JEUGDRECHT
COLLEGE 1 – INLEIDING JEUGDRECHT
H1 + H5.2
WETTEN
- Burgerlijk wetboek
- Wetboek van strafrecht
- Wetboek van strafvordering
- De jeugdwet
- Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
- Europees Verdrag inzake Rechten van de Mens
Verwijzen: Art. … (afkorting wet) verplicht op tentamen
JURISPRUNDENTIE
Een jurisprudentiebundel is een verzameling van relevante uitspraken van
rechters (jurisprudentie) die dienen als richtlijn of referentie voor
toekomstige rechtszaken. Deze bundels worden vaak gebruikt door
juristen, studenten en advocaten om inzicht te krijgen in hoe bepaalde
wetten zijn geïnterpreteerd en toegepast in eerdere zaken. Een
jurisprudentiebundel biedt inzicht in hoe rechters wetten interpreteren,
zorgt voor consistentie in uitspraken en maakt het voor juristen
makkelijker om vergelijkbare cases te vinden, waardoor de voorbereiding
op zaken efficiënter wordt. Het wordt gemaakt door de Rechtbank, het
Gerechtshof en de Hoge Raad.
WAT VALT ER ONDER JEUGDRECHT?
Recht
<-- Overheid
Publiekrech /burger
Civiel recht
t Burger / burger --
>
Civiel jeugdrecht
+
Jeugdstrafrecht
kinderbeschermin
g
1
,Minderjarigen van 0 tot 18 jaar vallen onder verschillende wettelijke
kaders:
Strafrecht: geldt vanaf 12 tot en met 18 jaar, met een uitzondering
voor adolescenten van 16 tot en met 23 jaar.
Wetboek van strafrecht
Hoger beroep wel mogelijk
Civiel recht: geldt van 0 tot 18 jaar, met enkele uitzonderingen,
zoals gesloten uithuisplaatsing voor 18-plussers en
ondertoezichtstelling (OTS) van een ongeboren vrucht.
Burgerlijk wetboek
IVRK
Jeugdwet
Hoger beroep niet mogelijk
Deze leeftijdsgrenzen roepen discussie op, met name rond het
adolescentenstrafrecht en de vraag naar toerekeningsvatbaarheid.
INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND
Het IVRK, ofwel het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het
Kind, is een verdrag van de Verenigde Naties waarin de rechten van
kinderen wereldwijd zijn vastgelegd. Het verdrag, dat in 1990 werd
aangenomen, omvat afspraken over bescherming, onderwijs,
gezondheidszorg en participatie van kinderen. Het doel is om de belangen
van kinderen centraal te stellen en hen te beschermen (Art. 3 (IVRK)). Dit
artikel is altijd het eerste uitgangspunt van een rechter. Belangrijk daarbij
is dat de onderbouwing van de belangen goed benoemd worden, ook door
studenten op het tentamen. Drie algemene uitgangspunten van het IVRK
zijn:
- Protection
- Participation
- Provision
Kritiek op de uitvoering van IVRK in Nederland:
- Investeer in pleegzorg
- Beperk gesloten plaatsingen
- Strafrechtelijke vervolging vanaf 14 jaar
- Zo min en zo kort mogelijk detentie
2
,COLLEGE 2 – GESCHIEDENIS EN ONTWIKKELING VAN HET
JEUGDRECHT
H3...9 + H19
HOOFDSTUK 3
Hoofdstuk 3.2, 3.8 en 3.9
Een juridische ouder is niet automatisch bevoegd om beslissingen te
nemen over een kind; deze bevoegdheid geldt alleen als de ouder ook
daadwerkelijk gezag uitoefent. Gezag omvat een aantal belangrijke
verantwoordelijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 1:245 lid 4 BW:
1. Het opvoeden en verzorgen van het kind.
2. Het beheer van het vermogen van het kind, indien aanwezig. Ouders
hebben recht op het vruchtgebruik van het vermogen, wat betekent
dat zij bijvoorbeeld rente mogen behouden, maar zij mogen het
vermogen niet gebruiken voor opvoedingskosten.
3. Het uitvoeren van juridische handelingen namens het kind.
Duur van gezag
Het gezag over een kind eindigt in principe op de 18e verjaardag.
Wanneer het gezag door de ouders wordt uitgeoefend, spreekt men van
ouderlijk gezag. Als een niet-ouder deze verantwoordelijkheid draagt,
noemen we het voogdij.
Bijzondere curator
In gevallen waarin een conflict ontstaat tussen een kind en zijn ouders,
kan de rechtbank een bijzondere curator aanstellen. Deze curator
behartigt de belangen van het kind en kan in ernstige conflicten zelfs een
rechtszaak starten namens de minderjarige. Dit gebeurt alleen als er
sprake is van een fundamenteel en concreet probleem. Een bijzondere
curator kan worden benoemd op verzoek van een belanghebbende, zoals
het kind zelf, zijn ouders of pleegouders, maar de rechtbank kan ook
zelfstandig zo'n benoeming doen (zie artikel 1:250 BW).
Bijzondere Situatie: Gezag voor Minderjarige Moeders
3
, Omdat gezag alleen kan worden uitgevoerd door meerderjarigen, ontstaat
er een probleem als een minderjarig meisje haar eigen kind wil opvoeden.
Voor meisjes van 16 jaar of ouder kan de rechter daarom een uitzondering
maken en hen meerderjarig verklaren, zodat ze het gezag kunnen
uitoefenen. Deze optie wordt geboden als de rechter ervan overtuigd is
dat het meisje goed in staat is om voor haar kind te zorgen (zie artikel
1:253ha BW).
Tijdens de aanvraagprocedure wordt het meisje al behandeld alsof ze
handelingsbekwaam is en hoeft ze niet ondersteund te worden door haar
ouders. Als het verzoek niet wordt goedgekeurd, zal de kinderrechter een
voogd benoemen voor het kind. Zodra het meisje 18 wordt, kan zij
opnieuw verzoeken om zelf het gezag uit te oefenen (zie artikel 1:253b lid
3 BW).
Ouders die onder curatele zijn gesteld, zijn onbevoegd om gezag uit te
oefenen.
Hoorrecht van Minderjarigen
In rechtszaken die direct invloed hebben op een minderjarige, moet de
rechter kinderen van 12 jaar en ouder de kans geven om hun mening
kenbaar te maken. Dit staat beschreven in artikel 809 Rv. Kinderen jonger
dan 12 hebben geen officieel hoorrecht, maar kunnen wel een brief
schrijven om de rechter te vragen hen te horen.
Er zijn echter enkele uitzonderingen waarbij een minderjarige geen
hoorrecht heeft:
Als de zaak van ondergeschikt belang is.
Als er sprake is van een situatie waarin onmiddellijk en ernstig
gevaar voor het kind dreigt.
Daarnaast zijn er gevallen waarbij de Hoge Raad heeft bepaald dat het
hoorrecht niet geldt:
Als het kind vanwege een ernstige lichamelijke of geestelijke
stoornis niet in staat is om een mening te vormen, volgens het
oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:HR:2013:1084).
Als het toestaan van een hoorgesprek schadelijk kan zijn voor de
gezondheid van de jeugdige.
Als de rechter denkt dat het kind zelf niet wil worden gehoord.
4
COLLEGE 1 – INLEIDING JEUGDRECHT
H1 + H5.2
WETTEN
- Burgerlijk wetboek
- Wetboek van strafrecht
- Wetboek van strafvordering
- De jeugdwet
- Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
- Europees Verdrag inzake Rechten van de Mens
Verwijzen: Art. … (afkorting wet) verplicht op tentamen
JURISPRUNDENTIE
Een jurisprudentiebundel is een verzameling van relevante uitspraken van
rechters (jurisprudentie) die dienen als richtlijn of referentie voor
toekomstige rechtszaken. Deze bundels worden vaak gebruikt door
juristen, studenten en advocaten om inzicht te krijgen in hoe bepaalde
wetten zijn geïnterpreteerd en toegepast in eerdere zaken. Een
jurisprudentiebundel biedt inzicht in hoe rechters wetten interpreteren,
zorgt voor consistentie in uitspraken en maakt het voor juristen
makkelijker om vergelijkbare cases te vinden, waardoor de voorbereiding
op zaken efficiënter wordt. Het wordt gemaakt door de Rechtbank, het
Gerechtshof en de Hoge Raad.
WAT VALT ER ONDER JEUGDRECHT?
Recht
<-- Overheid
Publiekrech /burger
Civiel recht
t Burger / burger --
>
Civiel jeugdrecht
+
Jeugdstrafrecht
kinderbeschermin
g
1
,Minderjarigen van 0 tot 18 jaar vallen onder verschillende wettelijke
kaders:
Strafrecht: geldt vanaf 12 tot en met 18 jaar, met een uitzondering
voor adolescenten van 16 tot en met 23 jaar.
Wetboek van strafrecht
Hoger beroep wel mogelijk
Civiel recht: geldt van 0 tot 18 jaar, met enkele uitzonderingen,
zoals gesloten uithuisplaatsing voor 18-plussers en
ondertoezichtstelling (OTS) van een ongeboren vrucht.
Burgerlijk wetboek
IVRK
Jeugdwet
Hoger beroep niet mogelijk
Deze leeftijdsgrenzen roepen discussie op, met name rond het
adolescentenstrafrecht en de vraag naar toerekeningsvatbaarheid.
INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND
Het IVRK, ofwel het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het
Kind, is een verdrag van de Verenigde Naties waarin de rechten van
kinderen wereldwijd zijn vastgelegd. Het verdrag, dat in 1990 werd
aangenomen, omvat afspraken over bescherming, onderwijs,
gezondheidszorg en participatie van kinderen. Het doel is om de belangen
van kinderen centraal te stellen en hen te beschermen (Art. 3 (IVRK)). Dit
artikel is altijd het eerste uitgangspunt van een rechter. Belangrijk daarbij
is dat de onderbouwing van de belangen goed benoemd worden, ook door
studenten op het tentamen. Drie algemene uitgangspunten van het IVRK
zijn:
- Protection
- Participation
- Provision
Kritiek op de uitvoering van IVRK in Nederland:
- Investeer in pleegzorg
- Beperk gesloten plaatsingen
- Strafrechtelijke vervolging vanaf 14 jaar
- Zo min en zo kort mogelijk detentie
2
,COLLEGE 2 – GESCHIEDENIS EN ONTWIKKELING VAN HET
JEUGDRECHT
H3...9 + H19
HOOFDSTUK 3
Hoofdstuk 3.2, 3.8 en 3.9
Een juridische ouder is niet automatisch bevoegd om beslissingen te
nemen over een kind; deze bevoegdheid geldt alleen als de ouder ook
daadwerkelijk gezag uitoefent. Gezag omvat een aantal belangrijke
verantwoordelijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 1:245 lid 4 BW:
1. Het opvoeden en verzorgen van het kind.
2. Het beheer van het vermogen van het kind, indien aanwezig. Ouders
hebben recht op het vruchtgebruik van het vermogen, wat betekent
dat zij bijvoorbeeld rente mogen behouden, maar zij mogen het
vermogen niet gebruiken voor opvoedingskosten.
3. Het uitvoeren van juridische handelingen namens het kind.
Duur van gezag
Het gezag over een kind eindigt in principe op de 18e verjaardag.
Wanneer het gezag door de ouders wordt uitgeoefend, spreekt men van
ouderlijk gezag. Als een niet-ouder deze verantwoordelijkheid draagt,
noemen we het voogdij.
Bijzondere curator
In gevallen waarin een conflict ontstaat tussen een kind en zijn ouders,
kan de rechtbank een bijzondere curator aanstellen. Deze curator
behartigt de belangen van het kind en kan in ernstige conflicten zelfs een
rechtszaak starten namens de minderjarige. Dit gebeurt alleen als er
sprake is van een fundamenteel en concreet probleem. Een bijzondere
curator kan worden benoemd op verzoek van een belanghebbende, zoals
het kind zelf, zijn ouders of pleegouders, maar de rechtbank kan ook
zelfstandig zo'n benoeming doen (zie artikel 1:250 BW).
Bijzondere Situatie: Gezag voor Minderjarige Moeders
3
, Omdat gezag alleen kan worden uitgevoerd door meerderjarigen, ontstaat
er een probleem als een minderjarig meisje haar eigen kind wil opvoeden.
Voor meisjes van 16 jaar of ouder kan de rechter daarom een uitzondering
maken en hen meerderjarig verklaren, zodat ze het gezag kunnen
uitoefenen. Deze optie wordt geboden als de rechter ervan overtuigd is
dat het meisje goed in staat is om voor haar kind te zorgen (zie artikel
1:253ha BW).
Tijdens de aanvraagprocedure wordt het meisje al behandeld alsof ze
handelingsbekwaam is en hoeft ze niet ondersteund te worden door haar
ouders. Als het verzoek niet wordt goedgekeurd, zal de kinderrechter een
voogd benoemen voor het kind. Zodra het meisje 18 wordt, kan zij
opnieuw verzoeken om zelf het gezag uit te oefenen (zie artikel 1:253b lid
3 BW).
Ouders die onder curatele zijn gesteld, zijn onbevoegd om gezag uit te
oefenen.
Hoorrecht van Minderjarigen
In rechtszaken die direct invloed hebben op een minderjarige, moet de
rechter kinderen van 12 jaar en ouder de kans geven om hun mening
kenbaar te maken. Dit staat beschreven in artikel 809 Rv. Kinderen jonger
dan 12 hebben geen officieel hoorrecht, maar kunnen wel een brief
schrijven om de rechter te vragen hen te horen.
Er zijn echter enkele uitzonderingen waarbij een minderjarige geen
hoorrecht heeft:
Als de zaak van ondergeschikt belang is.
Als er sprake is van een situatie waarin onmiddellijk en ernstig
gevaar voor het kind dreigt.
Daarnaast zijn er gevallen waarbij de Hoge Raad heeft bepaald dat het
hoorrecht niet geldt:
Als het kind vanwege een ernstige lichamelijke of geestelijke
stoornis niet in staat is om een mening te vormen, volgens het
oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:HR:2013:1084).
Als het toestaan van een hoorgesprek schadelijk kan zijn voor de
gezondheid van de jeugdige.
Als de rechter denkt dat het kind zelf niet wil worden gehoord.
4