V, JAAR 1, 2020/2021.
FLEUR JANSSEN VA06
Onderwerpen die aan bod komen:
Onderwerp Aantal vragen (plusminus)
Decompensatio cordis 10
Depressie 14
Shock 10
Algemene oncologie/Mammacarcinoom10
Verpleegtechnische vaardigheden 20
Communicatieve vaardigheden 11
Recht
VERPLEEGKUNDIG REDENEREN
Lesweek 1
Reflecteren en leren
Om je werk goed te doen is het belangrijk regelmatig stil te staan bij hoe je communiceert en
werkt en welke keuzes je hierin maakt. Dit heet ‘reflecteren’: stilstaan bij je werk met als doel
hiervan te leren.
Wie reflecteert houdt zichzelf een spiegel voor. Je richt de blik naar binnen en stelt jezelf
vragen: ‘Waarom reageer ik zoals ik reageer? Waarom handelde ik zoals ik deed? Wat wilde
ik ermee bereiken?’ Je begint bij wat er gebeurde en welke signalen er waren waar je op
reageerde. Dan sta je stil bij je gevoelens en gedachten en hoe je de regie nam over je
reactie. Je kijkt ook naar de resultaten van je handelen.
Je kunt reflecteren op allerlei aspecten van je werk.
Bijvoorbeeld over:
Hoe ga je om met familieleden, met een zorg-leefplan of met cliënten die je als agressief
ervaart.
Hoe doen je collega’s dat, welke gespreksvaardigheden gebruiken zij, welke keuzes maken
zijn?
Hoe kun je samen met de cliënt met meer lef, creativiteit en inlevingsvermogen keuzes
maken.
Alleen, in tweetallen of teamverband
Reflecteren kun je doen in tweetallen, in kleine groepjes en in teamverband. Je kunt samen
stilstaan bij hoe de zorg bij een cliënt verloopt of bijvoorbeeld over de samenwerking en
communicatie in het team. Reflectie kost tijd. Het ‘werkt’ als je er bewust met je collega’s mee
bezig kunt zijn. Die tijd moet je maken. Als je leidinggevende het ook een goed idee vindt,
moet dat kunnen lukken. Je kunt ook in je eentje reflecteren: dan doe je aan zelfreflectie.
Werkvormen
, Er zijn meer manieren, werkvormen om stil te staan bij het werk in de zorg en in het team. Er
zijn werkvormen die helpen bij het stoom afblazen, energie opdoen en het leren uit ervaringen
en van elkaar. Er zijn ook werkvormen die helpen bij korte evaluaties en het waarderen van
een dag of de voortgang in ontwikkeling en dergelijke.
Voorbeelden:
Drie woorden: Je vraagt de anderen om in maximaal drie woorden aan te geven hoe ze hun
dag (of dienst) ervaren hebben.
Schaal-vragen: Je geeft een ‘rapportcijfer’ voor een bepaalde activiteit of ervaring. Dit cijfer
vormt het uitgangspunt voor een gesprek. Waarom dit cijfer?, Wat moet er gebeuren om een
hoger rapportcijfer te geven?
Barometer: Je geeft op deze barometer aan hoe je terugkijkt op een bepaalde ervaring of
periode. Deze score vormt het uitgangspunt voor de gedachtenwisseling.
Tips en Tops: Je schrijft een ‘top’, wat ging goed, wat wil je behouden en een ‘tip’ wat kon
beter of anders op een kaartje of een post-its en je licht deze toe.
Je werk anders bekeken: Je benoemt een dier, bloem of voorwerp dat het beste ‘verbeeldt’
hoe je tegen het werk aankijkt. ‘Mijn werk is als een… (tijger, koe, slak, …) en je licht toe
waarom je dit dier heb gekozen.
Moment voor een compliment: Je geeft een echte pluim aan een collega en licht toe waarom
hij die verdient. Kan ook in de vorm van een bloem, briefkaart of complimentenmuur.
Reflecteren met het model van Korthagen
Het model van Korthagen is een methode die je kunt gebruiken in je reflectieverslag om te reflecteren
op je handelen. Het reflectiemodel van Korthagen bestaat uit 5 stappen:
1. Je ervaart een betekenisvolle situatie.
2. Je blikt hierop terug; de reflectie.
3. Je begrijpt de meest belangrijke kenmerken van de ervaring.
4. Je bedenkt wat anders zou kunnen in het vervolg; alternatieven.
5. Je probeert deze alternatieven uit in de praktijk.
Vervolgens doe je een nieuwe ervaring op waarop je weer kunt reflecteren en begin je weer bij stap 1.