PLP2 GGZ Drenthe - Optimaal leven Hoogeveen
Auteur: Naomi Majoor
Studentennummer: 432186
Opleiding: HBO-Verpleegkunde
Studieonderdeel: PLP2 Portfolio
Cursuscodes: (HVVB18MBZM), (HVVB18MRVZ), (HVVB18MWAG)
Studiejaar: 2023-2024
Groep: PLG19
Tutor: Marjolijn Helsinga
Stagebegeleiders: Lisette de la Rie, Helga Zwiers
Stage afdeling: GGZ Drenthe - Optimaal leven Hoogeveen
Datum: 15-01-2023
Periode: Semester 1
,Inhoudsopgave
Inleiding 3
H1 Zelf- en samenredzaamheid 4
H1.1 Definitie van zelf- en samenredzaamheid 4
H1.2 Toepassing in de praktijk 5
H1.3 Eigen visie op zelf- en samenredzaamheid 6
H2 Visie 7
H2.1 Visie van Optimaal leven Hoogeveen 7
H2.2 Eigen visie 8
H3 Casusbeschrijving 9
H4 Familie systeemgericht assessment 11
H4.1 Familie assessment 11
H4.2 Familiegesprek 12
H5 Analyse 15
H5.1 Verpleegkundige diagnose 15
H5.2 Zelfredzaamheidsradar 18
H5.3 Caregiver Strain Index 21
H5.4 Ecogram 24
H5.5 Genogram 26
H5.6 I.ROC 27
H6 Doelen 28
H7 Informatie- en communicatietechnologieën 30
H8 Advies 33
H8.1 Therapeutic letter 33
Literatuurlijst 36
Bijlagen 39
Bijlage A: Zelfredzaamheidsradar afspraken 39
Bijlage B: I.ROC mw. C. 42
2
,Inleiding
In dit verslag wordt de module Bevorderen van zelfmanagement van PLP2 uitgewerkt. Bij de
module Bevorderen van zelfmanagement staan de kernbegrippen zelfmanagement
versterken, persoonsgerichte communicatie, inzet ICT, professionele relatie en gezond
gedrag bevorderen centraal. Zo worden de begrippen zelf- en samenredzaamheid
theoretisch beschreven. Ook wordt er toegelicht hoe de student naar deze begrippen kijkt en
hoe dit in de praktijk bij Optimaal leven Hoogeveen (OL) naar voren komt. Daarnaast wordt
de visie van OL beschreven en wordt er een eigen visie van de student geformuleerd. Ook
wordt er een familiegesprek en -assessment gehouden. Bij de analyse wordt er gekeken
naar toepasselijke verpleegkundige diagnoses. Ook wordt de zelfredzaamheidsradar,
ecogram, genogram en I.ROC samen met de cliënt ingevuld. De caregiver strain index wordt
ingevuld door de mantelzorgers van de cliënt. De cliënt heeft zelf een aantal doelen
geformuleerd, die visueel zijn gemaakt door verschillende manieren. Ook wordt er uitgelegd
hoe ICT bij OL naar voren komt en welke toepasselijk zijn bij de casus van de cliënt. Tot slot
wordt er een advies, naar aanleiding van het familiegesprek en -assessment (analyse),
geschreven aan de familie.
Voor de module Bevorderen van zelfmanagement wordt de casus een 53-jarige
Amerikaanse vrouw gebruikt. De desbetreffende cliënt en haar familie heeft hier
toestemming voor gegeven. Mw. is zwakbegaafd, waarbij er sprake is van PTSS en
stemmingswisselingen. De moeder van mw. is de mantelzorger. Het was de bedoeling dat
de zus in Amerika deze rol op den duur op zich zou nemen. Door haar overlijden zijn mw. en
haar moeder naar Nederland verhuisd, zodat de andere zus (die in Nederland met haar man
woont) uiteindelijk de rol als mantelzorger zal overnemen. Het doel van de module
Bevorderen van zelfmanagement is om mw. in haar kracht te zetten en te kijken naar de
overbelasting van het systeem. Tijdens het uitwerken van deze module wordt er gewerkt aan
de rollen zorgverlener, communicator, samenwerkingspartner en gezondheidsbevorderaar
van de CanMEDS rollen.
3
, H1 Zelf- en samenredzaamheid
In onderstaande hoofdstuk worden de definities van zelf- en samenredzaamheid
beschreven. Hierbij wordt ook de samenhang tussen beide begrippen duidelijk gemaakt.
Daarnaast wordt uitgelegd hoe deze begrippen worden toegepast in de verpleegkundige en
multidisciplinaire praktijk. Hiermee wordt bedoeld over algemene zin en op de
desbetreffende stageplaats. Tot slot wordt er een eigen visie op zelf- en samenredzaamheid
geformuleerd.
H1.1 Definitie van zelf- en samenredzaamheid
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid betekent letterlijk jezelf kunnen redden. Dit houdt in hoe goed men zich kan
redden op alle levensgebieden, met zo min mogelijk professionele hulp, zoals ondersteuning
en zorg. Denk hierbij aan dagbesteding, sociaal netwerk, huishouden, woonsituatie, ADL
(algemene dagelijkse levensverrichtingen), financiën, mobiliteit en lichamelijk, psychisch en
cognitief functioneren. Bij zelfredzaamheid is er een verschil tussen grote en kleine
zelfredzaamheid. Bij grote zelfredzaamheid gaat het om de eigen regie over zijn/haar
gezondheid en ziekte, waarbij centraal staat wat iemand nodig heeft om zo gelukkig mogelijk
te zijn. Bij kleine zelfredzaamheid wordt het kunnen uitvoeren van praktische handelingen
om zelfstandig te kunnen functioneren bedoeld (Zorg voor beter, z.d.-c).
Samenredzaamheid
Zelfredzaamheid gaat niet alleen om het zelfstandig kunnen redden zonder
zorgprofessionals, maar ook het vermogen zichzelf te kunnen redden met behulp van buren,
vrienden, familie en vrijwilligers behoort tot een vorm van zelfredzaamheid. Deze vorm van
zichzelf kunnen redden, wordt ook wel samenredzaamheid genoemd (Zorg voor beter,
z.d.-c). Samenredzaamheid is dus de zelfredzaamheid van mensen, maar dan met behulp
van zijn/haar sociale netwerk (Vilans, z.d.).
De samenhang tussen zelf- en samenredzaamheid
De definities van zelf- en samenredzaamheid liggen dicht bij elkaar. Zo gaat het dus bij
zelfredzaamheid om het individuele vermogen om handelingen, die mensen in het gewone
leven verrichten, zelfstandig uit te voeren. Wanneer hier wel hulp van het sociale netwerk bij
komt kijken, wordt er gesproken van samenredzaamheid. Hierbij gaat het om het collectieve
vermogen om handelingen uit te voeren, die mensen in het dagelijks leven zonder
professionele inmenging verrichten (Verkooijen, 2018).
4