Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting literatuur, jurisprudentie & verdiepingsmateriaal + overzicht beginselen, rechten etc

Rating
-
Sold
-
Pages
68
Uploaded on
07-10-2025
Written in
2023/2024

Een 68 pagina lange samenvatting die bestaat uit literatuur, jurisprudentie en verdiepingsmateriaal. Ingedeeld per week. Daarna heb ik een lijst gemaakt van alle beginselen, de doelen van het strafprocesrecht, de belangrijkste rechten et cetera. De literatuur is ingedeeld in hoofdstukken en de jurisprudentie heeft een korte essentie en een uitgewerkte samenvatting per arrest. Ten slotte, aan het einde, heb ik opgeschreven welke vragen ik moet kunnen beantwoorden in het tentamen, en heb ik bij elke vraag opgeschreven hoe ik tot een conclusie moet komen (stappenplan).

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Strafprocesrecht
Week 1

Literatuur
 Hoofdstuk 1 t/m 4
 Hoofdstuk 5, par 1-2
 Hoofdstuk 6, par. 1-3
 Hoofdstuk 7, par. 4-6



Hoofdstuk 1
Het strafprocesrecht bestaat uit een geheel van regels die betrekking hebben op de toepassing van
het strafrecht in een concreet geval. Het geeft procedureregels die het materiele strafrecht laten
uitvoeren door te bepalen door wie en op welke wijze overtredingen van de strafwet moeten
worden vastgesteld, en wat de consequenties van die overtreding zijn. De cruciale bevoegdheid om
te (ver)oordelen is in de regel aan de onafhankelijke rechter toegelegd. De kern van het
strafprocesrecht is daarom gericht op de totstandkoming van de rechterlijke beslissing.

Het hoofddoel van het strafproces is het verzekeren van een juiste toepassing van het materiele
strafrecht. Dit doel is tweeledig: aan de ene kant bevat het het straffen van schuldigen, aan de
andere kant bevat het het voorkomen van het straffen van onschuldigen. Dit brengt spanning mee
wanneer er wordt getwijfeld aan de schuld van een verdachte: welk subdoel telt zwaarder? Straft
men liever een onschuldige, of spreekt men liever een schuldige vrij?

In ons stelsel geldt het in dubio pro reo-beginsel: de verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. Een
verdachte mag dus alleen worden veroordeeld als de rechter volledig tot de overtuiging is gekomen
dat deze het feit is begaan (art. 338 Sv).

Maar ook een rechter kan fouten maken in zijn beoordeling. Daarom kennen wij het instituut van de
herziening: als uit nieuwe feiten blijkt dat er verkeerd is veroordeeld, kan de veroordeling ongedaan
worden gemaakt (zie art. 457 e.v. Sv).

Naast het hoofddoel zijn er bijkomende doelen die de inrichting van het strafproces mede bepalen.
Het boek bespreekt er vier.

1. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte

Een strafrechtelijke vervolging is voor een burger een zware belasting. Zelfs als er vrijspraak volgt, is
er een nodeloze inbreuk gemaakt op de vrijheid van de burger, ook al is de bestraffing van een
onschuldige voorkomen. Een doel van het strafprocesrecht is daarom ook het voorkomen van het
vervolgen van onschuldigen. De vrije positie van een burger ten opzichte van de overheid moet ook
gewaarborgd worden als de burger wordt verdacht van het begaan van een strafbaar feit. In dit licht
kan worden gedacht aan de toekenning van het zwijgrecht en het recht om geen bewijs tegen
zichzelf te leveren.

,2. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen

Derden worden ook, vaak ongewild, bij een strafproces betrokken. Er moet op worden gelet dat er
niet te veel inbreuk wordt gemaakt op hun rechten (bijv. onderzoeking huis versus huisrecht of
gevaar bij oproepen getuigen). Het slachtoffer is vaak ook zo'n derde en het zware strafproces kan
nog meer leed toevoegen. Een correcte bejegening van het slachtoffer is daarom een vereiste van
een behoorlijk strafproces.

3. Procedurele rechtvaardigheid

Mensen willen betrokken worden bij, en inspraak hebben in, beslissingen die hen raken. De
verdachte heeft een recht om gehoord te worden en om dan ook serieus te worden genomen.
Hierdoor wordt de uitspraak makkelijker te accepteren, voor zowel hemzelf als voor de samenleving.
Dit heeft te maken met een eerlijk proces (procedurele rechtvaardigheid). Die procedurele
rechtvaardigheid vormt ook een reden om het slachtoffer bij het proces te betrekken en hem
spreekrecht toe te kennen.

4. Demonstratiefunctie

Door openbare terechtzitting wordt het vertrouwen in de overheid en de rechtspraak versterkt. Het
vormt een waarborg tegen willekeurige bestraffing. Ook helpt het bij de preventieve werking van het
strafrecht: men kan zien dat de overheid daadwerkelijk tot straffen overgaat. Ook kunnen de burgers
zo controleren of de overheid zich aan de wet houdt en of het proces eerlijk verloopt.

Bij onvoldoende bewijs wordt een verdachte vrijgesproken. Daarom wordt niet vervolgd als er niet
genoeg bewijs is dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd.

Het is niet zo dat de volledige waarheid vast moet staan om een verdachte te veroordelen. Wel
speelt de waarheidsvinding een grote rol in het strafproces! Maar het is geen zelfstandig doel van
strafvordering. Alleen het deel van de waarheid dat helpt met het veroordelen van verdachte is van
belang voor het strafproces.

In een rechtsstaat worden de verhoudingen tussen overheid en burger beheerst door de rule of law.
Dit houdt in dat de overheid alleen mag handelen als de wet een bevoegdheid toekent. Zo wordt de
burger beschermd tegen de willekeur van de autoriteiten. In het verlengde hiervan ligt het doel van
strafprocesrecht dat de burger tegen de overheid moet worden beschermd.

Bij deze zienswijze vier kanttekeningen:

1. Dit doel is niet kenmerkend voor het strafprocesrecht. Het geldt voor alle soorten
publiekrecht.
2. Het blijft onverklaard waarom de overheid bevoegdheden heeft om te straffen en
dwangmiddelen toe te passen om de waarheid aan het licht te brengen.
3. De bevoegdheden hebben wel een reden, namelijk dat ze voor het algemeen belang zijn.
4. De zienswijze leidt gemakkelijk tot eenzijdigheid.



Ook vier uitgangspunten over afweging hoeveel rechtsbescherming voor wie:

1. Strafrechtspleging kost geld.
2. Hoe meer er voor verdachte op het spel staat, hoe meer waarborgen er moeten zijn
waarmee de berechting is omringd.

, 3. Hoe ernstiger het vermoedelijk gepleegde strafbare feit, hoe ingrijpender de
onderzoeksbevoegdheden (eis van proportionaliteit).
4. Alle verschillende doelen moeten worden gerealiseerd.

Het strafprocesrecht kent meerdere bronnen. Binnen de wetgeving kennen we het Wetboek van
Strafvordering, bijzondere wetten, de Grondwet en AMvB's. Ook kennen we beleidsregels. Binnen
het internationale recht kennen we het verdragsrecht en het supranationaal recht. De jurisprudentie
speelt ook een rol. Ten slotte zijn er enkele rechtsbeginselen die van belang zijn.

Art. 107 lid 1 Gw bepaalt dat de wet onder meer het strafprocesrecht moet regelen in een algemeen
wetboek. Dat is het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het geeft algemene regels over vervolging en
berechting van in beginsel alle strafbare feiten.

Bepaalde onderwerpen worden in afzonderlijke bijzondere wetten geregeld. Er zijn ruwweg drie
groepen bijzondere wetten: de wetten die onderwerpen regelen die overlappen met andere
rechtsgebieden, de wetten die aan of net over de rand van strafvordering liggen, en de wetten die
voor bepaalde categorieën delicten een afwijkende of aanvullende strafvorderlijke regeling geven.

De Grondwet is geen afzonderlijke wet, maar kent wel een aantal bepalingen die direct of indirect
van belang zijn voor het strafprocesrecht, zoals de grondrechten in Hoofdstuk 1.

Art. 1 Sv sluit uit dat de lagere wetgever regelingen van strafvorderlijke aard treft. Wel mag de
formele wetgever de nadere uitwerking van strafbepalingen delegeren aan de Kroon of aan
ministers. Zij kunnen AMvB's of ministeriele beschikkingen uitbrengen.

Een overheidsorgaan met een discretionaire bevoegdheid stelt vaak beleidsregels op over hoe met
die bevoegdheid moet worden omgegaan. De Hoge Raad heeft bepaald dat beleidsregels recht in de
zin van art. 79 RO zijn als ze op behoorlijke wijze zijn gepubliceerd.

In het strafprocesrecht zijn internationaal gezien vooral het EVRM en het IVBPR van belang. Beide
verdragen formuleren een groot aantal grondrechten die rechtstreeks in de Nederlandse rechtsorde
doorwerken (artt. 93 en 94 Gw). De rechtspraak van het EHRM speelt ook door in de Nederlandse
rechtspraak en wetgeving. De belangrijkste verdragsrechten zijn te vinden in artt. 5, 6 en 8 EVRM
(artt. 9, 14 en 17 IVBPR).

Voor Europees recht is naast het EVRM ook het Verdrag van Lissabon belangrijk.

Beter begrip van het Nederlandse strafprocesrecht krijgt men door de invulling en wetsuitleg in de
jurisprudentie, met name die van de Hoge Raad. Ook brengt de Hoge Raad het Nederlandse recht in
overeenstemming met internationaal recht.

Sinds de jaren 70 is de Hoge Raad gaan toetsen aan de zogenaamde 'beginselen van een goede
procesorde'. Tot niet-ontvankelijkheid van het OM kunnen leiden het vertrouwensbeginsel, het
gelijkheidsbeginsel, het beginsel van zuiverheid van oogmerk (verbod van détournement de pouvoir)
en het beginsel van een behoorlijke en billijke belangenafweging (ook wel de beginselen van
subsidiariteit en proportionaliteit). Ook de rechter is hieraan gebonden.

Verder kennen we het rechtszekerheidsbeginsel, het legaliteitsbeginsel, de onschuldspresumptie,
het in dubio pro reo-beginsel, het nemo tenetur-beginsel en het algemene fair trial-beginsel.

Ook zijn er beginselen die niet tot de fundamenten van de rechtsstaat kunnen worden gerekend,
zoals het opportuniteitsbeginsel en het dominus litis-beginsel.

, Art. 1 Sv legt het legaliteitsbeginsel vast. Men mag alleen gestraft worden op de wijze en in de
gevallen waarin de wet voorziet. Het gaat willekeurige vervolging van de overheid tegen en geeft
meer zekerheid aan de burger.



Hoofdstuk 2
De literatuur onderscheidt twee procesmodellen: het inquisitoire procesmodel en het accusatoire
procesmodel.

In het inquisitoire model spelen rechters een actieve rol bij het onderzoeken van de zaak. Ze
oordelen op basis van de materiële waarheid. Er is geen sprake van een partijenproces. De rechters
en de aanklagers zijn vrijwel dezelfde personen. De verdachte is geen procespartij met rechten,
slechts een onderzoekssubject.

Het accusatoire model kent wel twee echte procespartijen: een openbare of private aanklager, en
een aangeklaagde (de verdachte). De aanklager beschuldigt en bewijst, de aangeklaagde verdedigt
zich. De rechter is onafhankelijk en onpartijdig en kijkt slechts naar wat partijen aandragen. Het
onderzoek naar de waarheid staat minder centraal; als de aangeklaagde geen bezwaar maakt kan de
klacht voor waar worden aangenomen.

Het Nederlandse procesrecht heeft sterke inquisitoire trekken, maar heeft zich in de geschiedenis
verder naar het accusatoire proces toegewerkt. Toch kan het nog geen (gematigd) accusatoir
procesrecht genoemd worden.

Nederland kent alleen beroepsrechters, geen lekenrechtspraak. De rechter moet onpartijdig en
onafhankelijk zijn. Hij is wel actief bij het proces betrokken, maar dat is vooral als de procespartijen
tekortschieten.

De officier van justitie vertegenwoordigt in de rechtbank het Openbaar Ministerie. Het OM is deel
van de rechterlijke macht, maar kent hele andere taken dan de rechter. Een OvJ is niet onafhankelijk
en is verantwoording verschuldigd aan een minister. De OvJ is belast met de vervolging van strafbare
feiten. Dit is niet verplicht als niet vervolgen het algemeen belang dient (art. 167 lid 2 Sv). Niet
vervolgen heet seponeren. De OvJ zorgt voor de tenlastelegging en is semi verantwoordelijk voor
bewijs. Verder zorgt het OM voor uitvoering van opgelegde straffen en maatregelen, en andere
beslissingen die de rechter tijdens het proces neemt (bijv. oproepen getuigen). Ten slotte is de OvJ
leider van het opsporingsonderzoek.

De positie van de verdachte wordt gemarkeerd door de onschuldpresumptie en het nemo tenetur-
beginsel. Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Hij moet qua
rechtsmiddelen gelijk (even sterk) zijn als zijn tegenpartij (de OvJ). Verder heeft een verdachte
zwijgrecht. Hij mag zijn eigen procesopstelling kiezen.

Ook heeft een verdachte recht op rechtsbijstand, gegeven door een professionele raadsman. Hij is
onafhankelijk ten opzichte van de overheid. Hij moet uitsluitend het belang van zijn cliënt dienen,
niet die van hemzelf of iemand anders. De wil van de verdachte is daarom ook leidend in de manier
waarop hij verdediging voert.

Het slachtoffer speelt geen hoofdrol in het strafprocesrecht. Vaak is er zelfs geen slachtoffer. Toch
wordt er steeds meer aandacht aan slachtoffers besteed omdat de zorg voor slachtoffers ook een
publieke zaak is. Supranationale wetgeving geeft ook aan meer aandacht aan het slachtoffer te
willen geven. Toch is het slachtoffer geen procespartij.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 7, 2025
Number of pages
68
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$22.20
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
jamsspam140

Get to know the seller

Seller avatar
jamsspam140 Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
26
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions