Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcollege aantekeningen Rechtseconomie, incl. alle antwoorden op alle oefenvragen (hc en wg).

Rating
3.8
(6)
Sold
28
Pages
63
Uploaded on
19-06-2014
Written in
2013/2014

Ik heb een 9 gehaald hiermee :)

Institution
Course

Content preview

Rechtseconomie

HCA1: Basisbegrippen en volkomen concurrentie

Waarom rechtseconomie?
De kern van het economisch denken is dat individuen kosten-baten afwegingen maken. Verschillende
alternatieven, voor- en nadelen en welke ga ik kiezen? Rechters benadrukken rol efficiëntie in recht.
Juristen zien vaker economische argumenten.

Kernvraag: welk effect hebben rechtsregels op individueel gedrag en op maatschappelijke welvaart?
Kapstok van de cursus:
Markt:
- Volkomen concurrentie; volledige mededinging, perfecte markt.
Marktfalen:
- Onvolkomen concurrentie: monopolist, één aanbieder
- Externe effecten
- Collectieve goederen; worden niet door de markt tot stand gebracht
Overheid en overheidsfalen:
- Publieke besluitvorming; dit kan falen door lobbyen bijvoorbeeld
- Macro-economisch beleid
Bedrijfsleven:
- Ondernemingen; waarom bestaan ze?

Basisbegrip 1: efficiëntie
Efficiëntie is de kern van rechtseconomie!
In strikte zin betekent het de balans tussen kosten en baten.
Kijk je alleen naar de kosten, dan heb je het over kosteneffectiviteit. Een econoom heeft het altijd over
kosten en baten. Dat kan kwantitatief maar ook kwalitatief zijn, bij kwantitatief redeneer je, bij
kwalitatief reken je.
Pareto-efficiëntie houdt in dat niemand erop vooruit kan gaan zonder dat een ander slechter af is. Als
je iets bedenkt waardoor mensen er beter van worden zonder dat anderen schade lijden, dan is dat
pareto-efficiënt.
Transactiekosten: kosten die kleven aan de transacties die wij met elkaar doen; informatiekosten,
onderhandelingskosten, controlekosten, handhavingkosten.

Basisbegrip 2: welvaart
De basistheorie is de welvaartstheorie. Het is altijd de vraag of wetten en regels welvaartsverhogend
zijn. Welvaart staat gelijk aan nut en dat staat gelijk aan behoeftebevrediging. We willen van alles en
we willen het liefste dat dat uitkomt. Er is een onderscheid tussen materiële (geld) en immateriële
(rust) welvaart.
Als er sprake is van schaarste is er sprake van beperkte middelen.
Het welvaartsbegrip is subjectief; hetzelfde verschijnsel is voor de één vergroting, voor de ander
verkleining van de welvaart. Het begrip is ook indifferent, het geeft geen oordeel over de behoeften.

Basisbegrip 3: transactie
Transactie is de overdracht van rechten  van de ene naar de andere natuurlijke- of rechtspersoon.
Er vindt vaak gelijktijdig een verandering plaats in de economische als in de juridische sfeer; fysieke
overdracht goed en juridische overdracht eigendom.
Als er geen sprake is van directe kosten (bijvoorbeeld notariskosten) dan denken economen in
alternatieve kosten; „opportunity costs‟: kosten van het opgeofferd alternatief.
Wetten en regels zelf, maar ook de handhaving ervan, bepalen de hoogte van transactiekosten.

Er zijn twee soorten economische benaderingen.
Neo-klassieke economie: productiekosten, rationaliteit.
Neo-institutionele economie: naast productiekosten wordt ook naar transactiekosten gekeken (naast
geld ook tijd) en daarbij wordt uitgegaan van bounded rationality; perfecte rationaliteit bestaat niet,
rationaliteit gebonden aan omstandigheden.
Centraal in de economie staan dus kosten-baten afwegingen en risico-inschatting!
Pakkans (x kosten versus baten).

, Markten en overheid
Marken zorgen voor efficiënte allocatie = toedeling. Het gaat om de toedeling van productiefactoren.
De productiefactoren zijn natuur, arbeid en kapitaal. Het draait om maximale welvaart. De voorwaarde
is dan dat de markt perfect werkt. Daar zijn vormen van regulering voor nodig. Daarvoor moet de
overheid instappen.
Omdat markten efficiëntie kunnen verhogen zie je privatisering van staatsmonopolies (gas,
elektriciteit, telefonie, NS) en het creëren van markten. Daarnaast worden de markten ook
gereguleerd.

Volkomen concurrentie. Een markt is vraag en aanbod  geheel van vraag en aanbod naar bepaald
goed of dienst (abstract begrip). De kenmerken van volkomen concurrentie:
- Veel aanbieders en vragers. De aanbieders zijn relatief klein.
- De aanbieders bieden homogene goederen aan; er zijn heel veel aanbieders die hetzelfde
verkopen, dan heb je wat te kiezen.
- Geen transactiekosten; de markt is volledig transparant, eigendomsrechten zijn goed
gedefinieerd en er is vrije toetreding en uittreding; geen barrières.
Er bestaat géén markt die volledig aan de kenmerken van volkomen concurrentie voldoet! Bij de
gasmarkt bestaan bijvoorbeeld slechts enkele aanbieders, op de markt voor spijkerbroeken is
bijvoorbeeld geen sprake van homogene goederen, binnen de bouwsector bestaan kartelafspraken,
etc.

Vragers zijn consumenten op de markt voor consumptiegoederen. Maar consumenten zijn ook
aanbieders op de markt voor productiefactoren; deze markt levert inkomen voor uitgaven op de markt
voor consumptiegoederen (door bijbaantje kun je kopen).

Goederenpakket dat nut maximaliseert bepalen aan de hand van indifferentiecurven (voorkeuren) en
budgetlijnen (inkomen en prijzen). Behoeftebevrediging hangt af van (a) wat je wil =
indifferentiecurven (b) wat je te besteden hebt = inkomen en (c) wat het kosten = prijzen.
Consument streeft naar nutsmaximalisatie gegeven voorkeuren, inkomen en prijzen.

Voorkeursvolgorde geeft nutsfunctie:
Volledigheid (consument kan kiezen):
A > B ofwel B > A ofwel A = B.
Transitiviteit (consument is consistent):
A > B > C dan ook A > C.

Indifferentiecurve: combinaties van goederenpakketten die hetzelfde nut
opleveren. Je bent indifferent tussen de keuzes.
Bij verschillende indifferentiecurven geldt dat hoe verder de curve van de
oorsprong ligt, hoe groter het nut is.
Een belangrijke beperking van de indifferentiecurve is de budgetlijn: inkomen
en prijzen. Gegeven het inkomen kan de consument bepaalde goederen
kopen.

Indifferentiecurve: voorkeuren.
Budgetlijn: maximaal haalbare goederencombinatie.
Nutsmaximalisatie: raakpunt budgetlijn aan hoogst bereikbare
indifferentiecurve.



Afleiding van de vraagcurve. Gegeven: voorkeuren, inkomen, prijzen. Stel,
prijs van q1 daalt, dan wordt de gevraagde hoeveelheid van q1 groter. Je
kunt dan dus een hogere indifferentiecurve bereiken!

Vraagcurve daalt: negatief verband tussen p en q. Hoe duurder een
product, hoe minder er van zal worden afgenomen.
Prijsdaling van een goed heeft:
1. Substitutie-effect: goedkope goed verkoopt meer ten koste van de dure.
2. Inkomenseffect: koopkracht neemt toe.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 19, 2014
Number of pages
63
Written in
2013/2014
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes
$7.79
Get access to the full document:
Purchased by 28 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 6 reviews
8 year ago

9 year ago

leave me alone with your questions!

9 year ago

-

9 year ago

9 year ago

Thank you!

10 year ago

10 year ago

Thank you!

10 year ago

Clear and well!

10 year ago

Thank you!

3.8

6 reviews

5
1
4
3
3
2
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
LonnekeLamers Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
375
Member since
13 year
Number of followers
215
Documents
39
Last sold
7 year ago

3.8

39 reviews

5
11
4
17
3
6
2
2
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions