OEFENTOETS JEUGDDELINQUENTIE – 50 MC VRAGEN
1. Er bestaan verschillende redenen waarom er een verkeerde
representatie is van de huidige jeugdcriminaliteit. Een van die
redenen is ‘selectie’. Welk van de onderstaande antwoorden is een
voorbeeld van dit fenomeen?
a. Afdoeningen door Halt of het OM
b. Etnisch profileren
c. Sommige delicten worden niet opgemerkt
2. Wat is de beste omschrijving van het ‘’prestatieparadox’?
a. Sommige slachtoffers melden het hun overkomen delict niet
b. Hoe meer de politie optreedt, hoe minder criminaliteit er lijkt te
zijn
c. Hoe beter de politie haar werk doet, hoe meer criminaliteit er lijkt
te zijn
3. De ZSM-werkwijze heeft als doel om binnen 24 uur met een
afdoening te komen door het OM als er sprake is van lichte
vergrijpen. Echter, soms is meer onderzoek nodig en wordt er
doorverwezen naar een Justitieel Casus Overleg. Welke twee partijen
voeren dergelijk extra onderzoek uit?
a. De poltitie en de Raad voor de Kinderbescherming
b. De Raad voor de Kinderbescherming en het OM
c. Het OM en de politie
4. Binnen welk kader passen de begrippen ‘’vijandig masculiniteitspad’’
en seksuele promiscuïteitspad’’?
a. De misbruikcyclus
b. Het confluentiemodel
c. Het syndroom van sociaal onvermogen
, 5. Jeugdcriminaliteit is de laatste jaren afgenomen en hiervoor zijn
verschillende redenen. Welke van onderstaande redenen past niet
binnen de verklaring van afname?
a. De beveiligingshypothese
b. Digitalisering
c. Net widening
6. Ondanks dat we een afname in jeugdcriminaliteit zien, is er een type
delict die licht is gestegen. Welk type delict is dat?
a. Misdrijven met vuur- en steekwapens
b. Vermogensdelicten met geweld
c. Geweldsdelicten
7. Na de invoering van de taakstraf waren er zorgen over dat het een
zogeheten ‘aanzuigende werking’ zou hebben. Wat houdt dit begrip
in?
a. Dat jongeren sneller geneigd zijn om een delict te plegen omdat
ze er slechts met een taakstraf vanaf kunnen komen.
b. Dat de taakstraf te makkelijk opgelegd wordt voor delicten waar
normaal gesproken een lichtere sanctie voor gegeven zou
worden.
c. Dat instanties het opleggen omdat ze er zelf voordeel uit halen
8. Welk van de onderstaande mentorprogramma’s wordt gekenmerkd
door verblijf op een residentie?
a. Match
b. Youth at Risk
c. Coaching
1. Er bestaan verschillende redenen waarom er een verkeerde
representatie is van de huidige jeugdcriminaliteit. Een van die
redenen is ‘selectie’. Welk van de onderstaande antwoorden is een
voorbeeld van dit fenomeen?
a. Afdoeningen door Halt of het OM
b. Etnisch profileren
c. Sommige delicten worden niet opgemerkt
2. Wat is de beste omschrijving van het ‘’prestatieparadox’?
a. Sommige slachtoffers melden het hun overkomen delict niet
b. Hoe meer de politie optreedt, hoe minder criminaliteit er lijkt te
zijn
c. Hoe beter de politie haar werk doet, hoe meer criminaliteit er lijkt
te zijn
3. De ZSM-werkwijze heeft als doel om binnen 24 uur met een
afdoening te komen door het OM als er sprake is van lichte
vergrijpen. Echter, soms is meer onderzoek nodig en wordt er
doorverwezen naar een Justitieel Casus Overleg. Welke twee partijen
voeren dergelijk extra onderzoek uit?
a. De poltitie en de Raad voor de Kinderbescherming
b. De Raad voor de Kinderbescherming en het OM
c. Het OM en de politie
4. Binnen welk kader passen de begrippen ‘’vijandig masculiniteitspad’’
en seksuele promiscuïteitspad’’?
a. De misbruikcyclus
b. Het confluentiemodel
c. Het syndroom van sociaal onvermogen
, 5. Jeugdcriminaliteit is de laatste jaren afgenomen en hiervoor zijn
verschillende redenen. Welke van onderstaande redenen past niet
binnen de verklaring van afname?
a. De beveiligingshypothese
b. Digitalisering
c. Net widening
6. Ondanks dat we een afname in jeugdcriminaliteit zien, is er een type
delict die licht is gestegen. Welk type delict is dat?
a. Misdrijven met vuur- en steekwapens
b. Vermogensdelicten met geweld
c. Geweldsdelicten
7. Na de invoering van de taakstraf waren er zorgen over dat het een
zogeheten ‘aanzuigende werking’ zou hebben. Wat houdt dit begrip
in?
a. Dat jongeren sneller geneigd zijn om een delict te plegen omdat
ze er slechts met een taakstraf vanaf kunnen komen.
b. Dat de taakstraf te makkelijk opgelegd wordt voor delicten waar
normaal gesproken een lichtere sanctie voor gegeven zou
worden.
c. Dat instanties het opleggen omdat ze er zelf voordeel uit halen
8. Welk van de onderstaande mentorprogramma’s wordt gekenmerkd
door verblijf op een residentie?
a. Match
b. Youth at Risk
c. Coaching