Onderwijsgroep 7. Stadssociologie, Onderwijs & Opvoeding
Leerdoelen bij probleem 3.
Welke mechanismen liggen ten grondslag aan sociale exclusie bij jongeren in
steden?
Artikel 1
3 perspectieven:
1. Sociale exclusiemechanismen worden in het bijzonder aangetroffen binnen steden.
Primair omdat juist daar de effecten van de economische globalisering op lokale
omgevingen zichtbaar zijn. Concreet zou je dit moeten kunnen zien op de
arbeidsmarkt met ongelijke kansen, discriminatie en achterstelling. (economisch-
materiële dimensie)
Economische strain: blokkades tijdens sollicitaties op het werk, ongelijke kansen op
de arbeidsmarkt
Economische boulimia: de aanwezigheid van zowel een sterk meritocratische
houding en een relatief sterke economische strain onder in Rotterdam studerende
jongeren.
2. De stedelijke omgeving is relevant voor de culturele dimensie van sociale uitsluiting.
Culturele strain: specifieke (publiek en politiek debat) en algemene dimensie
Culturele boulimia: de aanwezigheid van zowel een sterk juridisch-egalitaire
houding en een relatief hoge mate van gerapporteerde culturele strain onder in
Rotterdam studerende jongeren tussen de 15 en 27 jaar.
3. Psychologische uitsluiting
Mensen voelen de behoefte om ergens bij te horen en ervaren social pain wanneer
ze het gevoel hebben er niet bij te horen. Dit is een subjectieve beleving.
3 exclusie variabelen
1. Economisch: buitensluiten op de arbeidsmarkt
2. Specifiek cultureel: social pain door politiek/publieke uitingen
3. Algemeen cultureel: social pain door je omgeving
2 inclusie variabelen
1. Meritocratische attitude: o.b.v. prestaties
2. Juridisch universalistische attitude: o.b.v. rechten
5 typen combinaties van insluiting en uitsluiting:
1. Een minder sterk idee van gelijke rechten voor iedereen en het idee dat de ruimte om
hun eigen identiteit te beleven in NL wordt belemmerd; christelijke jongeren
2. Alle dimensies op gemiddeld, er is nauwelijks uitsluiting volgens hen (grootste groep);
autochtone niet gelovige jongeren
3. Gelijke rechten voor iedereen en ruimte om de eigen identiteit te uiten. Lichtste vorm
van boulimia; islamitische en christelijke jongeren
4. Hun culturele en levensbeschouwelijke identiteit wordt negatief bekeken door de
samenleving, dit is zeer in strijd met hun geloof van gelijkheid voor allen. Beleven een
hoge mate van sociale pijn en hebben het gevoel dat ze zichzelf niet kunnen uiten;
niet autochtone christenen en moslims
5. Ze voelen zich erg gediscrimineerd en kunnen hun identiteit niet goed uiten. Er is
hierbij sprake van dubbele boulimische dynamiek; etnische minderheden
Sociale uitsluiting: meritocratisering wordt verwacht, maar strains worden ervaren.
Rotterdam is de laatste jaren superdivers geworden; een toestroom van migranten over de
hele wereld in combinatie met vertrek van vooral de autochtone middenklasse heeft gezorgd
voor een raciaal, etnisch en religieus zeer pluralistische bevolkingssamenstelling. Daarnaast
zorgt het ook voor diversificatie op het gebied van opleidingsniveau, leefstijl, etc. binnen elke
culturele groep. Rotterdam is een majority-minority stad waarin de meerderheid van de
bevolking behoort tot minderheidsgroepen.
Leerdoelen bij probleem 3.
Welke mechanismen liggen ten grondslag aan sociale exclusie bij jongeren in
steden?
Artikel 1
3 perspectieven:
1. Sociale exclusiemechanismen worden in het bijzonder aangetroffen binnen steden.
Primair omdat juist daar de effecten van de economische globalisering op lokale
omgevingen zichtbaar zijn. Concreet zou je dit moeten kunnen zien op de
arbeidsmarkt met ongelijke kansen, discriminatie en achterstelling. (economisch-
materiële dimensie)
Economische strain: blokkades tijdens sollicitaties op het werk, ongelijke kansen op
de arbeidsmarkt
Economische boulimia: de aanwezigheid van zowel een sterk meritocratische
houding en een relatief sterke economische strain onder in Rotterdam studerende
jongeren.
2. De stedelijke omgeving is relevant voor de culturele dimensie van sociale uitsluiting.
Culturele strain: specifieke (publiek en politiek debat) en algemene dimensie
Culturele boulimia: de aanwezigheid van zowel een sterk juridisch-egalitaire
houding en een relatief hoge mate van gerapporteerde culturele strain onder in
Rotterdam studerende jongeren tussen de 15 en 27 jaar.
3. Psychologische uitsluiting
Mensen voelen de behoefte om ergens bij te horen en ervaren social pain wanneer
ze het gevoel hebben er niet bij te horen. Dit is een subjectieve beleving.
3 exclusie variabelen
1. Economisch: buitensluiten op de arbeidsmarkt
2. Specifiek cultureel: social pain door politiek/publieke uitingen
3. Algemeen cultureel: social pain door je omgeving
2 inclusie variabelen
1. Meritocratische attitude: o.b.v. prestaties
2. Juridisch universalistische attitude: o.b.v. rechten
5 typen combinaties van insluiting en uitsluiting:
1. Een minder sterk idee van gelijke rechten voor iedereen en het idee dat de ruimte om
hun eigen identiteit te beleven in NL wordt belemmerd; christelijke jongeren
2. Alle dimensies op gemiddeld, er is nauwelijks uitsluiting volgens hen (grootste groep);
autochtone niet gelovige jongeren
3. Gelijke rechten voor iedereen en ruimte om de eigen identiteit te uiten. Lichtste vorm
van boulimia; islamitische en christelijke jongeren
4. Hun culturele en levensbeschouwelijke identiteit wordt negatief bekeken door de
samenleving, dit is zeer in strijd met hun geloof van gelijkheid voor allen. Beleven een
hoge mate van sociale pijn en hebben het gevoel dat ze zichzelf niet kunnen uiten;
niet autochtone christenen en moslims
5. Ze voelen zich erg gediscrimineerd en kunnen hun identiteit niet goed uiten. Er is
hierbij sprake van dubbele boulimische dynamiek; etnische minderheden
Sociale uitsluiting: meritocratisering wordt verwacht, maar strains worden ervaren.
Rotterdam is de laatste jaren superdivers geworden; een toestroom van migranten over de
hele wereld in combinatie met vertrek van vooral de autochtone middenklasse heeft gezorgd
voor een raciaal, etnisch en religieus zeer pluralistische bevolkingssamenstelling. Daarnaast
zorgt het ook voor diversificatie op het gebied van opleidingsniveau, leefstijl, etc. binnen elke
culturele groep. Rotterdam is een majority-minority stad waarin de meerderheid van de
bevolking behoort tot minderheidsgroepen.