Dadergroepen
tegen het licht
VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM
TULEN, Y. (YANA)
, 1
Yana Tulen, 2844127
Zedendelinquenten versus cybercriminelen
Het desistance proces
Desistance wordt vaak gedefinieerd als de afwezigheid van crimineel gedrag, maar het
gaat zelden om een plotselinge verandering in iemands criminele carrière. Het is eerder een
proces, waarbij verschillende psychologische en sociale factoren een rol spelen (Krohn et al.,
2009). Tijdens dit proces vinden er bij daders veranderingen plaats die bijdragen aan het
beëindigen van hun criminele carrière. In deze analyse wordt onderzocht hoe dit proces van
desistance zich ontwikkelt bij zedendelinquenten en cybercriminelen.
Zedendelinquenten
Harris (2014) onderzocht de factoren die bijdragen aan desistance bij een groep van 21
mannen die recent uit detentie kwamen en na hun vrijlating geen zedenmisdrijf meer hadden
gepleegd. Uit interviews met de ex-gedetineerden kwamen twee belangrijke thema’s naar
voren. Ten eerste identificeerden 3 van de 21 deelnemers hun leeftijd als een bepalende factor
voor hun desistance. Deze mannen, de jongste groep uit het onderzoek (44-48 jaar),
beschouwden hun zedendelict als een van de vele vergrijpen binnen hun bredere criminele
carrière. Dit wijst op een natuurlijke vorm van desistance, waarbij leeftijd en de daaruit
voortvloeiende daling in risicovol gedrag een belangrijke rol spelen. Ten tweede
rapporteerden 18 deelnemers dat zij dankzij therapie een cognitieve transformatie hadden
doorgemaakt. Deze therapie stelde hen in staat de schade en impact van hun daden te
erkennen. De meeste deelnemers benadrukten dat ze door de therapie een nieuwe manier van
leven hadden aangeleerd. Deze bevindingen ondersteunen het idee dat psychologische
interventies cruciaal zijn in het proces van desistance.
In het onderzoek van Kruttschnitt, Uggen en Shelton (2000) wordt het effect van
informele en formele sociale controle op desistance onderzocht. De resultaten benadrukken
dat werkstabiliteit, als een vorm van informele sociale controle, een cruciale rol speelt in het
proces van desistance bij zedendelinquenten. Een stabiele werkrelatie van minimaal zes
maanden bij dezelfde werkgever bleek significant samen te hangen met een vermindering van
recidive. Dit effect was bijzonder sterk wanneer werkstabiliteit werd gecombineerd met
deelname aan een behandelprogramma (Kruttschnitt et al., 2000). Naast werk blijkt het
sociale netwerk van zedendelinquenten een belangrijke factor in het desistance proces te zijn.
Vooral wanneer vrienden en familie erkennen dat de persoon in kwestie is veranderd, een
nieuwe identiteit heeft en hiermee door hen niet meer wordt gezien als delinquent (Göbbels,
Ward, & Willis, 2012). Farmer, McAlinden en Maruna (2015) vullen hierop aan dat veel
zedendelinquenten hun daden omschrijven als situationeel en tijdelijk. Dit impliceert dat hun