Hoorcollege 1
Wat is filosofie?
● De meest pure vorm van wetenschap
● Niet empirisch (... dus geen experimenten, alleen maar nadenken en analyseren)
● “Investigation of the nature, causes, or principles of reality, knowledge, or values,
based on logical reasoning rather than empirical methods”
● “The study of the fundamental nature of knowledge, reality, and existence, when
considered as an academic discipline”
→ kritiek: het gaat ver buiten louter academisch
● Epistemologie/kennisleer
○ Wat is waarheid?
○ Wat is kennis?
○ Welke methoden gebruik ik om kennis te vergaren?
● Metafysica
○ Bestaat er een God?
○ Bestaat er vrije wil?
○ Wat is tijd?
● Ethiek
○ Hebben dieren rechten?
○ Wat is een rechtvaardige samenleving?
○ Is euthanasie moreel wenselijk?
Wat is wetenschap?
● Empirisch
● Wel: natuurkunde, scheikunde, biologie, psychologie, antropologie en economie
● Niet: kunst, muziek, architectuur en theologie
● Overeenkomsten: proberen de waarneembare werkelijkheid te beschrijven,
verklaren en voorspellen
Geschiedenis van wetenschap
● Revolutie in het verkrijgen van kennis: verwerpen van dogma en het omarmen van
waarneming en logica als bron van kennis
● Geboorte van de moderne wetenschap: heeft ons geneeskunde, vaccines, internet,
transport, maar ook kernwapens, vervuiling en klimaatverandering gegeven
Natuurwetenschappen onderzoeken de dode en levende natuur
● Natuurkunde, scheikunde, aardwetenschappen, biologie
Sociale wetenschappen onderzoeken mens en gedrag
● Psychologie, antropologie, bedrijfskunde, politicologie, communicatie
Geesteswetenschappen bestudeert de “geestesproducten” van de mens (niet altijd empirisch)
, ● Linguïstiek, (kunst)geschiedenis, filosofie, muziek-/literatuurwetenschap, theologie
Technische/toegepaste wetenschappen passen principes verworven uit de
natuurwetenschappen en sociale wetenschappen toe (doel is niet kennis genereren)
● Informatica, werktuigbouwkunde, elektrotechniek, civiele techniek,
informatiewetenschappen, geneeskunde
De wetenschappelijke methode
● Beste manier om kennis te genereren → empirisch!
● “Het proces dat wetenschappers gebruiken om hypothesen en theorieën te testen
d.m.v. experimenten en observaties” – Merriam-Webster
● Replicatie: resultaten moeten herhaalbaar zijn
● Externe review: resultaten worden door experts in het vakgebied beoordeeld
● Publicatie: als het goedgekeurd is, wordt het gepubliceerd in een tijdschrift
Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met het kritisch onderzoek naar de
vooronderstellingen, de methoden, en de resultaten van de wetenschappen
● Epistemologie: Zijn wetenschappelijke theorieën waar?
● Metafysica: Bestaan wetenschappelijke entiteiten (atomen, genen, zwarte gaten)
echt?
● Ethiek: Welke morele verplichtingen hebben wetenschappers naar de samenleving
toe?
Vragen in deze leer:
- Wat is een natuurwet?
- Waarom zijn er geen natuurwetten in de sociale wetenschappen?
- Hoe weten we dat de onobserveerbare entiteiten (bv. atomen en elektronen) echt bestaan?
- Is observatie de enige methode om kennis te vergaren?
- Hoeveel bewijs en welk soort bewijs zijn we nodig om een hypothese te accepteren?
- Hoe verschillen de natuur- en sociale wetenschappen?
- Is technologie toegepaste wetenschap?
Wetenschap en pseudowetenschap
Karl Popper (1902-1994): een hypothese moet in principe falsifieerbaar zijn: we moeten in
staat zijn om de hypothese te weerleggen
Wetenschappelijke theorieën veranderen altijd!
, Hoorcollege 2
Wat is een argument?
● Een argument bevat een conclusie ondersteunt door ten minste een premise
● Premissen geven een reden om de conclusie te accepteren
○ P1: Alle mensen zijn sterfelijk
○ P2: Socrates is een mens
○ C: Dus Socrates is sterfelijk
Deductief redeneren
● Een manier van redeneren waarbij als de premissen waar zijn, de conclusie ook waar
moet zijn
○ P1: Alle Fransen houden van wijn
○ P2: Pierre is Frans
○ C: Pierre houdt van wijn
● Geldigheid gaat over de logische structuur van het argument, niet over de waarheid
van premissen of de conclusie
○ Een argument met foute premissen kan geldig zijn
○ Een argument met een foute conclusie kan geldig zijn
● Een deugdelijk argument is geldig en heeft ware premissen
Inductief redeneren
● Als de premissen waar zijn, is het waarschijnlijk dat de conclusie waar is
● Een inductief argument kan dus ware premissen hebben, maar een foute conclusie
○ P1: Meeste mannen in het oude Athene hadden een baard
○ P2: Socrates leefde in het oude Athene
○ C: Dus Socrates had een baard
● Een inductief argument vereist de observatie van een groot aantal gevallen.
Wanneer we zien dat er bepaalde patronen in voorkomen die worden herhaald,
generaliseren we van deze specifieke gevallen naar alle gevallen
Abductie
● Afleiden naar de beste verklaring: een manier van redeneren waarbij de meest
waarschijnlijke verklaring voor (onverwacht) verschijnsel als de juiste wordt
gekozen
○ P1: Sombere middag in november en het gras in de tuin is nat
○ P2: Als het regent, wordt het gras nat
○ C: Dus het heeft geregend
● In niet-empirische wetenschappen is abductie soms de enige methode om tot
conclusies te komen
● Wetenschappelijk redeneren is deductief, inductief en abductief