College 1
Methodologie leerdoelen:
- kenmerken van experimenteel en niet-experimenteel onderzoek
omschrijven.
- verschillende variabelen in een onderzoeksontwerp omschrijven in
termen van de functie (bijv. onafhankelijke variabele, afhankelijke
variabele) en het meetniveau (nominaal, ordinaal, interval, ratio).
- beoordelen welke onderzoeksmethode het best gebruikt kan worden
om een bepaalde onderzoeksvraag te beantwoorden.
- de validiteit (interne validiteit, externe validiteit en constructvaliditeit)
van een onderzoek beoordelen.
- keuzes in het opzetten van experimenteel onderzoek en niet-
experimenteel onderzoek kritisch evalueren.
- reflecteren op de ethische aspecten van onderzoek doen.
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- Wetenschappelijk onderzoek is een systematische,
gecontroleerde, empirische en kritische benadering van
veronderstelde constructen en van de veronderstelde relaties
tussen deze constructen
• Theorieën spelen een belangrijke rol
• Algemene uitspraken over de werkelijkheid
• Uitsluiten van zoveel mogelijk alternatieven
• Doen van waarnemingen
• Op systematische manier verkregen
Wat is methodologie?
- Welke onderzoeksmethoden er zijn
• Wat voor soort onderzoeksvragen je wel en niet kan inzetten
• Hoe je onderzoeksmethoden ‘goed inzet’
➔ Betrouwbaarheid en validiteit
Type onderzoek
- Experimenteel; je test op een causaal verband (oorzaak -> gevolg)
• Gecontroleerde methode van waarneming
▪ Gecreëerde situatie, kunstmatig, manipulatie
▪ Een aspect veranderen aan een situatie, kijken naar het gevolg
- Niet experimenteel; paraplubegrip
▪ Beschrijvend onderzoek
, ▪ Verschijnselen in kaart brengen
▪ Geen causale relatie, geen manipulatie
▪ Natuurlijke omgeving wordt zo min mogelijk verstuurd
College 2
Experimentele methodes
- Wat is een experiment?
• onderzoeksmethode die gebruikt wordt om een causaal verband (oorzaak-
gevolg relatie) tussen twee variabelen aan te tonen
- Causaal verband:
• Tijdsvolgorde
-> X gaat vooraf aan Y (de wind -> boom gaat scheef staan)
• Covariatie
-> als X verandert, verandert Y ook (als de wind draait -> verandert de stand
van de boom)
• Geen schijnbaar causaal verband
-> als X en Y allebei door een andere variabele (Z) veroorzaakt worden (korte
rokjes, ijsjes, allebei veroorzaakt door de zon (Z), maar de een veroorzaakt
niet de ander)
-> geen alternatieve verklaring voor het verschijnsel
• Correlationeel verband
-> X en Y treden tegelijkertijd op (maar X is niet noodzakelijkerwijs de oorzaak
van Y)
-> goed te meten met een vragenlijst
Voorbeeld experiment: ‘Godhelm’
- ‘Godhelm’; is er een causaal verband tussen het dragen van de helm en het
hebben van een mystiek ervaring
• geen causaal verband want:
-> correlationeel; er kunnen anderen redenen spelen
-> er is geen controle groep (vergelijkingsgroep die de experimentele
behandeling/manipulatie niet krijgt)
Manipulatie: iets dat jij als onderzoeker varieert en waaraan je deelnemers aselect kan
toewijzen (wel helm, geen helm, wel/wel/niet/wel/niet/niet)
• Aselect: random/volledig willekeurig
Wanneer kan je concluderen dat de ‘godhelm’ werkt?
,Take home
- Experiment: methode om causale relatie tussen twee variabelen aan te tonen
- Controlegroep, manipulatie, aselecte toewijzing
Variabele:
- Eigenschap van objecten of personen die verschillende waarden kan aannemen
(geslacht, begrip van tekst, leeftijd)
- In experimentele studie altijd twee verschillende variabele:
• Onafhankelijke variabele (helm)
-> Variabele die je manipuleert, waar je de testpersonen aan toewijst
-> De waarden die de variabele kan aannemen noem je de niveaus (wel
helm/geen helm)
-> ‘Cause’
• Afhankelijke variabele (mystieke ervaring)
-> Variabele waarop je effect verwacht
-> Effect
Experiment stemwijzer:
- Onafhankelijke variable
• Vraagstelling
-> Waarden: positief/negatief
- Hypothese
• Mensen zijn het vaker oneens met de negatieve stelling dan eens met de
positieve stelling
- Manipulatie:
• Aselect toegewezen aan de twee versies
- Controlegroep:
• Arbitrair
-> Ze zijn elkaars controlegroep
-> positief met negatief vergelijken
-> Groepen waren vergelijkbaar op allerlei punten
- Meer oneens bij negatieve vraag dan eens bij de positieve vraag:
• Er is inderdaad een effect van formulering (positief/negatief)
, Voorbeelden
Leidt het volgen van fysieke colleges in plaats van online colleges tot beter begrip van de
stof?
- Onafhankelijke variabelen
• collegevorm
- Waarden
• offline/online
- Afhankelijke variabele
• begrip van de stof
Heeft alcoholgebruik een effect op de rijvaardigheid van ervaren autorijders (die
minimaal 10 jaar hun rijbewijs hebben)?
- Onafhankelijke variabelen
• Alcoholgebruik
- Waarden
• wel of geen alcoholgebruik
- Afhankelijk
• rijvaardigheid
Wat voor soort onderzoeksvragen horen er bij een experiment
• leidt X tot Y?
• veroorzaakt X, Y?
• heeft X als effect Y?
• wat is het effect van X op Y?
• zijn X en Y causaal verbonden?
Er zijn verschillende onderzoeksvragen waar een experiment goed bij kan helpen om
hem te beantwoorden
Operationaliseren:
- Meetbaar maken van de constructen die je onderzoekt
Methodologie leerdoelen:
- kenmerken van experimenteel en niet-experimenteel onderzoek
omschrijven.
- verschillende variabelen in een onderzoeksontwerp omschrijven in
termen van de functie (bijv. onafhankelijke variabele, afhankelijke
variabele) en het meetniveau (nominaal, ordinaal, interval, ratio).
- beoordelen welke onderzoeksmethode het best gebruikt kan worden
om een bepaalde onderzoeksvraag te beantwoorden.
- de validiteit (interne validiteit, externe validiteit en constructvaliditeit)
van een onderzoek beoordelen.
- keuzes in het opzetten van experimenteel onderzoek en niet-
experimenteel onderzoek kritisch evalueren.
- reflecteren op de ethische aspecten van onderzoek doen.
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- Wetenschappelijk onderzoek is een systematische,
gecontroleerde, empirische en kritische benadering van
veronderstelde constructen en van de veronderstelde relaties
tussen deze constructen
• Theorieën spelen een belangrijke rol
• Algemene uitspraken over de werkelijkheid
• Uitsluiten van zoveel mogelijk alternatieven
• Doen van waarnemingen
• Op systematische manier verkregen
Wat is methodologie?
- Welke onderzoeksmethoden er zijn
• Wat voor soort onderzoeksvragen je wel en niet kan inzetten
• Hoe je onderzoeksmethoden ‘goed inzet’
➔ Betrouwbaarheid en validiteit
Type onderzoek
- Experimenteel; je test op een causaal verband (oorzaak -> gevolg)
• Gecontroleerde methode van waarneming
▪ Gecreëerde situatie, kunstmatig, manipulatie
▪ Een aspect veranderen aan een situatie, kijken naar het gevolg
- Niet experimenteel; paraplubegrip
▪ Beschrijvend onderzoek
, ▪ Verschijnselen in kaart brengen
▪ Geen causale relatie, geen manipulatie
▪ Natuurlijke omgeving wordt zo min mogelijk verstuurd
College 2
Experimentele methodes
- Wat is een experiment?
• onderzoeksmethode die gebruikt wordt om een causaal verband (oorzaak-
gevolg relatie) tussen twee variabelen aan te tonen
- Causaal verband:
• Tijdsvolgorde
-> X gaat vooraf aan Y (de wind -> boom gaat scheef staan)
• Covariatie
-> als X verandert, verandert Y ook (als de wind draait -> verandert de stand
van de boom)
• Geen schijnbaar causaal verband
-> als X en Y allebei door een andere variabele (Z) veroorzaakt worden (korte
rokjes, ijsjes, allebei veroorzaakt door de zon (Z), maar de een veroorzaakt
niet de ander)
-> geen alternatieve verklaring voor het verschijnsel
• Correlationeel verband
-> X en Y treden tegelijkertijd op (maar X is niet noodzakelijkerwijs de oorzaak
van Y)
-> goed te meten met een vragenlijst
Voorbeeld experiment: ‘Godhelm’
- ‘Godhelm’; is er een causaal verband tussen het dragen van de helm en het
hebben van een mystiek ervaring
• geen causaal verband want:
-> correlationeel; er kunnen anderen redenen spelen
-> er is geen controle groep (vergelijkingsgroep die de experimentele
behandeling/manipulatie niet krijgt)
Manipulatie: iets dat jij als onderzoeker varieert en waaraan je deelnemers aselect kan
toewijzen (wel helm, geen helm, wel/wel/niet/wel/niet/niet)
• Aselect: random/volledig willekeurig
Wanneer kan je concluderen dat de ‘godhelm’ werkt?
,Take home
- Experiment: methode om causale relatie tussen twee variabelen aan te tonen
- Controlegroep, manipulatie, aselecte toewijzing
Variabele:
- Eigenschap van objecten of personen die verschillende waarden kan aannemen
(geslacht, begrip van tekst, leeftijd)
- In experimentele studie altijd twee verschillende variabele:
• Onafhankelijke variabele (helm)
-> Variabele die je manipuleert, waar je de testpersonen aan toewijst
-> De waarden die de variabele kan aannemen noem je de niveaus (wel
helm/geen helm)
-> ‘Cause’
• Afhankelijke variabele (mystieke ervaring)
-> Variabele waarop je effect verwacht
-> Effect
Experiment stemwijzer:
- Onafhankelijke variable
• Vraagstelling
-> Waarden: positief/negatief
- Hypothese
• Mensen zijn het vaker oneens met de negatieve stelling dan eens met de
positieve stelling
- Manipulatie:
• Aselect toegewezen aan de twee versies
- Controlegroep:
• Arbitrair
-> Ze zijn elkaars controlegroep
-> positief met negatief vergelijken
-> Groepen waren vergelijkbaar op allerlei punten
- Meer oneens bij negatieve vraag dan eens bij de positieve vraag:
• Er is inderdaad een effect van formulering (positief/negatief)
, Voorbeelden
Leidt het volgen van fysieke colleges in plaats van online colleges tot beter begrip van de
stof?
- Onafhankelijke variabelen
• collegevorm
- Waarden
• offline/online
- Afhankelijke variabele
• begrip van de stof
Heeft alcoholgebruik een effect op de rijvaardigheid van ervaren autorijders (die
minimaal 10 jaar hun rijbewijs hebben)?
- Onafhankelijke variabelen
• Alcoholgebruik
- Waarden
• wel of geen alcoholgebruik
- Afhankelijk
• rijvaardigheid
Wat voor soort onderzoeksvragen horen er bij een experiment
• leidt X tot Y?
• veroorzaakt X, Y?
• heeft X als effect Y?
• wat is het effect van X op Y?
• zijn X en Y causaal verbonden?
Er zijn verschillende onderzoeksvragen waar een experiment goed bij kan helpen om
hem te beantwoorden
Operationaliseren:
- Meetbaar maken van de constructen die je onderzoekt