Algemene inleiding
Belasting: verplichte bijdragen door burgers zonder dat daar een specifieke tegenprestatie tegenover
staat; financiële bijdrage aan een gemeenschappelijke, betere samenleving.
- Budgettaire functie: (fiscaal doel) de opbrengst draagt bij aan de financiering van collectieve
goederen en diensten.
Fair share: een eerlijke rechtvaardige (belasting)bijdrage aan de collectieve middelen
van de Nederlandse samenleving.
- Instrumentele functie: (niet-fiscaal doel) nastreven van doelen; herverdeling van inkomen en
regulering van (on)gewenst gedrag.
Sturing van (doelen belasting)
1. Sociale-economie
2. Economie
3. Internationale concurrentiepositie
4. Werkgelegenheid
5. Cultuur en milieu
Belastingwetten:
- Het subject van heffing; belastingplichtige.
- Het object van heffing; bedrag waarover de belasting verschuldigd is.
- De wijze van heffing; op welke manier de belasting verschuldigd is.
- Het verschuldigde tarief of bedrag.
Materieel belastingrecht: de inhoudelijke regels die bepalen wanneer en hoeveel belasting een
persoon of onderneming moet betalen.
Formeel belastingrecht: omvat de procedure regels die bepalen hoe de belastingheffing en -inning
worden uitgevoerd.
Directe belasting: de belasting wordt geheven bij degene die de belasting zelf moet betalen.
Indirecte belasting: berekent degene die de belasting verschuldigd is, deze door aan een ander.
Tijdstipbelasting: de belastingheffingen die betrekken hebben op een gebeurtenis op een
specifiek tijdstip.
Tijdvakbelasting: de verschuldigde belasting die in de loop van een tijdvak is ontstaan, na afloop van
dit tijdvak worden afgedragen of voldaan.
Aangiftebelasting: de belastingplichtige moet zelf de verschuldigde belasting berekenen en voldoen
aan de Belastingdienst (aangifte).
Aanslagbelasting: de inspecteur stelt de verschuldigde belasting vast nadat de belastingplichtige de
aangifte heeft gedaan.
Voldoeningsbelasting: men is de belasting zelf verschuldigd.
Afdrachtsbelasting: degene die de belasting afdraagt is iemand anders dan degene die de belasting
verschuldigd is.
Subjectieve belasting: er wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden.
Objectieve belasting: persoonlijke omstandigheden hebben geen invloed; vast tarief.
, Partners: (AWR wetsartikel 5a) en (IB wetsartikel 1.2)
- Echtgenoot (gehuwd of geregistreerd partners).
- Meerderjarig én notarieel samenlevingscontract én ingeschreven op hetzelfde woonadres.
- Kind én erkend én op hetzelfde woonadres.
- Aangemeld voor pensioenregeling.
Onderneming:
- Duurzame organisatie (niet incidenteel; voor een langere periode).
- Kapitaal en arbeid.
- Deelname aan het economisch verkeer (handelen met derden).
- Oogmerk om winst te behalen (redelijkerwijs te verwachten).
Ondernemer: (IB wetsartikel 3.4)
- Onderneming bezitten.
- Recht hebben op de winst uitkering.
- Persoonlijk aansprakelijk voor de schulden.
Medegerechtigden: personen die gerechtigd zijn tot het ondernemingsvermogen; het resultaat
wordt belast in Box 1 en hebben geen recht op aftrek/vrijstelling (IB wetsartikel 3.3 lid 1)
Werknemer: “De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer,
zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te
verrichten.”
1. Loon (vergoeding).
2. Arbeid.
3. Zeggenschap (machtsverhouding).
Eigen woning: gebouw, duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen
(IB wetsartikel 3.111 lid 1).
- Eigendom.
- Hoofdverblijf.
- De belastingplichtige of zijn partner de voordelen genieten én de kosten drukken.
Tweede woning: een tweede woning valt nog in Box 1 ALS…
- In verkoop: als de woning bestemd is voor de verkoop én de woning leegstaat én binnen de
drie jaar daaropvolgende jaren wordt verkocht (IB wetsartikel 3.111 lid 2).
- In aanbouw: als de woning bestemd is om als eigen woning te gaan dienen én binnen de drie
daaropvolgende jaren als hoofdverblijf gaat dienen (IB wetsartikel 3.111 lid 3).
- Uit elkaar gaan van fiscaal partners (scheiding): als de woning niet langer door de
belastingplichtige wordt bewoond, maar nog wel als hoofdverblijf plaats dient voor de
gewezen partner voor maximaal twee jaar (IB wetsartikel 3.111 lid 4).
- Opname verzorgingshuis: als de belastingplichtige is opgenomen en dus tijdelijk een andere
hoofdverblijfplaats heeft voor maximaal twee jaar (IB wetsartikel 3.111 lid 5).
- Aanhouden woning bij vertrek naar het buitenland: als de woning niet aan derden ter
beschikking wordt gesteld én niet wordt genoten van belastbaar inkomen uit eigen woning
(IB wetsartikel 3.111 lid 6).