsgenoten
• Parental codes: sociale codes vanuit het ouderlijk milieu
• School codes: sociale codes vanuit je school
• Code-switchen: code-switchen = verschillend gebruik van verschillende sociale codes.
Kinderen komen vanuit parental codes terecht in school codes en herkennen dat zij gaan
switchen in de codes die zij in bepaalde situaties moeten gebruiken. Een derde is peer
group codes. Elke sociale groep heeft verwachtingen van je, zowel impliciet als expliciet,
welke je gedrag sturen.
In verschillende leeftijdsfases zijn andere sociale codes meer van invloed.
In een monoculturele samenleving overlappen deze codes vaak sterk. In een
superdiverse stad verschillen ze echter sterk, wat leidt tot code-switchen. Dit is het
aanpassen van gedrag en communicatie aan de sociale context. Jongeren navigeren
voortdurend tussen verschillende codes, afhankelijk van de situatie: thuis, op school of
in hun vriendengroep.
Code-switchen kan uitdagend zijn en gepaard gaan met sociale pijn, vooral wanneer
jongeren zich buitengesloten voelen. In klaslokalen waar leerlingen zich niet thuis
voelen, daalt hun prestatie. Als ze zich echter ingesloten voelen en geaccepteerd worden,
presteren ze beter. In een superdiverse stedelijke omgeving leidt de behoefte aan een
gedeeld "wij" tot de vorming van nieuwe identiteiten die de verschillende sociale codes
overstijgen.
,Hoorcollege 2
Wat is identiteit?
• Je kunt 3 vragen stellen over identiteit: Wie ben ik?, Hoe ben ik? en Wat ben ik?
• Wie ben ik?- gaat over persoonsidentiteit
• Hoe ben ik?- psychologische disposities/kenmerken (aangeboren of niet)
• Wat ben ik?- sociale identiteit (ben ik een vrouw of een man, een student of docent)
(sociale identiteit gaat over wat je bent in relatie met anderen in je omgeving)
Sociale identiteit volgens Tajfel (1978)
● Sociale identiteit volgens Tajfel (1978); “That part of an individual’s self-concept,
which derives from his knowledge of their membership in a social group (or
groups) together with the value or emotional significance attached to that
membership”
● Volgens de sociale identificatie verloopt sociale identificatie doordat mensen
zichzelf indelen in in groepen (sociale categorisatie)
● De volgende stap is dat je jezelf identificeert als groepslid (sociale identificatie)
● De derde stap is dat jouw eigen groep zich vergelijkt met een andere groep, zoals
dat je aardiger, slimmer etc bent dan een andere groep. Je zorgt ervoor dat jouw
groep er beter uit komt uit de vergelijking (sociale vergelijking/ positive
distinctiveness)
● De laatste stap is zelfwaardering (zelfwaardering)
Het belang van sociale identiteit zijn:
• Sociale erkenning en waardering
• Affectieve banden, verbondenheid
• Ordening, duidelijkheid
Omgaan met negatieve sociale identiteit
● Negatieve sociale identiteit kan moeilijk zijn om mee om te gaan, omdat je jezelf
minder waardeert
Reactie: individuele mobiliteit
● Het individu verandert identificatie met groep: zoals dat je van het ene
voetbalteam naar het andere voetbalteam kan overgaan
● Als groepsgrenzen/-verschillen:
● Legitiem: bijv. het klopt dat jouw voetbalteam het niet goed doet
● Stabiel: de komende tijd zal er ook geen verbetering komen in het team
● Doorlaatbaar: het is mogelijk om naar een ander voetbalteam over te stappen
, Reactie: sociale creativiteit
● Het aspect waarop ze hun groep vergelijken met andere groepen kan zorgen voor
toch een positieve waardering over je eigen groep
● Dus: verandering van vergelijking aspect door het veranderen van de inhoud door
positieve kenmerken ten opzichte van negatieve oordelen zetten
Reactie: sociale verandering (competitie)
● Hier probeer je de maatschappij te veranderen en de status/positie van je groep
te verbeteren
- Maatschappelijke en politieke acties die direct bestaande verhoudingen en
stigmatisering aan de kaak stellen
● Sociale verandering ontstaat als groepsgrenzen/-verschillen:
- Niet legitiem zijn;
- Niet (of minder) stabiel zijn;
- Niet doorlaatbaar zijn;
Reactie: terugtrekken
● Eenzijdige en onvoorwaardelijke oriëntatie op de eigen etnische gemeenschap
● Personen in bepaalde groepen doen niet meer mee aan de gemeenschap door o.a.
minachting van anderen, waardoor ze liever in hun eigen groep blijven omdat ze
daar wel gewaardeerd worden
● Als groepsgrenzen/-verschillen:
- Niet legitiem
- Stabiel
- Niet doorlaatbaar
Sociale identiteiten als ‘deelidentiteiten’
● Je hebt verschillende sociale identiteiten:
- Persoonlijk vs sociaal
- Domeinen (bijv. werk, privé)
- Niveaus van abstractie (bijv. wijk, stad, land)( je voelt je een Nederlander,
Rotterdammer en Europeaan tegelijkertijd)
● Combineren van deelidentiteiten: van minder naar meer complex
- Minder complex: sterke overlap tussen deelidentiteiten
- Meer complex: differentiatie en tegelijk integratie deelidentiteiten