COLLEGE 1
Oefencasus 1 Zayn
Zayn is op 1 februari 2022 voor bepaalde tijd (tot 1 augustus 2022) bij schriftelijk
aangegane arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij het Taalhuis. Partijen zijn een
proeftijd van 1 maand overeengekomen. Op woensdag 25 februari 2022 heeft Zayn zich
ziek gemeld door een boodschap in te spreken op het antwoordapparaat van het
Taalhuis. Die dag heeft het Taalhuis Zayn tevergeefs telefonisch proberen te bereiken. Op
27 februari 2022 – de een na laatste dag van de maand – heeft het Taalhuis Zayn per
aangetekende brief medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd wordt
opgezegd. Zayn roept bij brief van 3 maart 2022 de nietigheid van het ontslag in en stelt
zich beschikbaar om werkzaamheden te kunnen verrichten. Zayn stelt de brief van 27
februari 2022 pas op 2 maart 2022 te hebben ontvangen en direct, op 3 maart 2022, de
nietigheid van het ontslag te hebben ingeroepen.
1. Leg uit of sprake is van een rechtsgeldig proeftijd ontslag.
Op grond van art 7:652 lid 4 sub a BW is er sprake van een rechtsgeldige proeftijdbeding.
Proeftijd voor beide partijen gelijk: voor beide partijen 1 maand
schriftelijk overeengekomen: opgenomen in schriftelijke arbeidsovereenkomst, dus hier
wordt aan voldaan.
Maximale duur: lid 4 sub a: 1 maand
lid 6: arbeidsovereenkomst is 6 maanden in deze casus, hier mag dus geen proeftijd
overeenkomen.
op grond van art 7:652 lid 8 is de proeftijdsbeding nietig.
Art 6:676 BW opzegging met onmiddellijke ingang
Art 6:670 BW opzegverbod
Art 7:670a lid 2 sub b BW sommige opzegverboden zijn niet van toepassing bij
proeftijd.
Opzegging heeft werknemer bereikt binnen de proeftijd.
, Sander heeft de opleiding tot webdesigner afgerond. Sander komt in contact met
“Ontwerp BV”. Sander mag o.b.v. een overeenkomst van opdracht voor Ontwerp BV thuis
(in zijn eigen tijd) websites bouwen voor klanten van Ontwerp BV.
Ontwerp BV geeft daarbij enkel aan Sander door hoe de klanten graag zouden willen dat
de website eruit ziet qua kleuren (groen/geel/paars etc.). Al het overige (o.a. de indeling
van de website) mag Sander naar eigen inzicht inrichten. Daarnaast maakt Sander
gebruik van zijn eigen middelen: pc, ontwerpprogramma, software etc.
In de overeenkomst van opdracht hebben Sander en Ontwerp BV afgesproken, dat
Sander EUR 35,- per uur mag declareren aan Ontwerp BV. Er wordt door Sander ook op
uurbasis gedeclareerd en Sander zal zelf moeten zorgdragen voor eventuele afdrachten
aan de Belastingdienst. Er wordt geen inkomstenbelasting ingehouden door Ontwerp BV.
In de afgelopen maanden heeft Sander de volgende uren gewerkt: juni 50 uur, juli 45
uur, augustus 60 uur, september 40 uur en oktober 50 uur. Sander hoort vanaf
november niets meer van Ontwerp B.V.
Vraag 1: Is er een verbintenis?
Arrest x/gemeente Amsterdam
Arrest HR ABN AMR/ Malhi of er sprake is van een verbintenis is afhankelijk van wat zij
over een weer hebben verklaard aan elkaar en wat ze uit elkaar gedragingen en
verwachtingen hebben afgeleid. En mochten ze dit redelijkerwijs afleiden?
In dit geval heeft Sander rechtstreeks een afspraak gemaakt met ontwerp b.v. Sander
zou namelijk webdesigns maken voor ontwerp b.v. er is dus sprake van een verbintenis.
Vraag 2: Leg uit of Sander in rechte kan afdwingen dat er sprake is van een
arbeidsovereenkomst. Bespreek hierbij de voorwaarden.
Rechtsvermoedens art 7:610a BW:
1) Tegen betaling van een ander. hier wordt aan voldaan. Sander krijgt 35 euro
per uur.
2) Arbeid heeft verricht ja, het maken van website design.
3) De arbeid gedurende 3 opeenvolgende maanden heeft verricht ja, inmiddels al
5 maanden
4) De arbeid werd wekelijk of ten minste 20u per maand. in deze casus is er
sprake van meer den 20u per maand
Aan alle vereisten worden voldaan, dus is er een vermoeden van het bestaan van een
arbeidsovereenkomst.
Art 7:610b BW
1) Arbeidsovereenkomst heeft tenminste 3 maanden geduurd. Ja, 5 maanden.
2) Hoeveel uur de werknemer in deze 3 maanden heeft gewerkt. gemiddelde is 50
uur per maand.
Het rechtsvermoeden is dat er een arbeidsovereenkomst van 50 uur per maand is
geweest.