Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Klinische Psychologie 1A (PB3002) - Samenvatting - Open Universiteit

Rating
-
Sold
4
Pages
29
Uploaded on
28-09-2025
Written in
2025/2026

Gestructureerde samenvatting van het volledige vak Klinische Psychologie 1A (PB3002) aan de Open Universiteit. In de samenvatting (Nederlandstalig) komt alle leerstof van de cursus aan bod met: - Klinische Psychologie: theorieën en psychopathologie (H1-10) - Digitale leeromgeving: twee interviews - Digitale leeromgeving: extra artikelen - Digitale leeromgeving: theorie en integratie oefentoets

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

1 WAT IS KLINISCHE PSYCHOLOGIE?
1.1 Definities
In de klinische psychologie wordt veel gebruik gemaakt van de DSM: dit systeem beschrijft een groot
aantal stoornissen. Er wordt nog steeds veel gesproken over een patiënt of cliënt met een psychische
stoornis. Dit zijn echter geen wenselijke termen, omdat het ook negatieve gevolgen kan hebben. De
termen werken namelijk stigmatisering in de hand. Als je worstelt met je mentale gezondheid, en je
wordt patiënt genoemd, indiceert dit dat er iets mis met je is. Je hebt een negatief kenmerk (stigma).
- Psychische stoornis Voorkeur voor term als: psychopathologie | psychische aandoening.

Mensen met een stigma, zoals patiënten met een psychische stoornis, zullen hun onderscheidend
kenmerk niet kenbaar willen maken, omdat ze weten dat het negatieve gevolgen kan hebben. Denk
bijvoorbeeld aan een sollicitatiebrief waar je niet in zal zetten dat je autisme hebt. Er is dan namelijk
een kans dat je niet uitgenodigd wordt voor een gesprek. Dit kan ertoe leiden dat men de negatieve
beoordeling op zichzelf gaat betrekken: het kan een onderdeel worden van hun identiteit.
- Identiteit Mensen kunnen gaan denken in termen: ‘ik ben een autist’.

Mensen kunnen variëren: de één heeft periodes waarin hij zich somber of gestresst voelt, de ander
heeft vrijwel nooit stemmingswisselingen. Er kan daarom beter gesproken worden over psychische
variatie en over kwetsbaarheden. De term patiënt of cliënt wisselt veel en er zijn discussies over:
- Patiënt Iemand met wie het niet goed gaat en die behandeld moet worden.
 Voordeel: onderkend moet worden dat mensen echt hulp nodig hebben,
bijvoorbeeld richting zorgverzekeraars.
- Cliënt Een klant: iemand die gebruikmaakt van diensten van anderen voor
problemen die je zelf niet opgelost krijgt.
 Voordeel: suggereert gelijkheid tussen hulpverlener en -vrager.

1.2 Hoofdstuk 1: Over klinische psychologie en ‘abnormaal’ gedrag
Het terrein van de klinische psychologie
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
- Functieleer (= cognitieve psychologie) - Klinische en gezondheidspsychologie
- Ontwikkelingspsychologie - Arbeids- en organisatiepsychologie
- Gedragsleer (= sociale psychologie) - Onderwijspsychologie
- Persoonlijkheidspsychologie
- Methodenleer

De term klinische psychologie kent meerdere definities. De kern bestaat uit psychische stoornissen.
Het vakgebied houdt zich bezig met het ontstaan, diagnostiek en behandeling van gedrag dat afwijkt
van een bepaalde norm. Het gaat hierbij om afwijkingen die problemen opleveren, dus geen gunstige
afwijkingen. De afwijking kan betrekking hebben op verschillende aspecten:
- Individuele persoon Afwijkend gedrag (drinken); gedachte (dwang); belevingen (angst).
- Relaties met anderen Overbezorgde ouders; agressieve partner; sociale vermijding.

Klinisch psychologen zien we in alle sectoren van de gezondheidszorg. Ze vormen de grootste groep
binnen de psychologen. Het verschil tussen de klinisch psycholoog en psychiater is niet altijd
duidelijk. Klinisch psychologen hebben vaak meer kennis van methodologie, waar psychiaters vaak
meer weten van biologische aspecten. Psychiaters mogen medicatie voorschrijven aan patiënten.
- Klinisch psycholoog Opleiding psychologie  GZ-psycholoog  klinisch psycholoog.
- Psychiater Opleiding geneeskunde  specialisatie.


1

,Aspecten van abnormaal gedrag
Er zijn zeven factoren die bepalen of gedrag als abnormaal kan worden gezien. Hoe meer van deze
factoren duidelijk aanwezig zijn, hoe eensgezinder men is over abnormaal gedrag. De 7 factoren zijn:
Factoren Beschrijving
Persoonlijk lijden Hoewel dit geen voorwaarde is, want het ook kan ontstaan door een situatie.
(Dis)functionaliteit in gedrag Gedrag dat het werk- of relationeel functioneren belemmert. Dat kan van het individu
zelf maar ook het functioneren van anderen.
- Individueel: door angst niet meer naar werk durven.
- Anderen: door alcoholisme geluidoverlast veroorzaken bij anderen.
Irrationeel en onbegrijpelijk Gedrag waar geen logica of zin in ontdekt kan worden.
gedrag - Bv boulimia: eerst een eetbui en vervolgens braken..
Onvoorspelbaarheid en 1) In situaties waarin de regels die normaliter het gedrag sturen nu niet werken.
controleverlies - Bv plotseling ontremd gedrag van iemand die normaal altijd vriendelijk is.
2) In situaties waarin de oorzaak van het gedrag voor de omgeving onbekend is.
- Bv een vrouw zien huilen in de winkel, zonder te weten dat ze net beroofd is.
Opvallend en onconventioneel Gedrag dat sterk afwijkt van het gangbare gedrag, en dat sociaal onwenselijk is.
gedrag - Bv bijzonder excentriek gekleed, hoewel dit afhankelijk van de omgeving is.
Gedrag dat een ongemakkelijk Gedrag waarmee impliciete sociale verwachtingen (restregels) worden geschonden.
gevoel bij anderen oproept - Bv ruzie maken in het openbaar; pitbull niet aangelijnd; te dichtbij iemand staan.
Overtreden van morele normen Gedrag dat niet overeenkomt met ideeën over optimaal functioneren: goed of kwaad.
- Bv het sturen van anonieme dreigmails aan politici.


De DSM-5-TR beschrijft een psychische stoornis als volgt:
Een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van cognitieve, affectieve of
conatieve functies. Een uiting van een disfunctie (…) ten grondslag aan het psychische functioneren. Het gaat
gepaard met lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. Een aantal vormen van gedrag zijn uitgesloten:
- Gedrag als reactie op stressor Het is vanzelfsprekend dat iemand (kortdurend) na rouw van slag is.
- Deviant gedrag vanuit lidmaatschap Politieke of religieuze overtuiging: bv boerenprotest tegen stikstof.
- Gedrag bij een persoonlijk conflict Conflict tussen individu en maatschappij: bv controversiële kunst.


Normaal en abnormaal: waar ligt de grens
Er zijn drie modellen die helpen om het onderscheid tussen normaal en abnormaal gedrag te maken:
Model Beschrijving Nadelen
Statistisch model Menselijke eigenschappen zijn normaal verdeeld. - Afgrenzingskwestie: waar ligt de grens?
Er is sprake van abnormaliteit wanneer iemand - Onspecifiek: hoe ongewoon is het gedrag?
extreem hoog of laag scoort op een eigenschap. - Individueel lijden: extreem hoge/lage scores
geven niet altijd lijden bij het individu.
Medisch model Psychische stoornissen zijn net als somatiek: je - Afhankelijkheid: patiënt heeft passieve rol.
(ziektemodel) moet onderliggende somatogene mechanismen - Aantoonbaarheid: bij psychische stoornis is de
bestrijden. onderliggende mechanisme vaak onbekend.
- Oorzaak ligt puur bij lichamelijke afwijking: De vraag is of ‘genezing’ als term dan klopt.
somatogeen in plaats van psychogeen - Labeling-theorie: ziekte, patiënt en therapie
- Therapeut | Cliënt | Abnormaal / ziekte werkend stigmatiserend en geven een label.

Abnormaal  diagnose  therapie  genezen Szasz stelt als criterium van de grens tussen
geestelijke gezondheid en geestesziekte: de
aanwezigheid van aantoonbare neurologische,
fysiologische of biomechanische afwijkingen.
Leermodel Psychische stoornissen ontstaan door verkeerd Dit model biedt ten opzichte van het ziektemodel:
(onderwijsmodel) verlopen leerprocessen. Er wordt gesproken van - Minder kans op stigmatisering.
een persoonlijk probleem in plaats van ziekte. - Meer recht aan eigen verantwoordelijkheid.
- Leraar | Leerling | Persoonlijk probleem - Betere beschrijving wat er feitelijke gebeurt
bij psychologische hulpverlening.
Probleem  leerdoel  programma  vermindering
Grens tussen ziekte en gezondheid: of iemand zelf
de verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn doen
en laten. Als dat zo is, is het enkel levensprobleem.


2

, 2 PERSOONLIJKHEIDSLEER
2.1 Persoonlijkheidsleer: Trait theories of personality
Persoonlijkheidstrekken
Een persoonlijkheidstrek verwijst naar patronen van gevoelens, gedachten en gedrag van individuen.
Trektheorieën in de psychologie richten zich op deze stabiele kenmerken die invloed hebben op de
gevoelens, gedachten en gedragingen van het individu. Een persoonlijkheidstrek kent twee termen:
- Consistentie De trek beschrijft een bepaalde regelmatigheid in iemands gedrag.
o Bv iemand is meestal, voor de meeste mensen, zorgzaam.
- Onderscheid vermogen De trek is niet bij iedereen (in dezelfde mate) aanwezig.
o Bv iemand is erg zorgzaam, de ander juist niet.

Trekken zijn hoofdbestanddelen van persoonlijkheid en hebben drie belangrijke functies:
- Beschrijvend Ze geven een typering van gedrag en maken communicatie mogelijk.
o Als je zegt dat je zorgzaam bent, snapt iedereen wat je bedoelt.
- Voorspellend Ze geven aanwijzingen over toekomstig gedrag.
o Bij sollicitatie in de zorgsector: zorgzaamheid is relevant.
- Verklarend Ze kunnen een biologische basis hebben, bv genetische aanleg.
o Helpt verklaren waarom mensen bepaald gedrag vertonen.

Trektheorieën: verschillende benaderingen
De trek- en traittheorie legt de focus op functionele autonomie en motivatie in tegenstelling tot het
perspectief van Freud. De ontwikkeling van trektheorieën kent twee mijlpalen en benaderingen:
Persoon Beschrijving
Gordon Allport Hanteerde een ideografische benadering. Hij benadrukte de uniekheid van individuen en onderzocht
hoe trekken binnen één individu georganiseerd zijn. Dit gaf gedetailleerde beschrijving van individuele
persoonlijkheden, maar maakte het lastig om overeenkomsten tussen mensen vast te stellen. Allport
maakte onderscheid tussen:
- Cardinale trekken (dominante levensbepalende eigenschappen)
- Centrale trekken (algemene bouwstenen van persoonlijkheid: eerlijkheid | extraversie)
- Secundaire trekken (meer situationeel, minder bepalend)

Voordeel: rijke, uitgebreide beschrijving van individuele persoonlijkheden.
Nadeel: weinig vergelijkbaarheid, het is lastig om overeenkomsten tussen mensen te ontdekken.
Raymond Cattell Hanteerde een nomothetische benadering. Zij beschreven individuen meer in termen van universele
Hans Eysenck trekken. Zij lieten proefpersonen anderen omschrijven op basis van een groot aantal eigenschappen. Dit
werd met factoranalysen gereduceerd tot een beperkt aantal factoren, om zo patronen te ontdekken.
Het voordeel is dat factoranalyse niet afhankelijk is van observaties, wat het objectiever maakt. Het is
puur statistiek. Een nadeel is dat het geen antwoord geeft op de vraag waarom mensen verschillen.
- Factor (bv extraversie)
- Cluster (bv voorkeur voor reizen in gezelschap dan alleen zijn  wijst op extraversie)

Voordeel: generaliseerbaar en objectief.
Nadeel: weinig inzicht in oorzaken waarom mensen verschillen.

Trektheorieën: verschillende modellen
Model Beschrijving
16-PF Raymond Cattell bracht met behulp van de factoranalyse 16 primaire factoren samen: deze bood een
betrouwbare manier om gedrag te voorspellen. Het model kwam voort uit het onderscheid tussen twee
termen: source traits en surface traits. Deze kenmerken zijn hiërarchisch geordend.
- Source traits: diepere, fundamentele persoonlijkheidskenmerken. Ze zijn iemands kern.
- Surface traits: oppervlakkige, waarneembare gedragskenmerken. Ze zijn minder fundamenteel.
3-superfactors Hans Eysenck reduceerde met behulp van de factoranalyse drie superfactors om brede dimensies te
identificeren. Hij legde de nadruk op de biologische basis. De superfactors zijn onafhankelijk van elkaar.
- Extraversie | Introversie, Neuroticisme | Stabiliteit, Psychoticisme | Superego.
Kritiekpunten van Matthews op dit model: de mismatch tussen theorie en metingen, de onderschatting

3

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 10
Uploaded on
September 28, 2025
Number of pages
29
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$14.28
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
hva99 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
615
Member since
8 year
Number of followers
325
Documents
74
Last sold
2 days ago

4.1

90 reviews

5
34
4
34
3
19
2
2
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions