“Interventies in teams en organisaties”
Bevorderen van de groepsdynamica van de cliëntenraad
Student
Studentnummer
Studie HBO Social Work
Module Interven es in teams en organisa es
Docent
Inzendcode 32134A2
Datum 23 juli 2025
,Inhoudsopgave
Inleiding ..............................................................................................................................3
Hoofdtekst ..........................................................................................................................4
Groepsfasen ....................................................................................................................4
Groepsniveaus .................................................................................................................5
Interventies ......................................................................................................................6
Conclusie ............................................................................................................................7
Literatuurlijst .......................................................................................................................8
2
,Inleiding
In dit verslag onderzoek ik hoe de groepsdynamiek binnen de cliëntenraad van een
zorgorganisatie versterkt kan worden. De centrale vraag is: wat is een passende interventie om
de groepsdynamiek van deze raad te bevorderen?
De cliëntenraad bestaat uit vier vrijwillige leden en ikzelf als onafhankelijk ondersteuner. Door
het vertrek van twee leden, waaronder de voorzitter, zijn er drie nieuwe leden toegetreden. De
raad bevindt zich daardoor in een overgangsfase, waarin groepsvorming en taakverdeling
opnieuw vorm krijgen. In mijn rol ondersteun ik het proces, bewaak ik de structuur en faciliteer ik
de vergaderingen tijdelijk.
De analyse van het groepsproces gebeurt aan de hand van de theorie over groepsontwikkeling
en groepsniveaus van Remmerswaal (2021).
3
, Hoofdtekst
Volgens Remmerswaal (2021) is groepsdynamica te verklaren in fases en niveaus, waarbij hij het
lineaire model van Tuckman (forming, storming, norming, performing en adjourning) gebruikt en
dit aanvult met vijf niveaus van functioneren: inhoudsniveau, procedureniveau, interactieniveau,
bestaansniveau en contextniveau (Remmerswaal, 2021). Volgens Remmerswaal begint een
groep al voordat deze ooit bijeen is gekomen en noemt dit de voorgeschiedenis van de groep,
ofwel de voorfase (Remmerswaal, 2006). Interventies zijn het e ectiefs wanneer ze afgestemd
zijn op de specifieke fase en het niveau van de groep. Het is belangrijk om als begeleider de
dynamiek van de groep te observeren en te begrijpen, zodat juiste interventies worden ingezet
om de groep optimaal te laten functioneren.
Groepsfasen
In de voorfase van groepsontwikkeling wordt de groep nog niet fysiek gevormd, maar vindt het
ontwerp plaats op basis van verwachtingen, afspraken en organisatorische keuzes. Deze fase
speelt zich af op het contextniveau, waarbij de sociale omgeving van de toekomstige groep
centraal staat (Remmerswaal, 2006). Het doel van deze fase is het voorbereiden van de
groepsvorming door het verkennen en vaststellen van grenzen, doelen, belangen en behoeften.
Een voorbeeld hiervan is de situatie binnen de cliëntenraad, waar de voorfase begon toen
duidelijk werd dat er vacatures zouden ontstaan. De directie en de ondersteuner bespraken het
wervingstraject, de verwachtingen van nieuwe leden en de benodigde ondersteuning. Twee
praktijkvoorbeelden hierin: De beslissing om nieuwe leden te werven via een
sollicitatieprocedure weerspiegelt de voorbereiding op groepsvorming. En de afspraak dat de
ondersteuner tijdelijk het voorzitterschap zou overnemen, is een organisatorisch besluit dat past
binnen deze voorbereidende fase.
In de oriëntatiefase maken groepsleden kennis met elkaar en verkennen ze de structuur van de
groep. Er is vaak sprake van afhankelijk gedrag: leden zoeken houvast bij de leiding en hebben
behoefte aan veiligheid en duidelijkheid. Dit uit zich in vragen over regels, rollen en
verantwoordelijkheden. Het doel van deze fase is het opbouwen van onderlinge relaties en het
ontwikkelen van een duidelijke groepsstructuur (Remmerswaal, 2021). Twee
praktijkvoorbeelden hierin: Tijdens de eerste vergadering werd bewust tijd genomen voor
kennismaking. En ontvingen nieuwe leden veel informatie, wat leidde tot vragen over structuur
en taakverdeling.
De invloedsfase begint zodra een groep haar taakstructuur heeft gevonden en de aandacht
verschuift naar de onderlinge verhoudingen. Het doel van deze fase is het bepalen van
machtsverhoudingen en invloed: wie leidt, wie volgt, en welke rol ieder lid inneemt. Volgens
Remmerswaal (2021) is het in deze fase belangrijk om de informele hiërarchie expliciet te maken
en de machtsverhoudingen bespreekbaar te maken. Binnen de cliëntenraad werd dit zichtbaar
tijdens gesprekken over het voorzitterschap en taakverdeling. Er ontstond onzekerheid over
verantwoordelijkheden, wat leidde tot terughoudendheid. Twee praktijkvoorbeelden hierin: De
vraag wie welke taken wilde oppakken, leidde tot aarzeling. Dit liet zien dat leden hun positie nog
aan het bepalen waren. En eén lid was erg aanwezig in vergaderingen, nam vaak het voortouw en
trok taken naar zich toe. Dit veroorzaakte ongemak bij anderen en leidde tot spanningen over
invloed en rolverdeling.
In de a ectiefase staan de onderlinge verhoudingen centraal. Groepsleden raken vertrouwd met
elkaar, wat leidt tot meer openheid, vertrouwen en cohesie. Er ontstaat minder afstand en meer
4