Paragraaf 2.2.3, 3.2 & 3.3
- Normatief beroep: beroep waarin je vanuit bepaalde
waarden moet werken.
- Doel van social werker: mensen helpen verantwoordelijk te
zijn voor hun leven en samenleven of ‘mensen tot hun recht
laten komen’.
- Intermediaire rol: een weg kiezen tussen conflicterende
belangen van persoon/groep tegen systeem of samenleving.
- Ethische dilemma’s: een weg vinden tussen verschillende
personen of partijen/tussen mens en systeem of
samenleving, ingrijpen of niet?, conflict tussen eigen
opvattingen en die van de ander, betrokkenheid en afstand,
respecteren van privacy/vertrouwelijkheid en openbaar
belang.
- Maatschappelijk opvoeden: Leren samenleven, centraal
staan sociale, culturele en interculturele competenties en
het vermogen om je eigen leef- en werkomstandigheden te
kunnen bepalen binnen de bestaande kaders en
mogelijkheden.
- Sociale competenties: Hoe je met andere mensen kunt
omgaan en hoe anderen met jou omgaan.
- Culturele competenties: Het vermogen je te uiten op
verbale en non-verbale wijze en het vermogen mensen te
begrijpen.
- Interculturele competenties: het vermogen om te gaan met
dicversiteit, zoals mensen uit andere culturen en om
mensen te begrijpen tegen hun specifieke achtergrond
(etnisch, sekse, klasse, etc.)
, - Socialisatie: de overdracht om leren te leven en samen te
leven binnen het gezin, de school, de media, de buurt, de
publieke ruimte, de vrijetijdsvoorzieningen.
- Drie belangrijke redenen om voor de jeugd sociale
maatregelen te nemen: extra kwetsbaar, jeugd heeft de
toekomst en de derde reden is gelegen in de zorg om en
soms de angst voor criminele jeugd, door agressie,
vandalisme, overlast.
- Baby, peuter: 0 – 3 jaar
- Kleuter: 4 – 6 jaar oud
- Basisschoolkind: 6 – 12 jaar
- Puber, adolescent: 13 – 18 jaar
- Jongvolwassene: 18 – 23 jaar
- Pedagogische stoornissen: Ernstige stoornissen die zijn
veroorzaakt door de opvoeding, bijv. misbruik,
verwaarlozing een eenzijdige opvoeding.
- Sociale stoornissen: Zeker gebrek aan sociale
vaardigheden, uiten zich in eenzaamheid, gepest worden en
uitsluiting.
- Peergroup: groep van gelijken / vriendengroep die intensief
met elkaar omgaat.
- Jeugdcultuur: Gemeenschappelijke levensstijl die zich uit in
bepaalde opvattingen, kleding, muziekvoorkeur en soms in
bepaalde jargon.
- Jeugdbeleid: Hoe ondersteuning aan jeugd het best
geboden kan worden staat hier geformuleerd en geregeld.
Gericht op leren samenleven en toegang krijgen tot
onderwijs, arbeidsmarkt, jeugdzorg en sociale zekerheid.
Gemeente vooral verantwoordelijk in 2 wetten: Wmo (Wet
maatschappelijke Ondersteuning) & Wet op de Jeugdzorg.
- Jeugdwerk: omvat kinderwerk, tienerwerk en
jongerenwerk. Vanuit club- en buurthuizen en jeugdcentra
georganiseerd.