Opdracht: 3
Naam: Nummer werkgroep:
Voornaam: Dag en tijdstip werkgroep:
Studentnummer: Naam docent:
Aantal woorden: 1152
De lijn tussen dictatuur en
democratie is duidelijk. Toch?
De democratie en haar zelfverdediging
Het klinkt ideaal: een vorm van regering waar de burger de macht heeft. De wil van het volk staat
centraal. Nothing about us without us. Dit is het idee achter de democratie. Jarenlang hebben mensen
moeten strijden voor politieke inspraak en gelijkheid hierin. Toch zullen er altijd mensen zijn die deze
manier van regeren, dit stelsel, onzin vinden en het af willen schaffen. Voor nu is het een sterke
minderheid, maar wat als het ineens een grote meerderheid wordt?
Het is onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk: er kan een coalitie komen die de democratie af
wilt schaffen. Om dit te voorkomen, hebben voorstanders van de democratie een defense mechanism
opgezet: de weerbare democratie. In dit betoog ga ik uitzoeken wat ‘weerbare democratie’ inhoudt.
Daarna ga ik kijken naar de invloed die dit heeft op het volk en hun rechten. Ook zal ik ingaan op de
vragen “waarom is het nodig?” en “waarom mag dit?”. Hopelijk kom ik hierdoor bij een goed antwoord
op mijn hoofdvraag: hoe verschillend zijn een weerbare democratie en een dictatuur op het gebied van
vrijheid?
Weerbare democratie: hoe?
De ‘democratie als zelfcorrectie’ is een theorie van weerbare democratie, bedacht door Bastiaan
Rijpkema.1 Het is gebaseerd op het idee van George van den Bergh dat de democratie het recht heeft
om zich te verzetten tegen het afschaffen van de democratie. 2 Dit is vooral belangrijk geworden na de
Tweede Wereldoorlog. Men wilde geen machtsgrepen meer, zoals Hitler dat met zijn partij de NSDAP
had gedaan.3 Daarom kunnen democratieën nu antidemocratische partijen verbieden. 4 In Nederland
gaat dit zelfs nog een stapje verder. In artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek wordt elk rechtspersoon
waarvan de werkzaamheid of het doel in strijd is met de openbare orde verboden.
Een voorbeeld van een ideaal dat verboden is, is het fascisme. Ook over het communisme wordt
1
Rijpkema 2018, p. 31.
2
Van den Bergh 1936.
3
Rijpkema 2018, p. 32-33.
4
Rijpkema 2018, p. 32.
, nog wel eens negatief gesproken, hoewel dit soort partijen wel toegestaan zijn in Nederland (zoal de
NCPN en VCP op regionaal niveau). Wel verboden zijn de NSB, de NESB en de CP’86. 5 Hun doelen, hun
werkzaamheden, hun meningen werden gezien als een gevaar voor de openbare orde.
De weerbare democratie versus de mensenrechten
Het klinkt helemaal niet zo slecht. Alles wat een dreiging vormt voor de democratie en de rechten die
daarbij komen kijken, wordt tegengehouden. Maar waarom mag dit? Op welk recht is dat dan
gebaseerd? Idealen zijn namelijk ook meningen. En heeft elke burger niet recht op vrijheid van
meningsuiting? Ja, het eerder genoemde art. 2:20 BW rechtvaardigt verboden op rechtspersonen. Maar
een “normale” wet zoals art. 2:20 BW staat niet boven de Grondwet, en al helemaal niet boven de
Europese wetten. Op het eerste gezicht lijkt art. 2:20 BW in te gaan tegen onder andere art. 7 Gw en art.
10 EVRM.
Toch is het niet verboden. Mensenrechten zijn niet eindeloos. In het betoog Sterke punten zijn
ook zwakheden wordt de conclusie getrokken dat mensenrechten een gevaar vormen voor de
democratie. “Mensenrechten gelden voor iedereen, dus ook voor degenen die tegen dit soort rechten
zijn. Door de bescherming die hen wordt geboden, kan het op allerlei manieren misgaan; door
bijvoorbeeld religieuze idealen, maar ook door het egoïsme van de mens zelf.” 6
Beperkingen van mensenrechten zijn nou eenmaal nodig. Anders zouden het verbod op
discriminatie en het recht op vrijheid van meningsuiting niet naast elkaar kunnen bestaan. Dit heeft
opnieuw te maken met verstoring van de openbare orde. Sommige artikelen mogen door andere,
“normale” wetten beperkt worden om deze reden. 7 Zo ook artikel 7 van de Grondwet. Dit rechtvaardigt
dus art. 2:20 BW.
Hoewel niet iedereen vindt dat mensenrechten ook echt deel zijn van de democratie, 8 zijn er
ook mensen die zeggen dat een democratie zonder mensenrechten minderwaardig is. 9 Toch heeft elke
democratie ter wereld zich aangesloten bij de VN 10, en heeft zich daarmee gebonden aan het UVRM. Art.
19 UVRM staat voor de vrijheid van meningsuiting. 11 Iedere democratie moet zich daaraan houden,
maar toch kunnen ze weerbaar zijn.
Tegenpolen?
Elke democratie kent dus mensenrechten, en deze mensenrechten mogen beperkt worden. Het is dus
toegestaan om in te grijpen als een rechtspersoon zich tegen de democratie verzet, ondanks het recht
op vrijheid van meningsuiting. Maar het klinkt helemaal niet zo vrij. Is er dan echt maar één mening
toegestaan: de democratie is goed, alle andere regeringsvormen zijn slecht? Het is bijna alsof we
geïndoctrineerd worden. Zo staat het recht op democratie in art. 21 UVRM. Hoewel het verdrag het niet
daadwerkelijk verplicht, laat het wel zien dat het de democratie als ideale regeringsvorm aanvaardt. 12
5
Lely 2018.
6
Van Kesteren 2021, p. 3.
7
ProDemos, geraadpleegd op 11-03-2021.
8
Doomen 2018, p. 140.
9
Amnesty International (1), geraadpleegd op 11-03-2021.
10
United Nations, geraadpleegd op 11-03-2021.
11
Amnesty International (2), geraadpleegd op 11-03-2021.
12
Amnesty International (1), geraadpleegd op 11-03-2021.