Yana Tulen, 2844127
Deeltoets 2 - Analysefase
De forensisch analist (FA) heeft in deze casus te maken met onderzoek op bronniveau en op
activiteitsniveau. Ze denken dat het gevonden spoor afkomstig is van Kees (dit is het
bronniveau), maar nu moet de FA onderzoeken hoe Kees zijn DNA op de tape is gekomen
(activiteitsniveau). Om dit te onderzoeken moeten er verschillende scenario’s worden
bekeken. Het is hierbij van belang om zowel het scenario van het OM, ook wel
delictsscenario, als het scenario van de verdediging te beschouwen, ook wel het alternatieve
scenario genoemd. Daarnaast moet de FA evalueren of het spoor direct verband houdt met het
delict, of dat er een onschuldige verklaring is voor de aanwezigheid. De volgende concrete
scenario’s moeten worden onderzocht:
1) De tape komt uit het café en is tijdens de overval gebruikt door Kees.
2) De tape komt uit het café en is tijdens de overval niet gebruikt door Kees, maar wel op
een eerder moment (bijvoorbeeld voor klusjes in het café).
3) De tape komt niet uit het café en is tijdens de overval gebruikt door Kees.
4) De tape komt niet uit het café en is tijdens de overval niet gebruikt door kees (maar
zijn DNA is middels contaminatie op de tape gekomen).
Uit de casus komt naar voren dat Kees de beschikking had over 6 rollen tape (in zijn auto en
in het huis van zijn moeder). Deze rollen tape moeten allereerst door de FA worden
vergeleken met de tape die is gebruikt voor de overval. Een vraag die de FA hierbij kan
stellen: “Zijn de zes rollen tape identiek aan de tape die gebruikt is om het slachtoffer vast te
binden?” Dit geeft inzicht in of Kees toegang had tot de gebruikte tape voor de overval.
Daarnaast kan er gekeken worden naar verklaringen van eventuele getuigen. Zijn er
bijvoorbeeld getuigen die bevestigen dat Kees tape gebruikte voor klusjes in het café en werd
de tape ook door andere collega’s gebruikt?
Daarnaast is het van belang dat het NFI een gedetailleerde analyse van het DNA-mengprofiel
maakt. Dit kan door middel van een piekenprofiel. In deze casus is een DNA-mengprofiel
gevonden van minstens vijf personen. Een piekenprofiel laat de relatieve hoeveelheid DNA
van elk persoon zien en dit kan meer inzicht bieden in deze zaak. Ook is het nuttig om te
weten van wie het andere DNA uit het mengprofiel is. Als het duidelijk is van wie het DNA is,
kan er ook worden gekeken naar alibi’s voor het tijdstip van de overval. Is er ook DNA van
deze andere personen op de zes rollen tape (uit Kees zijn auto/huis van zijn moeder)
gevonden? Als dit namelijk het geval is, kan dit betekenen dat die zes rollen tape sowieso
door meerdere mensen (en/of medewerkers) werden gebruikt. Ook kan het NFI zoeken naar
andere biologische sporen op de tape, zoals haren, vezels of bijvoorbeeld speeksel, die een
aanvullende bron kunnen vormen.
Experimenteel onderzoek kan een cruciale rol spelen in het evalueren van de bewijskracht in
deze zaak. Zo kan er via experimenteel onderzoek worden getoetst hoeveel DNA op tape
achterblijft bij direct contact, bijvoorbeeld door personen tape vast te laten houden of een paar
stukken af te scheuren/knippen. Als meerdere mensen dit doen, kan er gekeken worden naar
hoe DNA overgedragen wordt en kan er een analyse worden gemaakt van hoe DNA-
mengprofielen ontstaan en hoe dominant een profiel moet zijn om directe of indirecte
betrokkenheid aan te tonen. Ook kan er een experiment worden uitgevoerd waarbij situaties in
het café worden nagebootst, om te zien hoe vaak DNA-sporen achterblijven en er
contaminatie plaatsvindt wanneer er bijvoorbeeld tape op een werkblad ligt.
Deeltoets 2 - Analysefase
De forensisch analist (FA) heeft in deze casus te maken met onderzoek op bronniveau en op
activiteitsniveau. Ze denken dat het gevonden spoor afkomstig is van Kees (dit is het
bronniveau), maar nu moet de FA onderzoeken hoe Kees zijn DNA op de tape is gekomen
(activiteitsniveau). Om dit te onderzoeken moeten er verschillende scenario’s worden
bekeken. Het is hierbij van belang om zowel het scenario van het OM, ook wel
delictsscenario, als het scenario van de verdediging te beschouwen, ook wel het alternatieve
scenario genoemd. Daarnaast moet de FA evalueren of het spoor direct verband houdt met het
delict, of dat er een onschuldige verklaring is voor de aanwezigheid. De volgende concrete
scenario’s moeten worden onderzocht:
1) De tape komt uit het café en is tijdens de overval gebruikt door Kees.
2) De tape komt uit het café en is tijdens de overval niet gebruikt door Kees, maar wel op
een eerder moment (bijvoorbeeld voor klusjes in het café).
3) De tape komt niet uit het café en is tijdens de overval gebruikt door Kees.
4) De tape komt niet uit het café en is tijdens de overval niet gebruikt door kees (maar
zijn DNA is middels contaminatie op de tape gekomen).
Uit de casus komt naar voren dat Kees de beschikking had over 6 rollen tape (in zijn auto en
in het huis van zijn moeder). Deze rollen tape moeten allereerst door de FA worden
vergeleken met de tape die is gebruikt voor de overval. Een vraag die de FA hierbij kan
stellen: “Zijn de zes rollen tape identiek aan de tape die gebruikt is om het slachtoffer vast te
binden?” Dit geeft inzicht in of Kees toegang had tot de gebruikte tape voor de overval.
Daarnaast kan er gekeken worden naar verklaringen van eventuele getuigen. Zijn er
bijvoorbeeld getuigen die bevestigen dat Kees tape gebruikte voor klusjes in het café en werd
de tape ook door andere collega’s gebruikt?
Daarnaast is het van belang dat het NFI een gedetailleerde analyse van het DNA-mengprofiel
maakt. Dit kan door middel van een piekenprofiel. In deze casus is een DNA-mengprofiel
gevonden van minstens vijf personen. Een piekenprofiel laat de relatieve hoeveelheid DNA
van elk persoon zien en dit kan meer inzicht bieden in deze zaak. Ook is het nuttig om te
weten van wie het andere DNA uit het mengprofiel is. Als het duidelijk is van wie het DNA is,
kan er ook worden gekeken naar alibi’s voor het tijdstip van de overval. Is er ook DNA van
deze andere personen op de zes rollen tape (uit Kees zijn auto/huis van zijn moeder)
gevonden? Als dit namelijk het geval is, kan dit betekenen dat die zes rollen tape sowieso
door meerdere mensen (en/of medewerkers) werden gebruikt. Ook kan het NFI zoeken naar
andere biologische sporen op de tape, zoals haren, vezels of bijvoorbeeld speeksel, die een
aanvullende bron kunnen vormen.
Experimenteel onderzoek kan een cruciale rol spelen in het evalueren van de bewijskracht in
deze zaak. Zo kan er via experimenteel onderzoek worden getoetst hoeveel DNA op tape
achterblijft bij direct contact, bijvoorbeeld door personen tape vast te laten houden of een paar
stukken af te scheuren/knippen. Als meerdere mensen dit doen, kan er gekeken worden naar
hoe DNA overgedragen wordt en kan er een analyse worden gemaakt van hoe DNA-
mengprofielen ontstaan en hoe dominant een profiel moet zijn om directe of indirecte
betrokkenheid aan te tonen. Ook kan er een experiment worden uitgevoerd waarbij situaties in
het café worden nagebootst, om te zien hoe vaak DNA-sporen achterblijven en er
contaminatie plaatsvindt wanneer er bijvoorbeeld tape op een werkblad ligt.