“ Social Psychology ” - Brehm, Sharon S.; Kassin, Saul M.; Fein, Steven
Sociale psychologie:
De wetenschap die probeert te verklaren in hoeverre en op welke wijze gedachten, gevoelens en
gedrag van individuen wordt beïnvloed door de expliciete of impliciete aanwezigheid van anderen
Sociologie richt zich op het gedrag van groepen, sociale psychologie richt zich onder andere op het
gedrag van individuen wanneer anderen expliciet of impliciet aanwezig zijn, in sociologie wordt minder
gebruik gemaakt van experimenten en sociologie bestudeert in meerdere mate brede sociale
variabelen (verbanden)
• Verschil sociale psychologie en persoonlijkheidsleer: persoonlijkheidsleer legt de nadruk op
de verschillen die bestaan tussen individuen die relatief stabiel blijven gedurende
verschillende situaties terwijl sociale psychologie de nadruk legt op hoe sociale factoren de
meeste individuen zullen beïnvloeden, waarbij hun persoonlijk karakter slechts een kleine rol
speelt
• Verschil tussen sociale psychologie en klinische psychologie: sociale psychologie houdt zich
niet bezig met storingen of afwijkingen maar meer met de typische manier waarop individuen
denken, voelen, zich gedragen en met elkaar omgaan
• Verschil tussen sociale psychologieen cognitieve psychologie: beide wetenschappen zijn
geïnteresseerd in mentale processen (denken, leren, herinneren) maar sociaal psychologen
houden zich bezig met de relevantie van deze processen voor sociaal gedrag
Voorbeeld sociaal psychologische onderzoeksvraag:
Waarom fietst een wielrenner harder wanneer er anderen om hem heen zijn dan wanneer hij
alleen is?
Dit is een vraag naar in hoeverre het gedrag van een individu wordt beïnvloed door de expliciete
aanwezigheid van anderen
Recente ontwikkelingen binnen de sociale psychologie:
• Onderzoekers krijgen steeds meer interesse in hoe emotie, motivatie en cognitie samen
kunnen werken in het beïnvloeden van gedachten, gevoelens en gedrag van individuen
• Biologische perspectieven, waaronder perspectieven gebaseerd op neurowetenschappen,
genetica en evolutionaire principes, worden toegepast in de sociaal psychologische
onderwerpen zoals man/vrouw verschillen, relaties en agressie
• Toenemende aantallen sociaal psychologen zijn de universele algemeenheid of de culturele
specificatie van hun theorieën en bevindingen aan het evalueren door gelijkheden en
verschillen tussen culturen net zoals tussen rassen en etnische groeperingen binnen culturen
te onderzoeken
Sociale psychologie is iets anders dan mensenkennis, mensenkennis alleen kan nogal tegenstrijdige
resultaten opleveren waarvan ook niet door tests kan worden gemeten welke de juiste is, vaak is
mensenkennis te simplistisch en daardoor misleidend
Algemene kennis van de onderzoeksmethoden is belangrijk, want:
• Algemene ontwikkeling, mensenkennis en/of intuïtie over sociaal psychologische
aangelegenheden kunnen misleidend zijn en elkaar tegenspreken, het is dus belangrijk het
wetenschappelijk bewijs waarop sociaal psychologische theorieën en bevindingen gebaseerd
worden, te begrijpen
• Het bestuderen van onderzoeksmethodes binnen de psychologie verbetert het nadenken
over, beoordelen van gebeurtenissen in het echte leven en informatie die aangeboden wordt
via de media en andere bronnen
Sociaal psychologisch onderzoek: de bronnen hiervoor moeten openbaar zijn, zodat men weet waar
de gebruikte
informatie vandaan komt en het onderzoek nogmaals kan worden uitgevoerd onder dezelfde
, omstandigheden waarbijdezelfde conclusies getrokken kunnen worden, verder is het belangrijk te
weten op welke manier de gegevens verzameld zijn omdat je dan weet of het onderzoek (deels) op
betrouwbare en valide wijze is uitgevoerd
Beschrijvend onderzoek:
• Sociaal psychologen meten hoe vaak of op welke manier men nadenkt, zich voelt of zich
gedraagt in bepaalde situaties
• Een voorbeeld van beschrijvend onderzoek is observerend onderzoek, waarin onderzoekers
individuen systematisch observeren, vaak in natuurlijke omgeving, een voorbeeld is ook een
onderzoek binnen een archief of een survey (mensen vragen naar hun houdingen,
opvattingen en gedragingen)
Correlationeel onderzoek:
• Dit onderzoekt de associatie tussen variabelen, de correlatie coëfficiënt is een meetmiddel
voor de kracht en richting waarin de associatie tussen twee variabelen optreedt; positieve
correlatie betekent dat wanneer de scores op een variabele toenemen, ze op de andere
variabele ook zullen toenemen, negatieve correlatie: de score op de ene variabele neemt toe,
de score op de andere variabele neemt af
Correlatie betekent geen oorzakelijk verband
Experimenteel onderzoek:
• Experimenten vereisen uitoefenbare controle door degene die het experiment leidt over
gebeurtenissen in het onderzoek en een aselecte toewijzing van deelnemers aan condities
• Experimenten worden vaak gehouden in laboratoria, zodat de onderzoekers controle kunnen
hebben over de context en variabelen nauwkeurig kunnen meten
Afhankelijke variabele: binnen een experiment een factor die onderzoekers meten om te zien of het
beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele
Onafhankelijke variabele: binnen een experiment een factor die gemanipuleerd wordt door de
onderzoeker om te zien of het de afhankelijke variabele beïnvloedt
Randomizatie: dit heeft te maken met het aselect toewijzen van mensen aan condities, je moet ervoor
zorgen dat iedereen uit de populatie een gelijke kans maakt om deel te nemen aan het onderzoek
zodat je een representatief deel van de populatie onderzoekt
Condities: omstandigheden (waarbinnen een experiment uitgevoerd wordt)
Hypothese: een toetsbare voorspelling over de condities waaronder iets zal voorvallen (een
onderzoeksvraag)
Manipulatie: het beïnvloeden door de onderzoeker van bijvoorbeeld de onafhankelijke variabele
Operationalisatie: ervoor zorgen dat een onderzoek uitvoerbaar wordt, ervoor zorgen dat alle
benodigde dingen voor handen zijn om te beginnen
Betrouwbaarheid: Zijn de metingen van jouw onderzoek op de juiste wijze verricht met bijvoorbeeld
meetinstrumenten die in orde zijn? Kortom: heb je gemeten op de manier waarop je wilde meten?
Interne Validiteit: de mate waarin er redelijke zekerheid kan bestaan dat de onafhankelijke variabele in
een experiment de effecten veroorzaken op de afhankelijke variabele
Externe Validiteit: de mate waarin er een redelijk vertrouwen kan bestaan over het feit dat de
resultaten van het onderzoek ook door andere mensen in andere omstandigheden verkregen zullen
worden
Hoe kun je het ethisch verantwoorde gedeelte van je onderzoek in acht nemen?
• De overheid zorgt voor een aantal ethische standaardnormen
• Er bestaan onder psychologen ook bepaalde ethiek codes
• Het is belangrijk je participanten goed te informeren over het onderzoek zodat ze weten wat
ze kunnen verwachten en niet kunnen schrikken van bepaalde onderzoeksonderdelen
Zelfbeeld: (self concept): hoe denken we over onszelf, het geheel van eigenschappen die we onszelf
toekennen, dit verkrijgen we door middel van introspectie, door observatie (en attributie) van ons eigen
gedrag en door het vergelijken van onszelf met anderen