Kennisdoelen Taal 1C
Kennisdoel 1: De student beschrijft welke onderzoekinstrumenten en observatiemethoden
gebruikt kunnen worden om het niveau van verschillende aspecten (fonologie, semantiek,
morfologie, syntaxis, pragmatiek) van de taalontwikkeling te kunnen bepalen. Dit zijn:
Onderzoek: Doelgroep Doel Onderzochte
taaldomeinen
Schlichting Test voor Kinderen van 2;0 – 7;0 jaar, meten van de receptieve Semantiek, syntaxis,
taalbegrip bij wie een achterstand in de taalontwikkeling van morfologie:
ontwikkeling van het kinderen (taalbegrip) receptieve
taalbegrip vermoed wordt. taalontwikkeling.
Schlichting Test voor Kinderen van 2;0 – 7;0 jaar, meten van de ontwikkeling Semantiek (WO) en
Taalproductie – II bij wie een achterstand in de van de taalproductie. syntaxis (ZO)
ontwikkeling van de Daarnaast meten van het
Zinsontwikkeling en taalproductie vermoed auditieve geheugen en de
wordt. fonologische
woordontwikkeling verwerkingsvaardigheden
Nederlands als 1e taal
TAK-onderbouw Kinderen van 4;0 – 9;0 jaar Inzicht verschaffen in Mondeling
met het Nederlands als mondelinge vaardigheid in vaardigheid in het
moedertaal en als tweede het Nederlands van Nederlands
taal (NT2) kinderen van 4 tot 9 jaar
Peabody (semantiek) Kinderen en volwassenen meten van het begrip van Begrip van gesproken
van 2;3-90 jaar met gesproken woorden, woorden
Nederlands als 1e taal, waarbij afbeeldingen die
mensen in gezondheidszorg woorden illustreren
en voor mensen met
Nederlands als NT2
Bij schlichting taalproductie
afbreekregel: na 5 opeenvolgende
fouten
,TAK Onderbouw
- Taaltoets Alle Kinderen
- Vooral op school
- 10 subtests, Los van elkaar af te nemen
- Beoordeling dmv CITO-score A tot en met E
TAK: interpretatie
- Normen voor:
o Begin groep 1
o Begin groep 2
o Eind groep 2
o Eind groep 3
o Eind groep 4
- Weergegeven met Niveau A tot en met E
- Normen voor:
o Nederlandse kinderen,
o T1: thuistaal overwegend niet Nederlands, Turks, Marokkaans, Aziatische talen
o T2: thuistaal overwegend Nederlands, maar in combinatie met een andere taal,
Antillianen, Surinamers
- Weergegeven met laag-gemiddeld-hoog
TAK Onderbouw: 10 Subtests
- Klanken
o Klankonderscheiding: vaardigheid om spraakklanken van elkaar te onderscheiden
Vb: kas-kaas, dorp-drop
Hetzelfde niet hetzelfde
o Klankarticulatie: articulatievaardigheid
naspreken van woorden
- Receptief woordniveau
o Passieve Woordenschat:
woord uit 4 plaatjes aanwijzen
- Receptief zinsniveau
o Zinsbegrip 1: Functiewoorden: begrip van functiewoorden
woord uit 3 plaatjes aanwijzen
Bij welke clown is de middelste knoop zwart? Moeder snuit zijn neus
o Zinsbegrip 2: Zinspatronen: begrip van relaties tussen woorden en woordgroepen
in een zin
woord uit 3 plaatjes aanwijzen
Als Wim wat dunner was, zou hij door de deur kunnen
Dit glas zit nog niet vol
, - Receptief tekstniveau
o Tekstbegrip:
vragen n.a.v. 6 voorgelezen korte teksten
- Productief
o Woordvorming: toepassing van 2 woordvormingsregels (meervoud, voltooid
deelwoord)
zinnen afmaken bij plaatjes
- Productief
o Zinsvorming: gebruik van bepaalde zinspatronen en functiewoorden
zinnen nazeggen
- Productief
o Woordomschrijving: actieve woordenschat
geven van een omschrijving van afzonderlijke woorden
Bv. zweten, stekker, broeden, rimpel
o Verteltaak: vertelvaardigheid, samenhang en betekenis
verhaal navertellen aan de hand van 2 stripverhalen
Kennisdoel 2: De student omschrijft de begrippen ruwe scores, standaard scores,
standaarddeviaties, (per)centielscores, quotiëntscores, citoscores,
betrouwbaarheidsintervallen en leeftijdsequivalenten in de context van een taaltest.
Verschillende scores
- Ruwe score en standaardscore
- Standaardscores vergelijken de gegevens van 1 persoon met groep
o Standaarddeviatie
o Quotiëntscores
o Percentielscores
Ruwe score:
- Som aantal correcte items
- Levert geen informatie op over prestatie in
vergelijking met normgroep
Standaardscore:
- Wordt vanuit ruwe score berekend (tabel)
- Scores die behaald zijn door de normgroep
- Vergelijking met normgroep mogelijk
Standaarddeviatie afwijking van het gemiddelde
Tussen -1 standaarddeviatie en +1 standaarddeviatie is gemiddeld (68%)
Tussen 85 & 115 quotiënt is gemiddeld
Kennisdoel 1: De student beschrijft welke onderzoekinstrumenten en observatiemethoden
gebruikt kunnen worden om het niveau van verschillende aspecten (fonologie, semantiek,
morfologie, syntaxis, pragmatiek) van de taalontwikkeling te kunnen bepalen. Dit zijn:
Onderzoek: Doelgroep Doel Onderzochte
taaldomeinen
Schlichting Test voor Kinderen van 2;0 – 7;0 jaar, meten van de receptieve Semantiek, syntaxis,
taalbegrip bij wie een achterstand in de taalontwikkeling van morfologie:
ontwikkeling van het kinderen (taalbegrip) receptieve
taalbegrip vermoed wordt. taalontwikkeling.
Schlichting Test voor Kinderen van 2;0 – 7;0 jaar, meten van de ontwikkeling Semantiek (WO) en
Taalproductie – II bij wie een achterstand in de van de taalproductie. syntaxis (ZO)
ontwikkeling van de Daarnaast meten van het
Zinsontwikkeling en taalproductie vermoed auditieve geheugen en de
wordt. fonologische
woordontwikkeling verwerkingsvaardigheden
Nederlands als 1e taal
TAK-onderbouw Kinderen van 4;0 – 9;0 jaar Inzicht verschaffen in Mondeling
met het Nederlands als mondelinge vaardigheid in vaardigheid in het
moedertaal en als tweede het Nederlands van Nederlands
taal (NT2) kinderen van 4 tot 9 jaar
Peabody (semantiek) Kinderen en volwassenen meten van het begrip van Begrip van gesproken
van 2;3-90 jaar met gesproken woorden, woorden
Nederlands als 1e taal, waarbij afbeeldingen die
mensen in gezondheidszorg woorden illustreren
en voor mensen met
Nederlands als NT2
Bij schlichting taalproductie
afbreekregel: na 5 opeenvolgende
fouten
,TAK Onderbouw
- Taaltoets Alle Kinderen
- Vooral op school
- 10 subtests, Los van elkaar af te nemen
- Beoordeling dmv CITO-score A tot en met E
TAK: interpretatie
- Normen voor:
o Begin groep 1
o Begin groep 2
o Eind groep 2
o Eind groep 3
o Eind groep 4
- Weergegeven met Niveau A tot en met E
- Normen voor:
o Nederlandse kinderen,
o T1: thuistaal overwegend niet Nederlands, Turks, Marokkaans, Aziatische talen
o T2: thuistaal overwegend Nederlands, maar in combinatie met een andere taal,
Antillianen, Surinamers
- Weergegeven met laag-gemiddeld-hoog
TAK Onderbouw: 10 Subtests
- Klanken
o Klankonderscheiding: vaardigheid om spraakklanken van elkaar te onderscheiden
Vb: kas-kaas, dorp-drop
Hetzelfde niet hetzelfde
o Klankarticulatie: articulatievaardigheid
naspreken van woorden
- Receptief woordniveau
o Passieve Woordenschat:
woord uit 4 plaatjes aanwijzen
- Receptief zinsniveau
o Zinsbegrip 1: Functiewoorden: begrip van functiewoorden
woord uit 3 plaatjes aanwijzen
Bij welke clown is de middelste knoop zwart? Moeder snuit zijn neus
o Zinsbegrip 2: Zinspatronen: begrip van relaties tussen woorden en woordgroepen
in een zin
woord uit 3 plaatjes aanwijzen
Als Wim wat dunner was, zou hij door de deur kunnen
Dit glas zit nog niet vol
, - Receptief tekstniveau
o Tekstbegrip:
vragen n.a.v. 6 voorgelezen korte teksten
- Productief
o Woordvorming: toepassing van 2 woordvormingsregels (meervoud, voltooid
deelwoord)
zinnen afmaken bij plaatjes
- Productief
o Zinsvorming: gebruik van bepaalde zinspatronen en functiewoorden
zinnen nazeggen
- Productief
o Woordomschrijving: actieve woordenschat
geven van een omschrijving van afzonderlijke woorden
Bv. zweten, stekker, broeden, rimpel
o Verteltaak: vertelvaardigheid, samenhang en betekenis
verhaal navertellen aan de hand van 2 stripverhalen
Kennisdoel 2: De student omschrijft de begrippen ruwe scores, standaard scores,
standaarddeviaties, (per)centielscores, quotiëntscores, citoscores,
betrouwbaarheidsintervallen en leeftijdsequivalenten in de context van een taaltest.
Verschillende scores
- Ruwe score en standaardscore
- Standaardscores vergelijken de gegevens van 1 persoon met groep
o Standaarddeviatie
o Quotiëntscores
o Percentielscores
Ruwe score:
- Som aantal correcte items
- Levert geen informatie op over prestatie in
vergelijking met normgroep
Standaardscore:
- Wordt vanuit ruwe score berekend (tabel)
- Scores die behaald zijn door de normgroep
- Vergelijking met normgroep mogelijk
Standaarddeviatie afwijking van het gemiddelde
Tussen -1 standaarddeviatie en +1 standaarddeviatie is gemiddeld (68%)
Tussen 85 & 115 quotiënt is gemiddeld