Samenvatting Psychologische Gespreksvoering.
Hoofdstuk 7: Nuancerende Vaardigheden
7.1. Na de eerste probleemverhelderende fase is het doel van de tweede fase om de cliënt
te helpen om meer inzicht te krijgen in zijn persoonlijke problemen.
Werkwijze hulpverlener eerste fase:
- Direct aansluiten bij de referentiekader van de cliënt
- Luisteren, reflecteren en samenvatten
Werkwijze hulpverlener tweede fase:
- Actievere en directere benadering
- Legt verbanden
- Komt met zijn visie op de problemen naar voren
De rollen die de hulpverlener speelt zijn mededeelzame detective en de docent.
De eerste fase met de cliënt lijkt nog veel op een gesprek die een persoon met zijn
vrienden zou kunnen voeren. Vaak is het probleem alleen dat deze vrienden luisteren en
niet de persoon tot nieuwe inzichten brengen onder het mom „het gaat me niks aan‟. De
hulpverlener moet daarentegen wel de cliënt tot nieuwe inzichten brengen. Om deze
inzichten te verkrijgen is interpretatie nodig en om het inzicht over te dragen zijn
nuancerende vaardigheden nodig
7.2. Eerder hebben we het over verschillende criteria gehad om tot een theorie te komen.
De criteria waren:
- De theorie mag niet in strijd zijn met de samenwerkingsgedachte
- De theorie moet goed kunnen worden uitgelegd aan „normale mensen‟
Na deze criteria kwamen tot de beslissing om in de eerste fase de cliëntgerichte
benadering te gebruiken en in de tweede/derde fase een combinatie van de cliëntgerichte
benadering, de aanvulling van Wexler en de theorie van sociaal-leren.
Het eigen referentiekader van de hulpverlener is ook belangrijk om tot nieuwe inzichten
te komen. Ook moet de hulpverlener realiseren dat gedrag door verschillende factoren
wordt beïnvloed en dus ook het sociale en biologische aspect in acht moet nemen.
Tijdens een gesprek komt er veel in het hoofd van een hulpverlener op, de kunst is om al
deze informatie te organiseren. Dit noemen we interpretatie.
7.2.1. Interpretatie is dus het verhelderen van gegevens, feiten en gevoelens. Er is
sprake van het op een andere manier omschrijven en ordenen van oorspronkelijke
gegevens. Het uiteindelijk doel hiervan is een nieuw inzicht tot stand brengen.
Levy (1963) kwam tot de conclusie dat iedereen in zijn dagelijks leven interpreteert en
dus niet alleen psychologen. Daarom maakte hij een onderscheid tussen
alomtegenwoordig interpreteren en psychologisch interpreteren.
Hoofdstuk 7: Nuancerende Vaardigheden
7.1. Na de eerste probleemverhelderende fase is het doel van de tweede fase om de cliënt
te helpen om meer inzicht te krijgen in zijn persoonlijke problemen.
Werkwijze hulpverlener eerste fase:
- Direct aansluiten bij de referentiekader van de cliënt
- Luisteren, reflecteren en samenvatten
Werkwijze hulpverlener tweede fase:
- Actievere en directere benadering
- Legt verbanden
- Komt met zijn visie op de problemen naar voren
De rollen die de hulpverlener speelt zijn mededeelzame detective en de docent.
De eerste fase met de cliënt lijkt nog veel op een gesprek die een persoon met zijn
vrienden zou kunnen voeren. Vaak is het probleem alleen dat deze vrienden luisteren en
niet de persoon tot nieuwe inzichten brengen onder het mom „het gaat me niks aan‟. De
hulpverlener moet daarentegen wel de cliënt tot nieuwe inzichten brengen. Om deze
inzichten te verkrijgen is interpretatie nodig en om het inzicht over te dragen zijn
nuancerende vaardigheden nodig
7.2. Eerder hebben we het over verschillende criteria gehad om tot een theorie te komen.
De criteria waren:
- De theorie mag niet in strijd zijn met de samenwerkingsgedachte
- De theorie moet goed kunnen worden uitgelegd aan „normale mensen‟
Na deze criteria kwamen tot de beslissing om in de eerste fase de cliëntgerichte
benadering te gebruiken en in de tweede/derde fase een combinatie van de cliëntgerichte
benadering, de aanvulling van Wexler en de theorie van sociaal-leren.
Het eigen referentiekader van de hulpverlener is ook belangrijk om tot nieuwe inzichten
te komen. Ook moet de hulpverlener realiseren dat gedrag door verschillende factoren
wordt beïnvloed en dus ook het sociale en biologische aspect in acht moet nemen.
Tijdens een gesprek komt er veel in het hoofd van een hulpverlener op, de kunst is om al
deze informatie te organiseren. Dit noemen we interpretatie.
7.2.1. Interpretatie is dus het verhelderen van gegevens, feiten en gevoelens. Er is
sprake van het op een andere manier omschrijven en ordenen van oorspronkelijke
gegevens. Het uiteindelijk doel hiervan is een nieuw inzicht tot stand brengen.
Levy (1963) kwam tot de conclusie dat iedereen in zijn dagelijks leven interpreteert en
dus niet alleen psychologen. Daarom maakte hij een onderscheid tussen
alomtegenwoordig interpreteren en psychologisch interpreteren.