Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting literatuur en jurisprudentie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
56
Geüpload op
07-10-2025
Geschreven in
2023/2024

Een samenvatting van alle literatuur en jurisprudentie voor het vak Goederenrecht. Per week ingedeeld, waarbij de literatuur is ingedeeld per hoofdstuk/artikel. Bij elk arrest is de essentie aangegeven. Daarna is aangegeven op welke pagina's van het boek dit arrest wordt besproken en wordt per pagina aangegeven welke informatie er in het boek staat.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Goederenrecht 2023
Week 1
Literatuur
 Hoofdstuk 1 t/m 6
 Hoofdstuk 16 t/m 19



Hoofdstuk 1
Geen aantekeningen



Hoofdstuk 2
Het goederenrecht geldt voor natuurlijke personen en rechtspersonen gelijk, tenzij er aanwijzingen
van het tegendeel zijn (art. 2:5 BW). Het goederenrecht gaat over absolute rechten (verhouding
tussen persoon en goed).

Het vermogen van een persoon bestaat uit het geheel van goederen en schulden dat aan deze
persoon toebehoort. Dit staat niet concreet in de wet, maar vloeit wel uit het stelsel van de wet
voort. Het verband tussen de twee: de goederen (art. 3:1 BW) vormen het verhaalsvermogen voor
de schulden (art. 3:276 BW).

Kort over het begrip goed: dit is onder te verdelen in zaken en vermogensrechten (art. 3:1 BW). Wat
een zaak is, staat in art. 3:2 BW. Wat een vermogensrecht is, is veel ingewikkelder (art. 3:6 BW – dit
zijn alternatieven, geen cumulatieve vereisten). Verder: zie hoofdstuk 3.

Eigendom bestaat alleen voor zaken. Voor vermogensrechten is er niet echt een woord; ‘toebehoren
aan’ of ‘rechthebbende zijn van’ is vaak een goed alternatief. Eigendom kan in beginsel altijd vrij
worden overgedragen. Vermogensrechten kunnen alleen worden overgedragen als hiervoor een
specifieke wettelijke regeling is.

Uit het ‘hoofdrecht’ van een gerechtigde kunnen beperkte rechten voortkomen: genotsrechten
(zoals vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstalrecht) en zekerheidsrechten (pand en
hypotheek). Andere beperkte rechten dan die in de wet bestaan niet (numerus clausus); maken
partijen toch andere afspraken, dan zijn dit slechts verbintenisrechtelijke rechtsverhoudingen.

Twee vragen om te zien of iets een beperkt recht is of (hooguit) een obligatoire overeenkomst:

1. Voldoet de rechtsverhouding aan de totstandkomingsvereisten van een beperkt recht?

》Ja > vraag 2

》Nee > hooguit een obligatoire overeenkomst

2. Voldoet de gemaakte afspraak aan de inhoudsvereisten van een beperkt recht?

》Ja > beperkt recht

》Nee > hooguit een obligatoire overeenkomst

,Crediteuren kunnen elk goed uit het vermogen van een debiteur gebruiken voor schulden. Bij
verdeling van het vermogen van een debiteur moet een crediteur zich melden. Elke crediteur is in
beginsel gelijk, maar de wet geeft aan bepaalde crediteuren voorrang.



Hoofdstuk 3
Het begrip ‘goed’ wordt vaak op één van twee manieren onderverdeeld.

De eerste manier is hiervoor al genoemd: in zaken en vermogensrechten. Zaken (art. 3:2 BW) zijn
onder te verdelen in roerende en onroerende zaken (art. 3:3 BW). Onroerend zijn de grond en alles
wat daarmee verbonden is; roerend is alles wat niet onroerend is (lid 1). Vermogensrechten (art. 3:6
BW) kunnen onder andere in absolute en relatieve vermogensrechten worden onderverdeeld; ook
beperkte rechten vallen hieronder.

De tweede manier is tussen registergoederen en niet-registergoederen. Registergoederen (art. 3:10
BW) worden overgedragen of gevestigd door inschrijving van een notariële akte bij de daartoe
bestemde openbare registers. Dit zijn alle percelen grond, te boek gestelde zee- en
binnenvaartschepen en te boek gestelde vliegtuigen. Art. 3:10 BW over registergoederen. Art. 3:89
lid 1 over levering registergoederen.

Een zaak is een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object (art. 3:2 BW). Het
eenheidsbeginsel (art. 5:3 BW) vraagt dat we een zaak als een geheel zien, en niet als een
verzameling van bestanddelen. Als een zaak opgaat in een andere zaak, de hoofdzaak, wordt het dus
die hoofdzaak, en niet een los bestanddeel (art. 5:14 BW). Art. 3:4 BW geeft twee criteria om te
bepalen wat tot een zaak behoort: verkeersopvattingen, en de onmogelijkheid om het van de
hoofdzaak te verwijderen zonder schade toe te brengen.

Onroerende goederen liggen niet alleen boven, maar ook onder de grond (denk aan delfstoffen,
planten, water). Onroerende zaken zijn altijd registergoederen. Uit het Portacabin-arrest blijkt dat bij
een bouwwerk het bestemmingscriterium van belang is: als een bouwwerk bestemd is om duurzaam
op de grond te blijven, is het duurzaam met die grond verenigd, ongeacht of het makkelijk kan
worden verplaatst of niet. Ook is dit een belangrijke regel voor natrekking (eigenaar grond is
eigenaar van alles wat duurzaam met deze grond is verenigd). Natrekking kan worden doorbroken
door horizontale natrekking (gebouw of werk is bestanddeel van eens anders onroerende zaak) of
door horizontale scheiding (doorbreking door bijv. opstal).

De hoofdregel is dat de eigenaar van een goed ook eigenaar wordt van de vruchten van dit goed. Dit
is behoudens bepaalde rechten van anderen, zoals een vruchtgebruiker.

Art. 3:9 lid 1 en 2 over vruchten. Er is een onderscheid tussen natuurlijke vruchten (zaken die uit
zaken voorkomen, zoals een veulen of fruit) en burgerlijke vruchten (rechten die uit goederen
voortkomen, zoals het recht op dividend of royalty's).

Hoofdregel is dat rechthebbende van het goed rechthebbende wordt van de vruchten daarvan (art.
5:1 lid 3 BW voor zaken). Dit is behoudens rechten van anderen. Verkrijging gebeurt via originaire
verkrijging en op het moment dat de vrucht zich afscheidt (bij zaken) of opeisbaar wordt (bij
rechten).

Art. 5:45 BW geeft een uitzondering als vruchten uit een boom op een naburig erf vallen.

Art. 3:6 BW over vermogensrechten. Vermogensrechten zijn goederen omdat ze:

, - vervreemdbaar zijn en daarom economische waarde hebben; of
- gebruikswaarde hebben voor de rechthebbende die er zijn 'stoffelijke behoeften' mee kan
bevredigen; of
- de rechthebbende er kort gezegd voor heeft betaald.

Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn in beginsel vrij overdraagbaar (art. 3:83 lid 1
BW). Alle andere vermogensrechten zijn alleen overdraagbaar als de wet dit toestaat (art. 3:83 lid 3
BW).

Actio negatoria = bevoegdheid om een inbreuk op een recht ongedaan te maken, ook als ze niet tot
bezitsverlies leiden. Het is een vertakking van de revindicatie.

Afstand van eigendom kan worden gedaan door het bezit ‘kennelijk prijs te geven’ (art. 3:117 lid 1
BW) met het oogmerk zich van de eigendom te ontdoen (art. 5:18 BW). Dit heet derelictie of
abandonnement. Dit kan niet voor onroerende zaken (zie art. 5:24 BW).



Hoofdstuk 4
Bezit en houderschap zijn vooral van belang bij zaken. Het kan ook voorkomen bij
vermogensrechten, maar in de praktijk speelt dat een minder grote rol. Bezit is belangrijk, omdat
degene die macht uitoefent over een zaak wordt vermoed bezitter (art. 3:109 BW) en zelfs ook
eigenaar (art. 3:119 lid 1 BW) te zijn.

Een bezitter houdt (oefent macht uit) voor zichzelf, een houder houdt (oefent macht uit) voor
iemand anders. Art. 3:108 BW geeft een criterium voor wanneer er sprake is van bezit of
houderschap: het wordt naar verkeersopvatting beoordeeld. Daarbij van belang zijn art. 3:109 e.v.
BW.

Art. 3:112 BW geeft drie manieren om bezit te verkrijgen: inbezitneming, bezitsoverdracht en
opvolging onder algemene titel. Dat laatste ziet men bijvoorbeeld bij erfopvolging. De erfgenaam
volgt letterlijk op zoals zijn voorganger het had; dit is dus inclusief kwade of goede trouw. Bij
inbezitneming is er een zelfstandige handeling van iemand om zich de feitelijke macht te
verschaffen, zoals bij diefstal. Bezitsoverdracht is het mogelijk maken voor een ander om de macht
over een zaak uit te oefenen die de bezitter zelf had (art. 3:114 BW). Bij bezitsoverdracht zijn nog de
vormen c.p., brevi manu en longa manu te onderscheiden, waarbij een tweezijdige vormvrije
verklaring genoeg is.

Middellijk en onmiddellijk bezit en houderschap zijn mogelijk. Zie art. 3:107 lid 2 en 3 BW.

Er is een onderscheid tussen bezit te goeder trouw en bezit niet te goeder trouw. Een bezitter is te
goeder trouw als hij zichzelf feitelijk als rechthebbende beschouwt en dit redelijkerwijze ook mocht
(art. 3:118 lid 1 BW). Hierin zitten een subjectief en een objectief element. Subjectief: het zichzelf als
rechthebbende beschouwen. Objectief: het beschouwen moet in de gegeven omstandigheden
redelijk genoemd kunnen worden. Het objectieve element wordt afgemeten aan art. 3:11 BW (gaat
niet alleen om het weten, maar ook om het redelijkerwijs moeten weten). Rechtsgevolgen van bezit
te goeder trouw en niet te goeder trouw: artt. 3:120 en 3:121 BW.

Art. 3:111 BW verbiedt houderschapsinterversie. Een houder is geen bezitter en kan dus geen bezit
overdragen. Hij kan wel bezit aan iemand verschaffen. Dit kan via feitelijke machtsverschaffing (art.
3:114 BW), levering brevi manu en levering longa manu (art. 3:115 aanhef en sub b en c BW), maar
niet via c.p.

, Houderschapsinterversie houdt in dat een houder voor een bezitter niet houder voor een ander kan
worden door een enkele wilsverklaring. Er is pas geldige bezitsverschaffing als een feitelijkheid naar
buiten toe blijkt, als de bezitter met de interversie instemt, of als de houder de aanspraken van de
bezitter tegenspreekt.



Hoofdstuk 5
Het Nederlandse registerstelsel is gematigd negatief. Niet alle registermogelijkheden staan in art.
3:17 BW, maar wel de belangrijkste. Art. 3:17 BW onderscheidt drie categorieën:

1. Rechtshandelingen waarbij inschrijving constitutief is om een rechtsgevolg te doen intreden;
2. Rechtshandelingen die anderszins een verandering in de rechtstoestand brengen of in enig
ander opzicht voor die rechtstoestand van belang zijn;
3. Overige rechtsfeiten, genoemd in sub b t/m k.

Het inschrijven van feiten zorgt ervoor dat deze feiten kunnen worden tegengeworpen aan derden;
daartegenover staat natuurlijk dat als iemand tekortschiet en een feit niet inschrijft, een derde
eerder als te goeder trouw kan worden aangemerkt (art. 3:23/24 BW). Hierop zijn natuurlijk wel
uitzonderingen (art. 3:24 leden 2 en 3 BW).

Art. 3:25/26 BW geven bescherming tegen onjuistheden in de registers. Dit kan liggen aan een fout
in de akte of aan een fout feit. Daarnaast is er art. 3:36 BW.

In art. 3:16 BW heeft de wetgever drie aspecten van openbare registers geregeld. Dit zijn:

- Bescherming van een onwetend persoon die een fout heeft gemaakt door een register niet
te raadplegen;
- Bescherming van een persoon die een bepaald feit in een register had kunnen opnemen
maar dit niet heeft gedaan;
- De drager van de risico's voor fouten in een register (de houder ervan, de raadpleger,
iemand die de fout had kunnen herstellen?)

Registers zijn er voor vertrouwen.

Art. 3:36 BW kan aan een verkrijger bescherming bieden tegen rechtsschijn. Hiervoor moet aan drie
vereisten zijn voldaan:

1. De verkrijger was te goeder trouw in de zin van art. 3:11 BW (geobjectiveerde goede trouw);
2. Er is sprake van een gedraging of verklaring van degene tegenover wie de rechtsschijn wordt
ingeroepen;
3. Op grond van de verklaring of gedraging heeft de verkrijger daadwerkelijk vertrouwd op de
gewekte schijn en hij heeft op basis van dit vertrouwen gehandeld.



Hoofdstuk 6
Eigendom is het breedste recht dat men met betrekking tot een goed kan hebben, maar het is niet
grenzeloos. Het wordt begrensd door rechten van anderen; het recht van eigendom mag hier geen
inbreuk op maken. Ook moet men respect hebben voor derden (zie de richting van art. 6:162 BW).
Een tweede begrenzing is de plicht om rekening te houden met de samenleving als geheel. Ten
derde is de meer subtiele vorm van herverdeling en begrenzing van eigendom, die door de overheid
wordt gehandhaafd door bijvoorbeeld belasting te heffen.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 oktober 2025
Aantal pagina's
56
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$13.14
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jamsspam140

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jamsspam140 Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
7 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
26
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen