Leerjaar 1, Periode 4
,De student kan het onderscheid en de relatie tussen Normatieve
en Technisch-instrumentele Professionaliteit beschrijven en
toepassen op een casus.
Normatieve professionaliteit
Normatieve professionaliteit is gericht op de omgang en aanpak met betrekking tot
andere mensen. Dit wordt voor een belangrijk deel bepaald door waarden, niet alleen de
officiële beroepswaarden, maar ook maatschappelijke waarden en de eigen persoonlijke
waarden. Normatieve professionalisering vraagt van de professional om een
voortdurende reflectie op het eigen handelen in relatie met de ander. ‘Hoe kan ik doen
wat goed is voor de ander(en voor mijzelf, zodat ik optimaal kan blijven functioneren’)?
Om te doen wat goed is voor de ander, is het nodig dat hij die ander in zijn context leert
kennen, dat hij de eigen normen en waarden durft bevragen en dat hij bereid is om
kritisch te kijken naar de normen van de (bureaucratische, organisatorische of
bijvoorbeeld economische) systemen waar hij afhankelijk van is.
De opstelling van de professional is nooit neutraal maar altijd waarde gebonden. Toch
moet hij steeds zonder vooroordelen de dialoog aangaan met de cliënt. Normatieve
professionaliteit betekent dan ook de ander serieus respecteren.
Universele waarden zijn waarden die voor iedereen gelden deze waarden zijn voor
iedereen gelijk. (Universalisme)
Relatieve waarden zijn waarden die voor iedereen persoonlijk zijn. In deze situatie
wordt ervanuit gegaan dat er geen sprake kan zijn van universele waarden omdat
ieder mens waarde hecht aan andere waarden. (Relativisme)
Er zijn vijf vormen van normativiteit:
Normativiteit in de samenleving (door de overheid gesteld)
Normativiteit in de instelling (beleid, werkwijze)
Normativiteit van het beroep (beroepscode)
Normativiteit van de cliënt
Normativiteit van de sociaal werker zelf
Bij normativiteit horen 3 soorten waarden, dat zijn:
1. Persoonlijke waarden
2. Beroepswaarden
3. Maatschappelijke waarden
Technisch-instrumentele professionaliteit
Technisch-instrumentele professionaliteit is gericht op de vraag: welke middelen zijn er
nodig om zo goed mogelijk een bepaald doel te bereiken. Theoretische en praktische
kennis en kunde vanuit de methodische vaardigheden. Ook zijn het kritisch inzetten van
middelen en het analyseren van de resultaten kenmerken voor deze voor van
professionaliteit.
Een belangrijk doel van de hulpverlening is om iemand te leren op een verstandige
manier met geld om te gaan of om zijn sociale netwerk uit te breiden, dan is de vraag
voor de sociaal werker: hoe kan ik iemand daarbij helpen/ begeleiden/ ondersteunen .
Het verschil tussen technisch instrumentele professionaliteit en normatieve
professionaliteit is dat technisch instrumentele professionaliteit gaar over de
methodieken en beroepscodes. Normatieve professionaliteit gaat over de waarden en
normen die jij hanteert binnen het beroepskader
, Relatie tussen technisch-instrumentele en normatieve professionaliteit
Zo horen waarden als respect en vertrouwen bij normatieve professionaliteit, maar deze
waarden spelen bij technisch-instrumentele professionaliteit ook een belangrijke rol. Het
zijn immers niet alleen op zichzelf staande waarden, maar ook middelen om samen met
de cliënt een bepaald doel te bereiken. Het verschil tussen technisch-instrumentele
professionaliteit en normatieve professionaliteit is dat technisch instrumentele
professionaliteit gaat over methodieken en beroepscodes.
De student kan het verschil tussen het bemoeiland en het land
van de vrijheid
De begrippen ''bemoeiland'' en ''het land van de vrijheid'' illustreren een spanningsveld
waar social workers zich in bevinden. Het gaat dan om de ethische vraag of een social
worker het recht wel heeft om zich op te dringen aan cliënten, of dat hij juist moet
afwachten, met alle mogelijke gevolgen van dien. Beide landen hebben de eigen normen
en waarden.
Bemoeiland
Hier bemoeit iedereen zich met elkaar en bijna iedereen vindt dit prettig. Sommige
mensen, dissidenten, waren hier tegen. Er is een grote sociale controle er is geen
armoede en voor de geestezieken wordt goed gezorgd. Alle burgers zijn een beetje
hulpverlener.
Waarden die hier een rol spelen zijn: vriendschap, kameraadschap etc.
Land van vrije wil
Niemand bemoeit zich hier met elkaar, je netwerkt alleen met mensen waarmee je wilt
netwerken. Alleen je familie ontkom je soms niet aan. Er zijn hier wel veel zwervers, maar
niemand bemoeit zich hiermee. Hulpverlening is lastig, er kan alleen geholpen worden als
hier echt om wordt gevraagd. En dan krijg je als antwoord natuurlijk: dat moet je zelf
weten.
Waarden die hier een rol spelen zijn: individualisering, vrijheid en zelfontplooiing.
Bemoeiland Land van vrije wil
Burgers bemoeien zich met elkaar Veel criminaliteit
Grote sociale controle Weinig sociale controle
Burgers waren een beetje De burgers bemoeien zich niet of
hulpverleners nauwelijks met elkaar
Men hielp elkaar/ eensgezindheid Er zijn veel zwervers
Geen honger/armoede
De student kan (de verschillende facetten van) het begrip
autonomie toepassen op een casus.
Uniformiteit --> 1 vormigheid
Pluriformiteit --> veel vormigheid
Individualisering
Dat een individu zich steeds meer los maakt van de vanzelfsprekendheden van de
gemeenschap waaruit hij voortkomt. Ontdekken dat je niet alleen lichamelijk (in tijd en
ruimte), maar ook geestelijk apart kan zijn. Ontdekken van waarden en mogelijkheden
van het individuele leven, los van traditie en gemeenschappelijkheid.
Ten gevolge van de individualisering komt het klassiek liberalisme: zoveel mogelijk
vrijheid voor het individu en het bevrijden van het juk van allerlei autoriteiten, die
bepalen wat hij moet denken, zeggen en doen.
Autonomie als iemand zelf bepaald wat hij zegt en doet en weet waarom hij dat doet.
Hij/zij dan zijn keuze beargumenteren en hierdoor verantwoorden.