Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting boek Sportpsychologie van Bakker, F.C., & Oudejans, R.R.D. (2019)

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
65
Geüpload op
22-09-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit is een complete samenvatting van het boek Sportpsychologie geschreven door Bakker, F.C., & Oudejans, R.R.D. (2019). Deze heb ik gebruikt voor het vak Sportpsychologie op de VU Amsterdam.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Sportpsychologie Frank C. Bakker & Raôul R.D. Oudejans

Hoofdstuk 1: Inleiding en vooruitblik
Sportpsychologie is de wetenschap waarin gedrag en mentale (en biologische en
sociale) processen in sportsituaties wordt bestudeerd. Hierbij gaat het om individuele
verschillen in gedrag tussen mensen. Waarom is sportpsychologie dan een apart
gebied? Sport heeft zulke specifieke kenmerken dat het toepassen van kennis en
theorieën van de ‘normale’ psychologie tekortschiet. Zo zijn er theorieën en modellen
die geen rekening houden met die specifieke kenmerken. Verder zijn er veel methoden
en instrumenten die speciaal ontwikkeld moeten worden om bruikbaar te zijn bij sport.
Specifieke sportkenmerken zijn:
- Leveren van (zware) inspanning
- Vrijwillig opwerpen van hindernissen en obstakels die het lastiger maken doelen
te bereiken
- Vrijwillig afzien, pijn lijden en risico’s nemen
- Veel inspanning leveren tegen weinig of geen materiële beloning
- Optreden voor het oog van veel toeschouwers
- Situaties opzoeken die makkelijk tot negatieve emoties leiden
- Sterke concurrentie
De uitkomsten van veel studies in de organisatiepsychologie gaven aan dat doelen,
zolang deze aan bepaalde eisen voldeden, gunstige effecten hadden op de prestaties
van de werknemers. Een belangrijke verklaring voor die positieve effecten was dat
doelen de motivatie zouden versterken. Men dacht dat dit niet het geval was bij sport
maar later bleek dat ook doelen in de sport heel functioneel kunnen zijn.
Sociale facilitatie: Zajongs model:
Sociale facilitatie is het verschijnsel dat prestaties vaak beter zijn wanneer er andere
mensen aanwezig zijn. Volgens Zajonc leidt de aanwezigheid van anderen tot een
toename van arousal en die werkt als stimulerende factor: alles wordt met meer energie
en krachtiger uitgevoerd. Bij taken die nog niet goed beheerst zijn werkt de arousal
echter averechts, dit leidt vaker tot mislukking. Dit model werd gebaseerd op de drive-
theorie (later toegelicht).
Het begin van de sportpsychologie wordt rond 1955 geplaatst. Echter begon dit al in
1925 door Coleman Griffith (volgens de Amerikanen is hij vader van de
sportpsychologie). Ferruccio Antonelli was de drijvende kracht achter de oprichting van
de International Society for Sport Psychology (issp) in 1965. Hij stimuleerde ook de
opkomst van nationale sportpsychologie verenigingen. 4 jaar na issp is de Europese
federatie voor sportpsychologie (fepsac) opgericht. Frank bakker schreef in 1984 het
eerste Nederlandse studieboek op dit vakgebied. In 1989 werd de vereniging voor
sportpsychologie in Nederland (VSPN) opgericht.
Eisen om accreditatie VSPN te krijgen:

, - Afgeronde masteropleiding psychologie of bewegingswetenschappen
- VSPN- basisaantekening sportpsychologie: verdieping van minstens half jaar
studie
- Postacademische opleiding tot praktijksportpsycholoog (POPS) (2 jaar duaal).
Bij exercise psychology staan vragen centraal over fysieke activiteit en lichamelijke
inspanning. Exercise psychology en sportpsychologie staan in nauwe verbondenheid.




Hoofdstuk 2: Motivatie en sport
2.0 Introductie:
De motivatie psychologie houdt zich bezig met waaromvragen in 2 categorieën, waarvan
de eerste categorie te maken heeft met de richting van het gedrag: Waarom gaan
mensen aan de slag met die activiteit en niet met een andere? De tweede categorie
bevat het energetische aspect: Waarom investeren mensen energie in de gekozen
activiteit en waarom gaan ze ermee door?
De waaromvragen zijn vooral interessant bij de beoefening van risicosporten, mensen
nemen dan bewust het risico op ernstig letsel of zelfs op een dodelijk ongeval. Het
verleggen van grenzen speelt hier een belangrijke rol.
2.1 Basisbegrippen: motief, motivatie, behoefte en drijfveer
Motieven of beweegredenen zijn stabiele eigenschappen van mensen die hen
aanzetten tot bepaalde gedragingen of activiteiten. Het heeft te maken met wat men wil
en wat zij waardevol achten. Voorbeelden zijn een prestatiemotief ( het willen leveren
van goede prestaties), een machtsmotief (zet aan tot het (willen) uitoefenen van macht
over anderen) en het gezondheidsmotief (zorgt dat mensen zich zo gedragen dat hun
gezondheid stabiel blijft of verbetert). Motieven zijn eigenschappen waarin mensen
onderling verschillen. Ze komen ook niet permanent tot uitdrukking in het gedrag, alleen
als de omstandigheden ernaar zijn of wanneer de situatie daartoe uitnodigt. Een motief
is dus sluimerend aanwezig.
Motieven zijn nauw verbonden met doelen die iemand nastreeft en met de
verwachtingen die de persoon heeft over het kunnen bereiken van die doelen.
Je hebt avoidance-motieven: motieven die gericht zijn op het vermijden van bepaalde
activiteiten omdat de verwachting negatief is. Je hebt ook approach-motieven:
motieven om ergens op af te gaan omdat er een positieve verwachting is over de
activiteit.
Bij de vorming van motieven spelen leerprocessen een belangrijke rol. Personen leren
welke doelen belangrijk voor ze zijn en waarbij positieve uitkomsten verwacht kunnen

,worden. Deze doelen zullen aanzetten tot activiteiten op dat gebied, waarmee ze feitelijk
de kiem van een motief vormen.
Motivatie heeft betrekking op de toestand waarin iemand op een bepaald moment
verkeert, en die aanzet tot bepaald gedrag op dat moment. Motivatie is het gevolg van
een combinatie van interne en externe factoren( externe factoren spelen niet bij
iedereen een even grote rol). Motivatie leidt tot de keuze van een doel en vervolgens tot
doelgericht gedrag.
Voorbeelden van interne factoren zijn: gedachten, herinneringen, vermoeidheid,
bloedsuikerspiegel, alcoholpromillage en motieven. Voorbeelden van externe factoren
zijn : sfeer, weer, positieve/negatieve opmerkingen, parcours, afwisseling en beloning.
De theorie van McClelland beschrijft motivatie net iets anders. Hij noemt dit namelijk
de neiging tot handelen. Factoren die dit beïnvloeden zijn : motief, cognities (weten
wanneer je iets moet opofferen voor de training), vaardigheden, mogelijkheden en
gewoonten.
Behoefte is van oorsprong gekoppeld aan biologische theorieën over gemotiveerd
gedrag. Een behoefte (bijv. tekort aan lucht) vormt de drijfveer voor de persoon tot
gedrag dat gericht is op het opheffen van het tekort/ bevredigen van de behoefte. De
behoefte activeert de persoon en zorgt voor de energie die nodig is. De aard van de
behoefte geeft richting aan het gedrag en bevrediging van de behoefte leidt tot
beëindiging van het gedrag. Motieven zijn afgeleid van een of enkele fundamentele
menselijke behoeften. Deze behoeften kunnen biologisch of psychologisch zijn. Het
verschil hiertussen is dat bij biologische behoeften verzadiging kan zijn (behoefte is dan
over), maar bij psychologische behoeften is dat niet. Een behoefte zet aan tot gedrag dat
gericht is op de bevrediging van de behoefte en het opheffen van het tekort, en vormt zo
de drijfveer voor gedrag.
Er is een deterministische/ mechanistische opvatting over menselijke motivatie:
mensen worden gezien als passief en gedreven door hun psychologische behoeften of
drijfveren. Echter heeft deze opvatting nog nauwelijks aanhangers. Veel hedendaagse
motivatietheorieën zijn cognitieve theorieën: ze leggen de nadruk op kennisstructuren
die bij mensen zijn ontwikkeld en waarin impliciet en expliciet informatie wordt
opgenomen en verwerkt op een manier die past bij die persoon. De omgeving speelt
daarbij een grote rol.
Samenvattend: Motief, Motivatie, Behoefte en Drijfveer
Motief:
- Betrekkelijk stabiele eigenschap van mensen die aanzet tot bepaalde activiteiten
- Voorbeelden van motieven zijn een prestatiemotief of gezondheidsmotief
- Leerervaringen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van motieven
- Motieven zijn permanent aanwezig, maar komen pas onder specifieke
omstandigheden tot uiting in het gedrag

, Motivatie:
- Toestand op bepaald moment die iemand aanzet tot bepaald gedrag op dat
moment
- Voorbeelden zijn een motivatie om te gaan hardlopen op zaterdagochtend of een
motivatie om nog een keer alles te geven
- Motivatie wordt bepaald door interne en externe factoren
- Motieven zijn slechts een van de interne factoren die de motivatie bepalen,
vermoeidheid en bloedsuikerspiegel zijn voorbeelden van andere interne
factoren
Behoefte:
- Ontstaat bij een tekort, bijvoorbeeld aan vocht, zuurstof, succeservaringen of
aandacht
- Behoefte is van oorsprong vooral gekoppeld aan biologische tekorten, maar heeft
ook betrekking op psychologische behoeften
Drijfveer:
- Een behoefte zet aan tot gedrag dat gericht is op de bevrediging van de behoefte
en het opheffen van het tekort, en vormt zo de drijfveer voor gedrag


2.2 Waarom mensen sporten
Er zijn uiteenlopende motieven om te sporten die je kunt indelen in 4 categorieën:
1. De activiteiten hebben voor de personen intrinsieke waarde (vreugde, plezier) en
worden daarom nagestreefd.
2. De activiteiten worden gedaan omdat het goed is voor de gezondheid (of men
denkt dat het daarvoor goed is).
3. De activiteiten bieden de mogelijkheid zichzelf competent te voelen.
4. De activiteiten bieden de mogelijkheid sociale contacten te onderhouden.
Het schema van Wann (1997) is een eenvoudig model om duidelijk te maken welke
factoren een rol spelen bij het besluit wel of niet te sporten. Het vertrekpunt van het
model is de genetische opmaak van een kind, waarvoor de basis ligt in de genetische
kenmerken van de ouders. Erfelijke eigenschappen van het kind zullen bepalen voor
welke sporten het kind meer aanleg heeft. Socialisatie is een volgende factor die van
belang is. Dit is het overnemen en tot een deel van jezelf maken van waarden en normen
die met sporten en sportbeoefening te maken hebben. Dit proces vind alleen plaats als
het beoefenen van sport een belangrijke plaats inneemt in de subcultuur waarin het kind
opgroeit. Het volgende blok in het model is de motivatie voor sport (motieven). De 3
factoren beïnvloeden elkaar en beïnvloeden uiteindelijk wel of geen sportdeelname.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 september 2025
Aantal pagina's
65
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.17
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
evi4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
evi4 Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
4 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen