Hoorcollege 2: samenvatting boeken en artikelen
Meer dan onderwijs
7.2 Het pedagogische klimaat
De verschillende opvattingen van een leerkracht hebben invloed op het pedagogisch klimaat.
Maria Montessori: gaf haar ideeën praktisch vorm in een methode met bijbehorende Montessori-
materialen en ging er vanuit dat een kind van nature een drang heeft om te leren. Dit onderwijs gaat
er vanuit dat er gevoelige fasen zijn in de ontwikkeling waarbij leerlingen speciale dingen willen
leren. -> dit geeft het kind zelf wel aan. -> veel vrijheid voor het kind en soms wat aansturing van de
docent.
Pavlov zegt dat mensen op prikkels reageren en als je de reactie van mensen beloont of bestraft, hun
gedrag kan beïnvloeden. De omgeving is bepalend voor wat het kind leert. -> de leraar heeft een
grote invloed, er is een sterke structurering, de leraar begeleidt en er is minder vrij spel of eigen
ontdekking.
Vygotski vindt zowel de natuurlijke ontwikkeling en de beïnvloeding door de omgeving belangrijk.
Moet een leerling iets leren? Zorg er dan voor dat de omgeving zo is ingericht dat de leerlingen
worden uitgedaagd tot die activiteiten in zijn naaste ontwikkeling. De sfeer is gericht op leren en
ontdekkingen doen.
Maslov zegt dat veiligheid een basisbehoeften van de mens is. In een veilige omgeving leert het kind
meer dan wanneer er angst is. Hier zal dus veel aandacht worden besteed aan het scheppen van een
goede sfeer en een veilig gevoel. Vanuit dit punt zal het kind zelf of met lichte hulp tot ontwikkeling
en het leren komen.
Autoritaire leiderschapsstijl: je hebt de leerlingen graag zelf in de hand, ze moeten niet te veel ruimte
krijgen en er moeten duidelijke grenzen gesteld worden.
Laissez-faire: kinderen bepalen in hoge maten wat er gebeurt en jij de dingen zoveel mogelijk
overlaat aan hun natuurlijke ontwikkeling. Je vertrouwen in de leerlingen en eigen aanwas is groot.
Democratische leiderschapsstijl: deze geeft ruimte aan de mening en ideeën van de kinderen, maar
ook geldt het principe dat zij van volwassenen leren. Zodra het verantwoord is, laat de
democratische leider het kind zelf verantwoordelijkheid dragen en geeft hij vrijheid.
7.3 Verwachtingen
Duidelijkheid over verwachtingen is essentieel voor een veilig gevoel. Maar wanneer er te veel van
een kind verwacht wordt, kan het kind faalangst, depressieve gevoelens, onredelijk gedrag,
eenzaamheid en een gevoel van tekortkoming tonen. Het zelfbeeld dat zich in die periode ontwikkelt
is ook van groot belang. Een negatief zelfbeeld leidt tot een negatieve spiraal op allerlei gebieden.
Onderpresteren of negatieve aandacht vragen komt ook vaak voor.
, Artikelen:
Het goede doen, ook in de ogen van het kind
Als leerkracht moet je op de onmogelijkste momenten snelle keuzes maken.
Wat is goed pedagogisch handelen? De drie psychologische basisbehoeften:
De pedagogische grondfiguur:
1. Relatie -> mensen willen het gevoel hebben erbij te horen. Geef ze het vertrouwen dat je er voor
ze bent.
2. Competentie -> mensen willen het gevoel hebben dat ze iets waard zijn. Laten zien wat je kan +
uitgedaagd worden.
3. Autonomie -> onafhankelijk willen zijn, dingen zelf kunnen doen of beslissen. Geef leerlingen
vrijheid
Erbij horen en meetellen
Aan de basisbehoeften relatie wordt voldaan wanneer kinderen met plezier naar school gaan, zih
daar gewaardeerd voelen, zich veilig voelen en merken dat ze erbij horen en ertoe doen.
De volgende aanbevelingen zullen de interatie met kinderen ten goede komen:
Aandacht besteden aan de inbreng van een kind, geef complimenten corrigeren van dichtbij, , zorgen
dat de leerlingen niet afgaan, samenwerking tussen kinderen bevorderen, klimaat in de kals met
iedereen bespreken, zowel als het goed gaat als slecht. Eigen emoties laten zien en iedereen met
respect behandelen.
Adaptief bezig: wanneer de leerkracht belangstelling heeft voor de manier waarop kinderen hun taak
vervullen en daarnaast bovendien oog heeft voor alleaagse dingen.
Adaptieve leraren geven kinderen de ruimte om authentiek te blijven. Je hoeft niet te veranderen.
Samenwerkend leren steunt op een zevental basisprincipes:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
2. Interactie
3. Individuele aanspreekbaarheid
4. Regelmatig gebruik van sociale vaardigheden
5. Evaluatie groepsproces: samenwerking en bereiken van leerdoelen
6. Heterogene groepssamenstelling
7. Een gezamenlijk product
Meer dan onderwijs
7.2 Het pedagogische klimaat
De verschillende opvattingen van een leerkracht hebben invloed op het pedagogisch klimaat.
Maria Montessori: gaf haar ideeën praktisch vorm in een methode met bijbehorende Montessori-
materialen en ging er vanuit dat een kind van nature een drang heeft om te leren. Dit onderwijs gaat
er vanuit dat er gevoelige fasen zijn in de ontwikkeling waarbij leerlingen speciale dingen willen
leren. -> dit geeft het kind zelf wel aan. -> veel vrijheid voor het kind en soms wat aansturing van de
docent.
Pavlov zegt dat mensen op prikkels reageren en als je de reactie van mensen beloont of bestraft, hun
gedrag kan beïnvloeden. De omgeving is bepalend voor wat het kind leert. -> de leraar heeft een
grote invloed, er is een sterke structurering, de leraar begeleidt en er is minder vrij spel of eigen
ontdekking.
Vygotski vindt zowel de natuurlijke ontwikkeling en de beïnvloeding door de omgeving belangrijk.
Moet een leerling iets leren? Zorg er dan voor dat de omgeving zo is ingericht dat de leerlingen
worden uitgedaagd tot die activiteiten in zijn naaste ontwikkeling. De sfeer is gericht op leren en
ontdekkingen doen.
Maslov zegt dat veiligheid een basisbehoeften van de mens is. In een veilige omgeving leert het kind
meer dan wanneer er angst is. Hier zal dus veel aandacht worden besteed aan het scheppen van een
goede sfeer en een veilig gevoel. Vanuit dit punt zal het kind zelf of met lichte hulp tot ontwikkeling
en het leren komen.
Autoritaire leiderschapsstijl: je hebt de leerlingen graag zelf in de hand, ze moeten niet te veel ruimte
krijgen en er moeten duidelijke grenzen gesteld worden.
Laissez-faire: kinderen bepalen in hoge maten wat er gebeurt en jij de dingen zoveel mogelijk
overlaat aan hun natuurlijke ontwikkeling. Je vertrouwen in de leerlingen en eigen aanwas is groot.
Democratische leiderschapsstijl: deze geeft ruimte aan de mening en ideeën van de kinderen, maar
ook geldt het principe dat zij van volwassenen leren. Zodra het verantwoord is, laat de
democratische leider het kind zelf verantwoordelijkheid dragen en geeft hij vrijheid.
7.3 Verwachtingen
Duidelijkheid over verwachtingen is essentieel voor een veilig gevoel. Maar wanneer er te veel van
een kind verwacht wordt, kan het kind faalangst, depressieve gevoelens, onredelijk gedrag,
eenzaamheid en een gevoel van tekortkoming tonen. Het zelfbeeld dat zich in die periode ontwikkelt
is ook van groot belang. Een negatief zelfbeeld leidt tot een negatieve spiraal op allerlei gebieden.
Onderpresteren of negatieve aandacht vragen komt ook vaak voor.
, Artikelen:
Het goede doen, ook in de ogen van het kind
Als leerkracht moet je op de onmogelijkste momenten snelle keuzes maken.
Wat is goed pedagogisch handelen? De drie psychologische basisbehoeften:
De pedagogische grondfiguur:
1. Relatie -> mensen willen het gevoel hebben erbij te horen. Geef ze het vertrouwen dat je er voor
ze bent.
2. Competentie -> mensen willen het gevoel hebben dat ze iets waard zijn. Laten zien wat je kan +
uitgedaagd worden.
3. Autonomie -> onafhankelijk willen zijn, dingen zelf kunnen doen of beslissen. Geef leerlingen
vrijheid
Erbij horen en meetellen
Aan de basisbehoeften relatie wordt voldaan wanneer kinderen met plezier naar school gaan, zih
daar gewaardeerd voelen, zich veilig voelen en merken dat ze erbij horen en ertoe doen.
De volgende aanbevelingen zullen de interatie met kinderen ten goede komen:
Aandacht besteden aan de inbreng van een kind, geef complimenten corrigeren van dichtbij, , zorgen
dat de leerlingen niet afgaan, samenwerking tussen kinderen bevorderen, klimaat in de kals met
iedereen bespreken, zowel als het goed gaat als slecht. Eigen emoties laten zien en iedereen met
respect behandelen.
Adaptief bezig: wanneer de leerkracht belangstelling heeft voor de manier waarop kinderen hun taak
vervullen en daarnaast bovendien oog heeft voor alleaagse dingen.
Adaptieve leraren geven kinderen de ruimte om authentiek te blijven. Je hoeft niet te veranderen.
Samenwerkend leren steunt op een zevental basisprincipes:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
2. Interactie
3. Individuele aanspreekbaarheid
4. Regelmatig gebruik van sociale vaardigheden
5. Evaluatie groepsproces: samenwerking en bereiken van leerdoelen
6. Heterogene groepssamenstelling
7. Een gezamenlijk product