Hoofdstuk 11: Stofwisseling en energie:
Alle chemische omzettingen in een levende cel noem je het metabolisme
(stofwisseling).
11.1: Energie:
Vormen van energie:
- Kinetische (voor het voortbewegen van organisme)
- Chemische
- Licht (wordt gebruikt door groene planten)
- Warmte (is voor alle soort organisme van belang)
Voorbeelden:
Kinetische energie:
- Een steen ligt op een heuvel en rolt naar beneden, de steen knalt tegen
een hek aan en het hek breekt. Dit is het gevolg van kinetische energie.
De energie zit niet in de steen zelf maar in de beweging van de steen in
combinatie met het gewicht. Toen de steen nog op de heuvel stil lag had
de steen alleen nog maar potentiële energie. Tijdens de val kwam niet
alleen kinetische energie vrij, maar ook warmte. Bij de meeste energie-
omzettingen komt ook warmte vrij.
Chemische energie:
- Hier is de steen op de heuvel een brok steenkool (steenkool is een
belangrijke brandstof). Als je steenkool verbrandt, komt de chemische
energie van binnen in de steenkool vrij. Het grootste deel van de energie
komt vrij als warmte, maar er komt ook een deel vrij als licht (vuur in dit
geval). Chemische energie kan dus ook worden omgezet in lichtenergie.
Volgens de wet van Thermodynamica, blijft energie altijd bestaan, er verdwijnt
dus geen energie en er komt ook geen energie bij. Er i maar 1 mogelijkheid, de
ene vorm van energie wordt omgezet in een andere vorm van energie.
Alle chemische omzettingen in een levende cel noem je het metabolisme
(stofwisseling).
11.1: Energie:
Vormen van energie:
- Kinetische (voor het voortbewegen van organisme)
- Chemische
- Licht (wordt gebruikt door groene planten)
- Warmte (is voor alle soort organisme van belang)
Voorbeelden:
Kinetische energie:
- Een steen ligt op een heuvel en rolt naar beneden, de steen knalt tegen
een hek aan en het hek breekt. Dit is het gevolg van kinetische energie.
De energie zit niet in de steen zelf maar in de beweging van de steen in
combinatie met het gewicht. Toen de steen nog op de heuvel stil lag had
de steen alleen nog maar potentiële energie. Tijdens de val kwam niet
alleen kinetische energie vrij, maar ook warmte. Bij de meeste energie-
omzettingen komt ook warmte vrij.
Chemische energie:
- Hier is de steen op de heuvel een brok steenkool (steenkool is een
belangrijke brandstof). Als je steenkool verbrandt, komt de chemische
energie van binnen in de steenkool vrij. Het grootste deel van de energie
komt vrij als warmte, maar er komt ook een deel vrij als licht (vuur in dit
geval). Chemische energie kan dus ook worden omgezet in lichtenergie.
Volgens de wet van Thermodynamica, blijft energie altijd bestaan, er verdwijnt
dus geen energie en er komt ook geen energie bij. Er i maar 1 mogelijkheid, de
ene vorm van energie wordt omgezet in een andere vorm van energie.