1. Hoofdvraag 1: De geschiedenis van Voor-azie wordt in deze periode gekenmerkt
door de opkomst van 3 grote rijken. Welke zijn dat en hoe is hun opkomst te
verklaren?
Assyrie, Babylonie en de perzen
7e en 6e eeuw
Babylonië en Assyrië streden om de heerschappij, alleen Assyriërs waren niet afhankelijk
van kunstmatige bevloeiingen en beschikten over een boerenvolk die misschien daarom wel
makkelijker zich bij de militaire ondernemingen ver van huis liet mobiliseren. Ze hoefden
toch nergens voor achter te blijven,want ze waren niet afhankelijk van de landbouw.
Ze hadden vele oorlogen en degene die verloor moest tribuut betalen. Het geld ging naar de
paleizen en de tempels. Het leger werd aangevuld door de onderworpen bevolking. De
koningen zagen zich als aangewezen door God of de goden en moesten dan natuurlijk
bewijzen. Dat deden ze door expansiepolitiek uit te voeren en te winnen. Zo bewees hij
dus ook dat hij boven het volk en anderen stond. Hij was aangewezen door de goden.
Ze moesten altijd oppassen voor tegenaanvallen en toen ze hun hoogtepunt bereikt hadden en
Egypte hadden veroverd, waren ze uitgeput. Ze hadden nu teveel gebieden veroverd en dat
konden ze niet goed bij elkaar houden, dat kostte veel energie. Ze waren uitgeput en hierdoor
konden andere volken gingen protesteren, was Assyrië te zwak om weerstand te bieden.
De Iraanse Meden hadden een verbond gesloten met het Nieuwe Babylonische Rijk en die
gingen toen samen vechten tegen Assyrië. In 612 werd Ninive veroverd en was er een einde
gekomen aan Assyrië.
De Babyloniërs versloegen de Egyptenaren en leken de opvolgers van Assyrië te worden.
Babylon werd voor een korte tijd het centrum van de wereld. Het hield echter niet lang
stand. In het Iraanse rijk van de Meden namen de Perzen (Iran) het over in 550. De Perzen
begonnen in 539 v.C ook aan een expansie politiek, ze veroverden o.a. de Grieken en ook
later het Nieuw-Babylonische rijk. Zij stonden de joden toe naar Israël terug te keren, wat
, de Babyloniërs hadden verboden in 587. de Babyloniërs hadden namelijk ook Jeruzalem
veroverd en dat was voor de joden de diaspora.
De Perzen werden geleid door Cyrus (1e keizer van Perzië) van de Achaemeniden. De
Perzen veroverden nog meer gebieden waaronder Egypte, Iran en Voor-Azië. Dat betekende
dat een groot deel van de sedentaire en geürbaniseerde wereld werd verenigd tot een rijk.
Het werd verdeeld in vele satrapieën. Mensen mochten hun autonomie houden, mits er wel
belasting werd betaald aan de Perzen en hun gezag werd erkend. Hier begint de confrontatie
tussen oost en west, want ze maakten kennis en dat was niet best. De expeditie tegen enkele
aan hun rijk grenzende werd een mislukking. De uitbreiding kon allen in westelijke
richting. Dit zou tot botsing leiden tussen het Perzische rijk en de staatjes van de
Grieken.
De haat tussen Irak en Iran: Irak heeft nooit vergeten dat de Perzen (Iran) een einde hebben
gemaakt aan het rijk van Babylonië (Irak). De strijd tussen Soennieten en Sjïeten. De Perzen
gaven de vrijheid terug aan de Joden, die mochten weer naar Israël en Jeruzalem gaan.
Het ging om de Rijken van: Assyriërs, Babyloniërs, (Meden) en de Perzen.
Hoofdvraag 2:
Richteren/ Rechters, gaven leiding aan het Joodse volk voordat er koningen waren. Zij
spraken recht, maar gaven eigenlijk de leiding. Dat deden David en Salomon ook als
koningen van het Israëlische rijk.
Richteren: Toen de Israëlieten zich tegen het einde van het 2e millennium verenigden onder
aanvoering van charismatische, religieuze en militaire leiders, de zogenaamde Richteren,
werd de basis gelegd voor de gedachte dat de gebeurtenissen van het volk Israël direct
afhankelijk waren van de relatie tussen dat volk en zijn god Jahweh. Als er een ramp kwam,
dan was dat omdat je ongehoorzaam was aan Jahweh. Tradities over gemeenschappelijke
voorouders, de zogenaamde aartsvaders Abraham, Isaäk en Jakob, en over de leider en
wetgever Mozes versterkten het besef van eenheid en van een verbond tussen God en Israël.