Voorbereiding werkgroep 2 – cybercrime
Yana Tulen
Vraag 1
Geef (al dan niet met behulp van informatie uit het Basisboek) een overzicht van mogelijke
motieven bij hackers/cyberdaders
1 van de voornaamste motieven is geld, diefstal van geld (bijv via online bankieren), maar
ook ransomware aanvallen waarbij losgeld wordt geëist. Daarnaast kan hacken gebeuren
vanuit wraak of bijvoorbeeld activisme. Ook gebeurt hacken soms vanuit een
“amateuristisch” oogpunt en is de “hacker” gewoon nieuwsgierig en probeert hij/zij maar wat.
Vraag 2
a) Voor welke strafbare feiten werd de verdachte in deze zaak vervolgd? In welke artikelen
van het Wetboek van Strafrecht zijn deze delicten strafbaar gesteld? Welke straf heeft hij
opgelegd gekregen?
Strafbare feiten waarvoor verdachte werd vervolgd / artikel in Sr:
- Computervredebreuk bij meerdere bedrijven (art 138ab lid 1 Sr)
- Afpersing van een healthcare organisatie (art 317 Sr)
- Afdreiging van meerdere bedrijven (art 318 Sr)
- Poging tot afdreiging van meerdere bedrijven (meermaals) (art 45 lid 1 Sr ; art 45 Sr)
- Heling van niet-openbare gegevens van meerdere bedrijven (art 139g 1 Sr)
- Het verspreiden van software (Tortilla Ransomware) dat bestemd is om schade aan te
richten in een geautomatiseerd werk (art 350a lid 3 Sr)
- Het voorhanden hebben van gegevens waarvan verdachte wist dat die bestemd waren
tot het plegen van een misdrijf (art 139d Sr)
- Het gewoontewitwassen van ongeveer 2.703.146,12 euro (cryptovaluta) (art 420bis
Sr ; art 420ter Sr)
Straf die de verdachte heeft gekregen:
- Gevangenisstraf van vier jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van
drie jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.
b) Lees in het vonnis onder 4.3 Feit 2 de overwegingen van de rechtbank bij de
bewezenverklaring van het strafbare feit. Welke interpretatieproblemen worden hier
geschetst?
Er wordt hier aangekaart dat een geschreven wet soms op meerdere manieren geïnterpreteerd
kan worden. Deze casus sluit namelijk niet precies aan op art 317 Sr, maar uit de wetshistorie
kan worden opgemaakt dat in dit geval art 317 lid 2 Sr voor deze specifieke casus wel zo
geïnterpreteerd en gebruikt mag worden.
Vraag 3
Yana Tulen
Vraag 1
Geef (al dan niet met behulp van informatie uit het Basisboek) een overzicht van mogelijke
motieven bij hackers/cyberdaders
1 van de voornaamste motieven is geld, diefstal van geld (bijv via online bankieren), maar
ook ransomware aanvallen waarbij losgeld wordt geëist. Daarnaast kan hacken gebeuren
vanuit wraak of bijvoorbeeld activisme. Ook gebeurt hacken soms vanuit een
“amateuristisch” oogpunt en is de “hacker” gewoon nieuwsgierig en probeert hij/zij maar wat.
Vraag 2
a) Voor welke strafbare feiten werd de verdachte in deze zaak vervolgd? In welke artikelen
van het Wetboek van Strafrecht zijn deze delicten strafbaar gesteld? Welke straf heeft hij
opgelegd gekregen?
Strafbare feiten waarvoor verdachte werd vervolgd / artikel in Sr:
- Computervredebreuk bij meerdere bedrijven (art 138ab lid 1 Sr)
- Afpersing van een healthcare organisatie (art 317 Sr)
- Afdreiging van meerdere bedrijven (art 318 Sr)
- Poging tot afdreiging van meerdere bedrijven (meermaals) (art 45 lid 1 Sr ; art 45 Sr)
- Heling van niet-openbare gegevens van meerdere bedrijven (art 139g 1 Sr)
- Het verspreiden van software (Tortilla Ransomware) dat bestemd is om schade aan te
richten in een geautomatiseerd werk (art 350a lid 3 Sr)
- Het voorhanden hebben van gegevens waarvan verdachte wist dat die bestemd waren
tot het plegen van een misdrijf (art 139d Sr)
- Het gewoontewitwassen van ongeveer 2.703.146,12 euro (cryptovaluta) (art 420bis
Sr ; art 420ter Sr)
Straf die de verdachte heeft gekregen:
- Gevangenisstraf van vier jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van
drie jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.
b) Lees in het vonnis onder 4.3 Feit 2 de overwegingen van de rechtbank bij de
bewezenverklaring van het strafbare feit. Welke interpretatieproblemen worden hier
geschetst?
Er wordt hier aangekaart dat een geschreven wet soms op meerdere manieren geïnterpreteerd
kan worden. Deze casus sluit namelijk niet precies aan op art 317 Sr, maar uit de wetshistorie
kan worden opgemaakt dat in dit geval art 317 lid 2 Sr voor deze specifieke casus wel zo
geïnterpreteerd en gebruikt mag worden.
Vraag 3