Essay over wat voor historicus wil jij zijn?
- Bronnenprobleem onderzoeken
- Niet te abstract denken, wel geschiedfilosofische vragen stellen → denk na
over wat ons vakgebied vormt en hoe denken we over/veranderen narratieven
- duidelijk standpunt innemen, (zelfgekozen) teksten; uitleggen waarom je er iets
mee hebt gedaan
- bespreken wat voor implicaties heeft jouw keuze
- Hoe bestudeer ik dingen? maakt mij dat een bepaalde historicus (bijv.
cultuurgeschiedenis?)
- Onderwerpen mag je kiezen die je leuk vindt en die bestuderen
Men moet een historiografische positie aannemen om een antwoord te kunnen geven, maar
dit is niet een eenduidig antwoord.
Er zijn 3 vormen geschiedfilosofie:
- speculatieve geschiedfilosofie; doen van uitspraken over de richting van
geschiedenis. Alle geschiedenis beweegt naar een bepaald punt. Hegel, Marx,
Spengler, en Fukuyama.
- Kritische of analytische geschiedfilosofie; de stroming richt zich vooral op
epistemologische vragen. Uitspraken over de aard van onze kennis over het
verleden (hoe kennen we verleden? hoe verschilt de geschiedschrijving zich van
andere vormen?). Collingwood, Dray en Danto; Nederland: Ankersmit, Lorenz en
Paul
- In dit vak richt je je op praktische geschiedfilosofie (historiografie); doen van
historisch onderzoek.
(Praktische) geschiedfilosofie vragen:
- Is er sprake van historische ontwikkeling?
- Welke historische actoren zorgen voor historische ontwikkeling?
- Wat is de verhouding tussen actoren? Individu en groep?
- Hoe verhouden microgeschiedenis en macrogeschiedenis zich tot elkaar?
- Wat is (de betekenis van) causaliteit in de geschiedenis?
- Hoe verhouden determinisme (noodzakelijkheid) en contingentie (toeval) zich tot
elkaar?
- Verklaren over begrijpen/interpreteren?
- Hoe beïnvloedt het heden onze interpretatie van het verleden?
Wat doen historici?
- What historians do, while it may seem obvious, proves surprisingly hard to define
once you start thinking about it. (...)
- While it does concern itself uniquely with the past, history as a field of study is
unusual in its lack of overarching structure or definition (...)
- History does not have a governing technical ‘method’ precisely because it can
accomodate so many of them, from sifting through dirt to reading philosophy.1
1
Sarah Maza, Thinking about History (Chicago/London 2017), 1-2
,Maza stelt dat de geschiedenis oneindig groot is en mede daarom ontbreekt de samenhang
in het vakgebied geheel.
- Er is geen anon (bv literatuurwetenschap)
- Er is geen overkoepelende theorie (bv memory studies)
- Geen vaststaande methodologie (bv kunstgeschiedenis)
- Geen vaste hulpwetenschappen (bv statistiek)
Dit is een keuze en geen feit: de natuur is ook oneindig groot maar toch heeft de
natuurkunde een vastomlijnde focus en methode.
Historiografische stromingen. De 3 w-vragen van Maza kunnen gesteld worden:
- Kentheoretische problemen.
Welke elementen belangrijk zijn om historische ontwikkeling te begrijpen?
- Wie? Historische actoren (politici, het volk, vrouwen).
- Wat? Ideeen, techniek, ‘niet menselijke actoren’
- Waar? Im- of expliciete geografische afbakening
- Wanneer? Im- of expliciete periodisering (moderniteit?) en/of tijdspanne (grote of
kleine stappen: Annales school).
- Waarom? Verbinding met het heden.
Theorie.
Methodologie (bv: computational history, oral history), Hulpwetenschappen (bv: statistiek,
paleografie), Overeenstemming = historiografische stroming.
Historiografische discussie. Stromingen binnen de geschiedfilosofie worden continu
bediscussieerd – Binnen een stroming, maar ook tussen stromingen.
- Discussie binnen een stroming: Specialistische tijdschriften en conferenties.
Voorbeelden: History Workshop, Journal for Digital History, Journal for Global History.
- Discussies tussen de verschillende stromingen: Algemene tijdschriften en
conferenties. Voorbeelden: American Historical Review | BMGN
Als er sprake is van een verandering wordt dit een historiografische wending genoemd. Er is
dan een grote groep historici die naar het verleden kijkt. Het is een verandering van de
primaire historiografische stroming; Social turn, Cultural turn, Linguistic turn, Spatial turn.
Als men puur kijkt naar de bronnen die worden geanalyseerd is het belangrijkste kenmerk =
continuïteit. ‘from a macro-perspective, the characteristic feature of our corpus is a high
degree of continuity.’
Als men veranderingen ziet, dan zijn het er maar een aantal. Belangrijkste is de verschuiving
van politiek naar sociaal (politici naar massa). ‘Nonetheless, some fundamental changes are
also in evidence, above all the establishment of Historische Sozialwissenschaft, which
moved historians’ focus from political to social history and from the (often-heroical)
individual to the masses.’
Cultuurgeschiedenis is in dit idee hetzelfde als sociale geschiedenis. In praktijk blijkt het
ongeveer hetzelfde. Cultural turn = social turn? ‘As the topic model indicates, articles about
cultural history are highly associated with a social-history approach. Contrary to the common
notion of social and cultural history being two distinct entities, our evidence suggests a
convergence of both fields.’
, Belangrijke concepten
- Speculatieve, kritische en praktische geschiedfilosofie.
- Historiografische stroming/positie.
- Historiografische debat
- Historiografische wending (‘turn’)
Siegfried Kracauer stelde al dat men zich afvraagt waar men vandaan komt. Wat voor
historici zijn wij? “The ancient historians used to preface their histories by a short
autobiographical statement - as if they wanted immediately to inform the reader of their
location in time and society, that Archimedean point from which they would subsequently set
out to roam the past.”2
Digitale geschiedenis & AI
- Visuele bronnen: illustraties en foto’s eind negentiende en begin twintigste eeuw.
- Digitale methode: specifiek AI
- Grote in plaats van kleine schaal.
- Combinatie van kwantitatieve (begrijpen) en kwalitatieve methode (interpretatie).
Wat is ‘politiek’?
- Wie (wat?) zie je als politieke speler? →wie/wat bestudeert de politiek historicus? &
hoe en waarom?
- Aristoteles: ‘Polis’ → alles dat te maken heeft met de polis oftewel de (nationale)
gemeenschap
- Hoe interpreteer je dit? Staat, staatszaken, officiële vertegenwoordiging (nauw)? Of
breder, algemenere geschiedenis van gemeenschap?
Politieke geschiedenis is de oudste vorm van professionele geschiedschrijving.
Tweedeling politiek:
- politiek als domein: is wat er gebeurt in instituties die worden gebruikt voor politiek,
dus parlement; de staat; politieke partijen
- politiek als aspect van sociaal leven dat te maken heeft met macht, zowel binnen als
buiten deze instituties
(def. Bart Tromp 1993)
Ontwikkeling van politieke geschiedenis als het ‘openen’ van het nauwe
domein ‘politiek’ tot het bredere ‘politieke’
1. ‘Traditionele’ politieke geschiedenis – vanaf mid-19e eeuw
- Dominantie politiek in geschiedschrijving, inhoudelijk & institutioneel
- [cf tekst Harry Liebesohn]
2. ‘Nieuwe’ politieke geschiedenis – vanaf jaren 1980
- ‘Opening up’ van politieke geschiedenis
- [cf tekst Henk te Velde]
Geschiedschrijving in de 19e eeuw
‘The primacy of politics’ / ‘het primaat van politiek’ (Harry
2
Siegfried Kracauer, History: The last things before the last (1969)