Thema 16: Aandacht en
gedragsstoornissen
16.0 Algemeen:
Problematiek
Een pedagogisch professional heeft regelmatig te maken met kinderen
met gedrags- en ontwikkelingsproblemen. De grote verscheidenheid
aan problemen bij kinderen vraagt om kennis van uiteenlopende
specifieke problematieken. Pedagogische professionals moeten dus
vaardigheden hebben om dergelijke problemen te signaleren. Ook
moeten ze weten hoe ze moeten omgaan met kinderen met specifieke
problematiek. Dit is geen gemakkelijke taak. Het kan in de praktijk zijn
dat je in het begin best zoekend bent naar wat “werkt” bij een kind. Door
achtergrondinformatie over specifieke problematiek zoals ADHD,
kun je jouw aanpak aanpassen. Een helpende aanpak kan leiden tot een
toename van gewenst gedrag van het kind. Daarbij kan het ook zijn dat
problemen zich bij het ene kind heel anders uiten dan bij het andere. Door
jezelf te omringen met andere professionals, kom je vaak al ver in het
bieden van passende begeleiding aan het kind. Durf daarom gerust hulp
te vragen.
16.1 Gedragsproblemen:
Lastig gedrag:
Alle kinderen vertonen weleens lastig gedrag dat de opvoeder niet wil. Je
noemt dit lastig gedrag. Dit heeft vaak te maken met de fasen van
ontwikkeling die het kind doorloopt. Je noemt het ook wel ongewenst
gedrag. Elke leeftijd zorgt weer voor nieuw gedrag. Dit is soms
vervelend, maar ook heel normaal. Het hoort bij het opgroeien. Lastig
gedrag is een subjectief begrip. Zo kun je je zorgen maken over een
kind dat in jouw ogen erg druk is, terwijl je collega juist een heel
enthousiast kind ziet. Hoe je gedrag ervaart, heeft dus ook te maken met
je verwachtingen, je visie en je eigen persoonlijkheid.
Lastig gedrag in een schema:
Weetjes over lastig gedrag
, Met lastig gedrag bedoelen we dat je gedrag laat zien wat de
opvoeder niet wil
Lastig gedrag is soms vervelend maar is ook heel normaal,, het
hoort bij het opgroeien. Dit is uiteraard wel op zekere hoogte
Lastig gedrag is een subjectief begrip, jij kan lastig gedrag
anders ervaren als je collega
16.1 Gedragsproblemen:
Probleemgedrag:
Als ongewenst gedrag een probleem wordt, spreek je van
probleemgedrag. Gedragsproblemen hebben te maken met sociaal
ongewenst gedrag waarvan anderen last hebben. Probleemgedrag is
ongewenst gedrag dat een kind gedurende een langere periode
regelmatig vertoont en storend is voor de omgeving. Bij probleemgedrag
is meestal sprake van een achterliggend probleem. Het ontstaat door
problemen in de omgeving van het kind, bijvoorbeeld in het gezin of op
school. Voorbeelden van probleemgedrag zijn driftbuien en
woedeaanvallen, agressief gedrag, pesten of delinquent gedrag.
Delinquent gedrag is voor de wet strafbaar gedrag en is een vorm van
externaliserend gedrag. Daar zit het woord ‘extern’ in. Dat betekent:
uitwendig, naar buiten. Externaliserend probleemgedrag is dus
gedrag waarvan de omgeving last heeft. Dit kan dus zelfs dusdanige
ernstige vormen aannemen, dat de 'dader' met de politie in aanraking
komt. Naast externaliserend gedrag bestaat er ook internaliserend
probleemgedrag. In ‘internaliserend’ zit het woord ‘intern’. Dat
betekent: inwendig, binnenin. Internaliserend probleemgedrag is
gedrag waarvan het kind dus zelf last heeft. Denk aan faalangst.
Gedragsproblemen in een schema
Gedragsproblemen
Is sociaal ongewenst gedrag waarvan andere last van hebben
Probleemgedrag in een schema
Probleemgedrag
Probleemgedrag is ongewenst gedrag dat een kind gedurende
een langere periode regelmatig vertoont en storend is voor de
omgeving
Internaliserend en externaliserend gedrag in een schema
Internaliserend en externaliserend gedrag
Internaliserend gedrag Externaliserend gedrag
Internaliserend gedrag is Is gedrag waar de omgeving last
gedrag waar het kind vooral van heeft, in heftige vorm noem