Gespreksvoering
1.1 HC
Doelen van gespreksvoering
- Je bent in staat om basisgesprekstechnieken toe te passen in de communicatie.
- Je bent in staat de basisgesprekstechnieken toe te passen ter bevordering van het welzijn
van de cliënt binnen de primaire leefomgeving netwerken en de gemeenschap waarin hij
leeft.
Natuurlijk gedrag
- We kunnen het allemaal van nature.
- We kunnen het niet ‘niet communiceren.’ En toch moeten we het nog leren.
Communicatie
Waar mensen zijn is communicatie.
- De uitwisseling van symbolische informatie (beelden).
- Tussen mensen (verbaal en non-verbaal).
- Die zich van elkaars onmiddellijke aanwezigheid bewust zijn (telefoon, mail etc.).
Deze informatie wordt deels bewust of deels onbewust gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.
Soorten ruis
Kanaalruis; de boodschap wordt door de ontvanger verkeerd vertaald.
Fysieke ruis; signalen van buitenaf (boren, sirenes etc.).
Psychologische ruis; vooroordelen en stereotypen (racisme, arrogant etc.).
Semantische ruis; verschillende codes (talen, dialecten, werktaal etc.).
Inhouds- en betrekkingsniveau
Inhoud; letterlijke betekenis van een boodschap.
Betrekking; interpretatie, hoe moet de inhoud opgevat worden?
Betrekkingsniveau heeft veel te maken met non-verbale communicatie.
Verbaal: communiceren met woorden uitgesproken of geschreven. Gebarentaal is ook verbaal.
Non-verbaal: signalen die belangrijke aanvullende informatie geven over de bedoeling en emoties.
Houding, handgebaren en gezichtsuitdrukkingen zijn hier voorbeelden van.
Functies van non-verbale communicatie
- Ondersteuning van de verbale boodschap: de waarheid.
- Aanvulling, benadrukking of vervanging van de verbale boodschap.
- Regeling van het gesprek of feedback.
Culturele verschillen non-verbale communicatie
- Groot gedeelte is universeel, deels cultureel.
- Intensiteit van non-verbale communicatie verschilt vaak (Italië gebruiken ze veel
handgebaren, in Finland juist niet).
- Er bestaat een cultuurspecifieke lichaamstaal.
, 1.2 HC
Referentiekader: wij kunnen pas iets herkennen, wanneer we ergens kennis van hebben.
Afhankelijk van je referentiekader zie je in eerste instantie of dolfijnen of een innige
omhelzing.
Definities van het referentie kader
- Normen en waarden waarna een persoon zich in zijn handelen en opvattingen
richt.
- Alle regels, normen en waardes die, vaak onbewust, bepalen hoe je iets
beoordeelt.
- Mensen zien, horen, handelen en reageren afhankelijk van hun voorgaande ervaringen.
- Een soort persoonlijk uitgangspunt waaraan je kunt afmeten of iets goed of slecht is.
Iedereen heeft zijn eigen referentiekader om de wereld om zich heen en om anderen te bergrijpen.
Wat normaal is, is niet voor iedereen hetzelfde.
Wanneer men verschilt in het waarnemen van die wereld dan is het referentiekader de ruis. De
meeste boodschappen komen verminkt over: de ontvanger interpreteert het niet helemaal zoals de
zender het bedoelt heeft.
Gezindheid van de hulpverlener
- Hoe mensen zouden moeten leven/welke doelen hij wil bereiken.
- Hoe wil de hulpverlener dit doel bereiken, welk gespreksmodel?
- Wat zijn de belangen die op het spel staan bij hulpverlener en cliënt? Door de belangen die
een naaste heeft, is hij/zij niet de beste keus als hulpverlener.
Behoefte aan theoretisch raamwerk
De hulpverlener heeft behoefte aan houvast: Theorie.
Theorie biedt:
- Concreet inzicht in het functioneren van mensen; denken, voelen en reageren.
- Duidelijkheid over hoe persoonlijke problemen ontstaan.
- Richtlijnen om de problemen van cliënten te verminderen.
Gespreksmodellen
Diagnose-recept model
- Algemene norm
- Professional versus leek
- Directief
- Weinig ruimte voor opvatting v/d cliënt
- Stellen diagnose en voorschrijven oplossing
Voordelen: duidelijkheid.
Nadelen: niet persoonlijk, geen zorg op maat, korte termijn oplossingen.
Samenwerkingsmodel
- Veel ruimte eigen inbreng v/d cliënt
- Volgend/richtinggevend
- Zelfstandigheid v/d cliënt staat centraal
- Verplaatsen in de belevingswereld v/d cliënt
- Samenwerking staat centraal
Voordelen: client durft zich meer open te stellen, client voelt meer verbinding en je krijgt meer
informatie: je kunt betere persoonlijke zorg bieden.
1.1 HC
Doelen van gespreksvoering
- Je bent in staat om basisgesprekstechnieken toe te passen in de communicatie.
- Je bent in staat de basisgesprekstechnieken toe te passen ter bevordering van het welzijn
van de cliënt binnen de primaire leefomgeving netwerken en de gemeenschap waarin hij
leeft.
Natuurlijk gedrag
- We kunnen het allemaal van nature.
- We kunnen het niet ‘niet communiceren.’ En toch moeten we het nog leren.
Communicatie
Waar mensen zijn is communicatie.
- De uitwisseling van symbolische informatie (beelden).
- Tussen mensen (verbaal en non-verbaal).
- Die zich van elkaars onmiddellijke aanwezigheid bewust zijn (telefoon, mail etc.).
Deze informatie wordt deels bewust of deels onbewust gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.
Soorten ruis
Kanaalruis; de boodschap wordt door de ontvanger verkeerd vertaald.
Fysieke ruis; signalen van buitenaf (boren, sirenes etc.).
Psychologische ruis; vooroordelen en stereotypen (racisme, arrogant etc.).
Semantische ruis; verschillende codes (talen, dialecten, werktaal etc.).
Inhouds- en betrekkingsniveau
Inhoud; letterlijke betekenis van een boodschap.
Betrekking; interpretatie, hoe moet de inhoud opgevat worden?
Betrekkingsniveau heeft veel te maken met non-verbale communicatie.
Verbaal: communiceren met woorden uitgesproken of geschreven. Gebarentaal is ook verbaal.
Non-verbaal: signalen die belangrijke aanvullende informatie geven over de bedoeling en emoties.
Houding, handgebaren en gezichtsuitdrukkingen zijn hier voorbeelden van.
Functies van non-verbale communicatie
- Ondersteuning van de verbale boodschap: de waarheid.
- Aanvulling, benadrukking of vervanging van de verbale boodschap.
- Regeling van het gesprek of feedback.
Culturele verschillen non-verbale communicatie
- Groot gedeelte is universeel, deels cultureel.
- Intensiteit van non-verbale communicatie verschilt vaak (Italië gebruiken ze veel
handgebaren, in Finland juist niet).
- Er bestaat een cultuurspecifieke lichaamstaal.
, 1.2 HC
Referentiekader: wij kunnen pas iets herkennen, wanneer we ergens kennis van hebben.
Afhankelijk van je referentiekader zie je in eerste instantie of dolfijnen of een innige
omhelzing.
Definities van het referentie kader
- Normen en waarden waarna een persoon zich in zijn handelen en opvattingen
richt.
- Alle regels, normen en waardes die, vaak onbewust, bepalen hoe je iets
beoordeelt.
- Mensen zien, horen, handelen en reageren afhankelijk van hun voorgaande ervaringen.
- Een soort persoonlijk uitgangspunt waaraan je kunt afmeten of iets goed of slecht is.
Iedereen heeft zijn eigen referentiekader om de wereld om zich heen en om anderen te bergrijpen.
Wat normaal is, is niet voor iedereen hetzelfde.
Wanneer men verschilt in het waarnemen van die wereld dan is het referentiekader de ruis. De
meeste boodschappen komen verminkt over: de ontvanger interpreteert het niet helemaal zoals de
zender het bedoelt heeft.
Gezindheid van de hulpverlener
- Hoe mensen zouden moeten leven/welke doelen hij wil bereiken.
- Hoe wil de hulpverlener dit doel bereiken, welk gespreksmodel?
- Wat zijn de belangen die op het spel staan bij hulpverlener en cliënt? Door de belangen die
een naaste heeft, is hij/zij niet de beste keus als hulpverlener.
Behoefte aan theoretisch raamwerk
De hulpverlener heeft behoefte aan houvast: Theorie.
Theorie biedt:
- Concreet inzicht in het functioneren van mensen; denken, voelen en reageren.
- Duidelijkheid over hoe persoonlijke problemen ontstaan.
- Richtlijnen om de problemen van cliënten te verminderen.
Gespreksmodellen
Diagnose-recept model
- Algemene norm
- Professional versus leek
- Directief
- Weinig ruimte voor opvatting v/d cliënt
- Stellen diagnose en voorschrijven oplossing
Voordelen: duidelijkheid.
Nadelen: niet persoonlijk, geen zorg op maat, korte termijn oplossingen.
Samenwerkingsmodel
- Veel ruimte eigen inbreng v/d cliënt
- Volgend/richtinggevend
- Zelfstandigheid v/d cliënt staat centraal
- Verplaatsen in de belevingswereld v/d cliënt
- Samenwerking staat centraal
Voordelen: client durft zich meer open te stellen, client voelt meer verbinding en je krijgt meer
informatie: je kunt betere persoonlijke zorg bieden.